Een jihadist ziet overal spionnen...

Als jihadist moet je continu op je hoede zijn. Er kan altijd iemand meeluisteren. Een celgenoot kan een infiltrant zijn.

Een jihadist weet nooit of hij alleen is. Als hij een telefoongesprek voert, een moskee bezoekt, in zijn auto met vrienden praat, of met zijn vrouw het bed in duikt, moet hij zich iedere keer dezelfde vraag stellen: wie luistert er mee?

Potentiële jihadisten worden in Nederland in de gaten gehouden. Na de recente aanslagen in Parijs en de schietpartij in het Belgische Verviers door teruggekeerde jihadstrijders, lijkt de vrees voor een aanslag hier ook reëel. Maar hoe doe je dat, een jihadist in de gaten houden?

De werkwijze van de veiligheidsdiensten is geheim, maar op basis van rechtszaken en gesprekken met deskundigen, advocaten en autoriteiten valt wel een beeld te schetsen. Jihadisten worden met name in de gaten gehouden door politie en inlichtingendienst AIVD. De politie, omdat zij onderzoek doet naar potentiële jihadisten, en de AIVD, omdat het zijn taak is staatsgevaarlijke mensen in de gaten te houden. Wanneer de AIVD een jihadist op het spoor komt, kan er een ambtsbericht naar de politie worden gestuurd. Dit gebeurde het afgelopen jaar tientallen keren. Zo’n ambtsbericht vormt vaak de startinformatie waarmee de politie een onderzoek begint.

Voor zo’n onderzoek zet de politie verschillende opsporingstechnieken in. De meest eenvoudige: het afluisteren van een telefoon. Zo luisterde de politie vorig jaar mee toen de Haagse jihadverdachte Oussama C. zich in een telefoongesprek positief uitliet over zelfmoordaanslagen, zolang deze zijn gericht tegen andere gewapende groepen. Ook zijn er voorbeelden van onderschepte sms’jes en whatsapp-berichten waarin een verdachte onthult dat hij in Syrië heeft gevochten.

Posten op de hoek van de straat

Met het aftappen van telefoons verzamelt de politie niet alleen bewijs, het helpt ook bij het schaduwen. Jihadisten worden op straat bespied door AIVD’ers en politieagenten – in burgerkleding. Ze posten op hoeken van de straat, in woningen of vanuit geparkeerde auto’s. Wanneer agenten hun jihadist uit het oog verliezen, kunnen ze hem weer oppikken door zijn mobieltje te lokaliseren via telefoonpalen. Dit overkwam de 20-jarige Shukri F., in december vrijgesproken van ronselpraktijken. Tijdens de rechtszaak beweerde zij nooit op Schiphol te zijn geweest (waar zij jihadisten zou hebben afgezet op het vliegveld), maar de rechter wees Shukri erop dat haar telefoonsignaal wel degelijk op Schiphol was opgevangen.

Camera gericht op vaste hangplek

Jihadisten worden ook bespied met videocamera’s die op vaste plekken hangen. Ze staan gericht op bijvoorbeeld een bankje waar radicale moslims met elkaar hangen. De camera’s, niet groter dan een gaatje, zorgen ervoor dat de diensten letterlijk zicht krijgen op het netwerk waarin jihadisten zich bevinden. Wie gaat met wie om? Wie voert het woord? Zijn er nieuwkomers in de groep? Veel waardevolle informatie komt van wijkagenten. Zij merken als eerste wanneer een jongere die als crimineel bekendstaat opeens zijn baard laat staan en in een lang gewaad over straat gaat. Wanneer blijkt dat zo’n jongere radicaliseert, is het de wijkagent die contact probeert te leggen met zijn omgeving.

Wanneer de politie niets kan vinden bij een verdachte waarover de AIVD wel een ambtsbericht heeft uitgebracht, kan die de AIVD om extra aanwijzingen vragen. Dit gebeurt tijdens informele overleggen tussen de dienst en politie, die zo’n twee keer per maand plaatsvinden.

Zowel AIVD-spionnen als politieagenten benaderen mensen in de omgeving van jihadisten. Dit kunnen familieleden zijn, maar ook moskeebezoekers of vrienden van jihadisten. Hen wordt gevraagd een oogje in het zeil te houden of informatie over de jihadist te verstrekken.

Als dit allemaal niks oplevert, zijn er zwaardere middelen. De jihadist in zijn eigen huis afluisteren, bijvoorbeeld. In Arnhem werd een groep jihadverdachten vorig jaar eventjes opgepakt en weer vrijgelaten. In de tussentijd bleek de politie afluisterapparatuur in hun huizen te hebben opgehangen langs het raamkozijn. Er kunnen zelfs infiltranten op jihadisten worden afgestuurd. De teruggekeerde Syriëganger Mohamed Abdiuwahab A. uit Delft trapte erin. Na zijn terugkeer uit Syrië hield de politie hem vorig jaar aan voor een klein vergrijp en plaatste hem in de cel met een infiltrant. Die vertelde A. over een overval die hij wilde plegen. A. bood aan te helpen. Hierna werd hij opgepakt met drie wapens in bezit. Volgens justitie was hij van plan met de buit de jihad te financieren.

Naar het AIVD-busje rennen

Niet iedere jihadist trapt erin. Sterker nog: veruit de meeste jihadisten weten donders goed dat de overheid hen bespiedt. Een radicale jongerengroep uit de Haagse Schilderswijk maakte er tot vorig jaar een sport van om vermeende AIVD-spionnen te ontmaskeren. Als zij het gevoel kregen dat iemand hen vanuit een busje in de gaten hield, renden ze op het busje af – dat vervolgens snel wegreed.

Bij sommige radicalen is het veiligheidsbewustzijn zelfs tegen het paranoïde aan. Een Haagse jihadverdachte liet zich eens ontvallen dat hij iedere keer wanneer hij zijn huis verlaat, een haar achterlaat op zijn laptop. Als de haar bij terugkomst is verdwenen, weet hij genoeg. Dan is de AIVD binnengeweest om zijn laptop te bekijken.