Churchill was meer dan zijn sigaren en gromstem

Winston Churchill, de Britse ex-premier, valt steeds samen met clichés: sigaar, soundbites in ‘sing-song gromstem’. De huidige Londense burgemeester Boris Johnson kon er iets aan toevoegen en schreef een boek over Churchill. Het zegt ook veel over Johnsons eigen politieke ambities.

Winston Churchill, Florida, 1946 Foto CORBIS

Hij won de Tweede Wereldoorlog maar verloor de verkiezingen. Op een mistige middag in 1947 zit ex-premier Winston Churchill in het huisje op zijn landgoed dat zijn atelier is. Hij wil net aan een schilderij beginnen, als hij zijn vader in de leunstoel ziet zitten. Lord Randolph Churchill, een conservatieve parlementariër met meer eigendunk dan succes, is dan al vijftig jaar dood. In zijn atelier praat de zoon (dan 73) de vader bij. Over twee oorlogen, over de andere soort tsaar die ze nu in Rusland hebben. En dat ‘OK’ een nieuwe, Amerikaanse uitdrukking is.

Randolph kijkt misprijzend, zoals hij zijn zoon altijd heeft bekeken. Wat is er van hem terechtgekomen? Hij woont in een klein huisje en is een middelmatig schilder. Toch lijkt de vader verwonderd over Winstons kennis van de wereld. Hij zegt: „Als ik je zo hoor praten, vraag ik me af waarom je niet in de politiek bent gegaan. Misschien had je wel iets voor elkaar gekregen.” Voor Winston kan antwoorden steekt zijn vader een sigaret op en is – poef! – verdwenen.

Churchill vertelde dit verhaal aan zijn kinderen. Later schreef hij het op. ‘De droom’ tekent volgens veel biografen de getroebleerde verhouding met zijn kille, afwezige vader. Zelfs nu werd hem de kans ontnomen zijn vader te laten zien dat hij iets goed heeft gedaan.

Enfant terrible

Dat mag allemaal waar zijn, schrijft Boris Johnson in The Churchill Factor. Maar de flamboyante burgemeester van Londen, enfant terrible van zijn partij, en – zo wordt aangenomen – met ambities voor het premierschap, ziet meer. Churchill zoekt niet alleen postume erkenning. ‘Hij zit ook heimelijk op te scheppen over hoe hij tegen alle belabberde verwachtingen in zijn vader in bijna elk opzicht heeft overstegen. Hier! zegt Winston tegen het spook van Randolph, stop dat maar in je sigarettenhouder, jij demagoog met je bolle ogen en je walrussnor.’

Vijftig jaar na zijn dood wordt Churchill (1874-1965) ‘onvolledig herinnerd’, omdat hij begint samen te vallen met de clichés: sigaar, soundbites in ‘sing-song gromstem’ (‘We shall never surrender’), al die champagne en whisky-soda. Johnson wil die trend ompolen in dit doorvoelde en geloofwaardige portret. Hij is de leraar die zo aanstekelijk vertelt dat je zijn verhalen nooit vergeet.

Als minister in de Eerste Wereldoorlog was Churchill verantwoordelijk voor een reeks fiasco’s , waarvan de operatie bij Gallipoli (56.000 geallieerde doden) het bekendst is. Zijn veerkracht – en opportunisme; hij wisselde een paar keer van partij – redden hem steeds. Niettemin leek zijn carrière in 1937 voorbij. De 61-jarige Churchill vond als parlementariër dat koning Edward VIII niet hoefde af te treden als hij met een gescheiden Amerikaanse wilde trouwen. Hij werd weggehoond. Zijn finest hour moest nog komen.

De man die jarenlang had gewaarschuwd voor het Duitse gevaar werd drie jaar later premier. In mei 1940 stond zijn land met de rug tegen de muur. Churchill ‘mobiliseerde de Engelse taal’. Zijn retoriek, urenlang tot de laatste lettergreep geoefend om zijn stotteren te overwinnen, was voor één keer perfect getoonzet voor de gelegenheid.

Churchill was larger than life

Dat is geen nieuw inzicht. Vanwaar dit boek? Omdat ik ‘Winstons genialiteit’ al zo lang bewonder, schrijft Johnson. Churchill was ‘over the top, camp’, met zijn malle pakken. Zijn partij wist zich geen raad met hem. Hij haatte compromissen. Hij was larger than life. Je houdt van hem of helemaal niet. Net als Boris.

Nee, op Johnson (50) is niet ‘op vier continenten geschoten’. Maar de smaak waarmee hij laat zien hoe voorbarig het is iemand politiek af te schrijven na een flater, toont zijn ambitie. Bij de verkiezingen in mei komt hij zeker in het parlement. Dan is hij een potentiële rivaal van premier Cameron, zijn partijgenoot. De grote kwestie wordt: blijft het Verenigd Koninkrijk lid van de Europese Unie nu anti-Europeanen de Conservatieve Partij erger dan ooit te splijten? En: waar staat Boris?

Zijn visie op ‘Churchill als Europeaan’ is daarom interessant: geschiedenis als voorproef. Voor- en tegenstanders beroepen zich op diens ideeën. Dat Frankrijk en Duitsland de kern moesten vormen van een na-oorlogs grensoverschrijdend Europa, stond voor hem vast. Maar over de vraag of de Britten er volledig deel van moesten uitmaken, was Churchill dubbelzinnig.

Johnson houdt omzichtig zijn kruit droog. ‘Het is niet zo dat [Churchill] tegen Europa was maar het punt is dat hij een beeld had van Brittannië dat Europa oversteeg, gekeerd naar de rest van de wereld.’ Niet dat dat hielp. Het Verenigd Koninkrijk is al vijftig jaar geen wereldmacht, maar een middelgroot Europees land. Dat was de kern van Churchills worsteling. Margaret Thatcher en Tony Blair deden het dunnetjes over. Je hoopt bijna dat Johnson de volgende is. Of het grote publiek hem serieus genoeg vindt moet blijken. Saai wordt het in elk geval niet.