Beetje raar wel dat m’n verslaving op straat ligt

Hoe is het om ‘van de drank af te zijn’? Hoe schrijf je alcoholverslaving van je af? Erik Jan Harmens, single, voert een goed gesprek met zichzelf.

Hoe gaat het met je?

„Met mij gaat het best goed. Als ik dat zeg, reageren mensen altijd door de laatste twee woorden heel nadrukkelijk te herhalen: ‘Bést goéd.’ Maar ja, wat moet ik dan zeggen: het gaat helemaal toppiejoppie?”

Wat dacht je van: het gaat goed?

„Ja, maar dan kun je dus net zo goed niks zeggen. Hoe gaat het? Goed. En met jou? Ook goed. Sowieso zeggen mensen veel dingen die net zo goed niet gezegd zouden kunnen worden. Als ik de rolcontainer langs de kant van de weg ga zetten, zegt mijn buurman altijd: ‘Zo, ga je de rolcontainer bij de weg zetten?’ Hij kan dat net zo goed niet zeggen; hij ziét toch dat ik dat aan het doen ben!”

Het is gewoon een kletspraatje, voor de beleefdheid.

„Ik heb een vriendin en die komt af en toe bij me langs en dan krult ze zich op de bank met een boek en een kop thee en dan zegt ze helemaal niks. Heerlijk. Soms streel ik haar even over haar haar en dan humt ze even. Soms vergeet ik helemaal dat ze er is.”

Lijkt me best een saaie doos. Is dat je nieuwe verkering?

„Nee, ik ben single. Een beetje een stom woord, maar ‘ongebonden’ is ook een stom woord en ‘alleenstaand’ ook en ‘alleengaand’ is nog veel stommer. Dus bij gebrek aan beter: single.”

Je hebt een boek geschreven, Hallo muur, dat onder meer over je alcoholverslaving gaat. Hoe lang drink je nu niet meer?

„Twee jaar. Het is wel een beetje raar dat het boek er nu is en dat mijn verslaving nu zo open en bloot op straat ligt. Ik denk ook vaak: wat als ik nu weer ga drinken, wat gebeurt er dan? Stel dat ik een lezing geef over Hallo muur en ik zet ineens voor het oog van het publiek een fles Chablis aan m’n mond. Niemand die me tegenhoudt natuurlijk, maar wat gebeurt er dan? Schelden de mensen me dan uit voor slappe zak? Vragen ze hun geld terug?”

Heb je de afgelopen twee jaar wel ’s gezondigd?

„Twee keer. Een keer nam ik een slok mondwater. Mijn brein sloeg als een waakhond aan, ik spuugde de Listerine uit en keek op de fles. Bleek dat er alcohol in zat. Een tweede keer was ik op een feestje en had ik mijn glas Spa Marie-Henriëtte weggezet om te dansen. Toen ik het glas weer pakte en een flinke slok nam, voelde ik dat er iets aan de hand was. Wat bleek: het was een gin-tonic. Ongelukje.”

Ga je ooit weer drinken?

„Ik zou niet weten hoe. Want hoeveel mag ik dan drinken? Eén glas wijn per dag? Twee? Acht is te veel neem ik aan, maar is vier acceptabel? Nul glazen snap ik en een ontelbaar aantal glazen snap ik ook, maar alles daartussenin vind ik lastig. Dus hou ik het bij nul.”

Droom je nog wel eens van drank?

„Ik droom nog regelmatig dat ik met een Westmalle Tripel en een walmende Gauloise tussen mijn rechterwijs- en middelvinger in de zon zit. Bij elke haal voel ik een lichte prikkel in mijn hoofd, die bij elke slok weer wordt verdoofd. Als het glas leeg is, wordt het door een onzichtbare hand omgespoeld en opnieuw volgeschonken. Word ik wakker na zo’n droom, dan is er verwarring.”

Hoop je dat mensen na het lezen van Hallo muur allemaal stoppen met drinken?

„Nee. Dat hoop ik alleen voor de mensen die ongelukkig worden van drinken, of anderen ongelukkig maken door te drinken.”

Heb je nog meer verslavingen eigenlijk?

„Ja, roken, maar dat doe ik nu vier jaar niet meer. En koffie, maar daar ga ik niet mee stoppen. En ik ben verslaafd aan ‘Football Manager’, een computerspel waarbij je coach bent van een voetbalclub en spelers moet aan- en verkopen en de juiste opstelling moet maken om je tegenstander te verslaan. Uren, dagen, maanden heb ik naar het scherm van mijn computer gestaard, waarop gekleurde puntjes, die de spelers moesten voorstellen, op een groen rechthoekig vlak van links naar rechts en weer terug bewogen.

„Inmiddels ziet het spel er een stuk mooier uit, maar toen ik het speelde, vijftien jaar geleden, waren het gewoon bewegende puntjes op een groen vlak. Maar in mijn fantasie waren het mijn jongens.”

Dus dat speel je niet meer, ‘Football Manager’?

„Nee. Nu schrijf ik boeken.”

Heb je tijdens het schrijven van Hallo muur veel naar muziek geluisterd?

„Heel veel, waarbij het opzetten van muziek belangrijk was, maar ook het uitzetten. Want als ik schrijf, is het stil. Doodstil. Als er een eend kwaakt in de sloot voor mijn huis loop ik naar buiten om er iets van te zeggen. Maar als ik aan het redigeren ben, aan het ‘editen’, dan is er wel muziek. Meestal dubreggae eigenlijk, van Scientist en King Tubby en Mad Professor. Het is zo lekker regelmatig, dubreggae. En als ik tussen het schrijven van m’n boek door met de hond wandelde, had ik vaak rap op m’n oren, bijvoorbeeld van Sticks. Die jongen mag van mij wel Dichter des Vaderlands worden, wat een originaliteit en taalvernieuwing zit er in zijn teksten! En iets totaal anders luisterde ik ook: Happiness van Jónsi & Alex, eindeloos op repeat, repeat, repeat, om maar bij mijn gevoel te komen. Want wie Happiness van Jónsi & Alex kan aanhoren zonder te huilen, heeft het gevoelsleven van een stoeptegel.”

Heb je eigenlijk een auto?

„Niet echt: ik heb een Hyundai Getz. Dat is gewoon een rijdende eierdop. Het is een automaat, dus ik kan lekker aan mijn haar zitten tijdens het rijden. De antenne is afgebroken, ik kan alleen Radio 5 Nostalgia ontvangen. In mijn auto hoor je dus de hele dag hits van Ronnie Tober, Julien Clerc en Sandra & Andres. Ik ben altijd helemaal murw als ik de auto uitstap, door al die kutliedjes, maar zonder muziek autorijden is ook weer zo wat.”