Claim namens Nederlandse dwangarbeiders Birmaspoorlijn

In 2005 werden er drie gedenkplaten onthuld waarop alle 3272 namen staan van de Nederlanders die omkwamen tijdens het aanleggen van de Birmaspoorlijn. Foto ANP

Nederland kan een eerste claim verwachten van Nederlandse dwangarbeiders die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de beruchte Birmaspoorlijn (“Dodenspoorlijn”) hebben gewerkt. Dat heeft de stichting Task Force Indisch Rechtsherstel (TFIR) bekendgemaakt. Zij dient de claim namens nabestaanden en erfgenamen in.

Volgens de stichting hebben de nabestaanden recht op een compensatie voor hun werk aan de spoorlijn die in Myanmar (vroeger Birma) en Thailand (vroeger Siam) werd aangelegd. Een bericht dat in 1954 in kranten verscheen waarin overlevenden werden opgeroepen zich te melden voor een vergoeding bereikte maar een beperkt deel van de mensen die daarop recht hadden, schrijft persbureau ANP. Inmiddels hebben zich ruim tweehonderd mensen gemeld om alsnog compensatie te krijgen.

Advocate Liesbeth Zegveld gaat de claim behandelen. Zegveld vertegenwoordigt ook nabestaanden van Srebrenica en zorgde er eerder voor dat nabestaanden van slachtoffers van het bloedbad in de Indonesische plaats Ragawede (nu Balongsari) een schadevergoeding en excuses kregen van de Nederlandse staat.

100.000 doden

De Birmaspoorlijn werd in 1942 en 1943 in recordtempo en onder barre omstandigheden aangelegd. Naar schatting 100.000 mensen kwamen om het leven, onder wie 3.000 Nederlanders. In totaal werkten er ongeveer 17.000 Nederlandse dwangarbeiders aan het spoor.

De TFIR is een stichting die zich inzet voor mensen die schade hebben geleden door de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië of de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië.