Bah, fietsen. Maar het werkt

De Amerikaanse Heather Richardson kwam om haar verloofde Jorrit Bergsma naar Nederland. Ze schaatst nu harder dan ooit en is bij de WK afstanden de favoriet op de 500, 1.000 en 1.500 meter.

De Amerikaanse schaatsster Heather Richardson. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Ze haatte het. Fietsen in Friesland, fietsen in de Dolomieten. Fietsen op Tenerife. Elke dag maar weer de weg op, de polder in of tegen een berg op. „En steevast als laatste aankomen.” Heather Richardson kan er nu wel om lachen, terugkijkend op die eerste maanden in de Clafis-ploeg met haar verloofde Jorrit Bergsma en diens excentrieke coach, Jillert Anema. „Dat fietsen vond ik vreselijk. Maar ik pluk er nu de vruchten van.”

Richardson (25) drukt zich voorzichtig uit. Net als concurrent Ireen Wüst heeft ze de laatste dag van de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen vrij genomen, zodat ze thuis, even verderop in het dorpje Oldeboorn, de hond kan uitlaten. Ze neemt tegelijkertijd wat extra rust voor de WK afstanden die donderdag beginnen, ook in Thialf. „Al die fietstrainingen hebben perfect gewerkt. Ik voel me veel fitter dan vorig jaar, het schaatsen gaat me heel gemakkelijk af.”

Nooit schaatste ze beter dan nu. Als de recente resultaten een betrouwbare graadmeter zijn, is de Amerikaanse de komende week in Heerenveen favoriet op de 500, 1.000 en 1.500 meter. Zaterdag gaf Richardson al een indrukwekkend voorproefje met wereldtijden op de 500 (37,82) en 1.000 meter (1.14,87). Op die laatste afstand was het verschil met Wüst niet minder dan anderhalve seconde. „Ik ben wel klaar voor de WK”, lacht ze.

Van North Carolina naar het Friese platteland: Richardson legde een lange weg af naar de wereldtop in het schaatsen. Als klein meisje uit High Point had ze niets met rijden op het ijs. Ze deed aan inlineskaten, op het baantje waar ook de latere olympisch schaatskampioen Joey Cheek had leren rolschaatsen.

Toen Richardson een keer de kans kreeg op het ijs van Milwaukee reed ze zich tot haar eigen verbazing in de selectie voor de Vikingrace, de jaarlijkse talentenwedstrijd in Heerenveen. Daarna keerde ze snel terug naar haar vertrouwde rolschaatsen. Maar coach Derek Parra, die zelf ooit de overstap maakte en in 2002 (Salt Lake City) olympisch kampioen werd, herkende het talent, het ijsgevoel, de bochtentechniek – en haalde haar over om te blijven schaatsen.

Wennen aan het Friese platteland

Een jaar geleden was Richardson, wereldkampioen sprint van 2013 (Salt Lake City), een van de grote favorieten in Sotsji. Maar waar de Nederlandse ploeg en haar Friese vriend in een olympische roes verkeerden, liep het schaatstoernooi voor Richardson uit op een nachtmerrie.

Richardson was apetrots toen Bergsma zijn concurrent Sven Kramer versloeg op de tien kilometer, zelf kwam ze niet verder dan de zevende plaats op haar beste afstand, de 1.000 meter. Alle vier Nederlandse vrouwen bleven haar voor, de Chinese Hong Zhang ging er met het goud vandoor. „De druk was enorm, in Sotsji”, zegt Richardson nu. „Brittany Bowe en ik wonnen in de maanden voor de Spelen alle 1.000 meters die we reden.”

Die teleurstelling aan de Zwarte Zee maakte de beslissing om eindelijk de sprong naar Nederland te maken alleen maar makkelijker. Maar volgens Richardson was het vooral de liefde die haar naar de andere kant van de Atlantische Oceaan bracht. „Ik ben heel blij dat ik elke dag bij Jorrit kan zijn. Verhuizen naar Nederland heeft mijn leven wel veranderd. Maar ik voel me rustiger.”

Wennen is het wel, het leven op het Friese platteland, aan het idyllische grachtje van Oldeboorn, waar ze moet leren luisteren naar twee nieuwe talen. Over Bergsma had ze geen twijfels: het stel trouwt direct na dit schaatsseizoen, op 2 mei. Want hoe romantisch het soms ook was de afgelopen jaren, Richardson had genoeg van een leefritme dat was gereduceerd tot skypen, trainen, slapen en opnieuw skypen met Bergsma – twee klokken naast elkaar om rekening te houden met het tijdsverschil.

Richardson twijfelde wel aan het trainingsregime van Anema, in een ploeg – eerst BAM, nu Clafis – die het van oudsher moet hebben van marathonschaatsers en andere langeafstandsspecialisten, zoals Bergsma, Bob de Jong, Arjan Stroetinga of Carien Kleibeuker. Sprinters heeft Anema niet in zijn ploeg. De enige die daarbij in de buurt kwam, shorttrackster Jorien ter Mors, moest voortijdig afhaken wegens overtraindheid. „Ik was aanvankelijk wel bezorgd, als sprinter rijden in deze ploeg”, erkent Richardson. „Maar het blijkt te werken. Mijn 500 meter is op een heel hoog niveau.”

Wat heet: bij de Amerikaanse afstandskampioenschappen zette ze een paar weken geleden in het Pettit National Ice Center van Milwaukee een reeks onwaarschijnlijke tijden neer, waaronder de snelste 500 meter ooit op zeeniveau: 37,24 seconden.

En dankzij de trainingen met Bergsma en Anema kreeg ze in Friese dienst nog een onverwachte bonus. Haar 1.500 meter was nooit slecht, komende week strijdt ze mee om de medailles. „Mede dankzij al die fietstrainingen, ook al vond ik het soms vreselijk, kan ik mijn snelheid langer vasthouden. Daar ben ik heel blij mee.”