Asscher, let op: moslims ontkerkelijken rap

Meeste moslims zijn liberaler dan de nadruk op religieuze militanten doet geloven, menen Froukje Santing en Lily Sprangers.

Onder jongeren van Turkse afkomst bestaat brede steun voor jihadistische terreurgroepen als de Islamitische Staat, zo meldde minister Asscher, belast met integratie, in november op basis van onderzoek door Motivaction naar de opvattingen onder ‘Nederlandse moslimjongeren en de Arabische herfst’. Noch de doelgroep, noch deskundigen herkenden zich in het geschetste beeld . Konden de bevindingen op basis van zo’n geringe steekproef wel worden gegeneraliseerd naar de totale populatie van Turkse komaf? Omdat het een kwantitatieve peiling betrof zonder duiding laat de minister, die de resultaten eerst als alarmerende feiten naar buiten bracht, nu vervolgonderzoek doen.

De brief hierover aan de Tweede Kamer spreekt van „de opvattingen van Turks-Nederlandse jongeren”. Dat is op zich al een verbetering ten opzichte van de term ‘moslimjongeren’ die het Motivaction-onderzoek hanteerde. In de discussie over de integratie van specifiek de tweede en derde generaties is deze wijziging van terminologie van groot belang. In het licht van de huidige polarisatie is de koppeling tussen een kleine maar levensgevaarlijke groep extremistische moslims en een overgrote meerderheid van immigranten met een niet-westerse, dus moslimachtergrond snel gelegd.

Juist om dat te vermijden is een keur aan Turks-Nederlandse organisaties bij Asscher aan tafel geschoven. Een daarvan is de recent opgerichte organisatie Turks-Nederlands Tegengeluid (TNT) van hoog opgeleide en politiek actieve Turkse-Nederlanders. TNT dacht mee over het nieuwe plan van eisen voor vervolgonderzoek. Niet zozeer omdat men beweert dat islamitische radicalisering niet voorkomt onder Turks-Nederlandse jongeren, maar het moet wel waarheidsgetrouw in kaart worden gebracht. Dan kan er, mede ook door hen, gericht tegengas worden gegeven.

Eveneens spraken ze over het belang van beeldvorming en het optreden, de rol en de verantwoordelijkheid daarin van juist ook minister en vicepremier Asscher zelf. Terecht zijn ze teleurgesteld dat de bewindsman in de jongste brief aan de Kamer niet ook reflecteert op zijn eigen overhaaste rol bij de presentatie van het onderzoek november vorig jaar. Mede hierdoor is de acceptatie van juist de nieuwe generatie Turkse-Nederlanders sterker onder druk is komen te staan.

Veruit de meeste migranten uit Noord-Afrika en Turkije, die vanaf 1964 als gastarbeiders naar ons land kwamen, waren zowel in culturele als religieuze zin overtuigde moslims. Vergelijkbaar met hoe het gros van de autochtone Nederlanders destijds nog belijdend katholiek, protestant of joods was. De beeldvorming over juist de moslimimmigranten lijkt vanaf die tijd bevroren – ook al zitten we intussen volop in de derde generatie. Het mag zo zijn dat door de komst van niet-westerse migranten het debat over geloof in het publieke domein nieuw leven is ingeblazen. Tegelijk is ook een groeiend deel van deze groepen minder religieus actief. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelde in 2004 in een onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van Turken en Marokkanen dat de ontkerkelijking die in de jaren zestig en zeventig in Nederland heeft plaatsgevonden, zich nu onder moslims voltrekt. Uit nieuw onderzoek in 2012 bleek dat van de migranten van Turkse origine 39 procent praktiserend is, ongeveer een zelfde percentage alleen thuis bidt of zich enkel houdt aan de voedselvoorschriften, terwijl achttien procent niet praktiseert.

Met dat laatste loopt slechts een enkeling te koop. Geloofsafvalligheid is in maar liefst 23 landen met een moslimmeerderheid strafbaar. Waar dat niet het geval is, zoals Turkije, doen afvalligen er goed aan zich koest te houden. De regering in Ankara legt steeds meer de nadruk op de koppeling tussen de Turkse en sunni-moslim- identiteit. En dat geldt niet alleen voor de Turken in Turkije, maar ook voor migranten in de Turkse diaspora. De bekende en openlijk atheïstische Turkse pianist Fazil Say werd om zijn sarcastische tweets over het geloof in 2013 tot tien maanden voorwaardelijk veroordeeld. De Turkse Atheist-Theist Union, opgericht in 2009, moet het doen met een bescheiden 880 likes op Facebook.

De assertievere tweede en derde generaties immigranten, onder wie de achterban van een organisatie als TNT, benadrukken al een tijdje dat de cultuur waartoe ze worden gerekend, iets anders is dan hoe ze over zichzelf denken. Zij zijn, in tegenstelling hun (groot)ouders, niet naar Nederland gekomen voor werk. Nederland is hun geboorteland, hun identiteit. Ze combineren democratie en vrijheid met hun eigen ideeën en gevoelens over religie en/of etniciteit. Menigeen is moderner, liberaler en seculierder in religieus opzicht dan de nadruk op een klein groepje religieuze militanten wil doen geloven. Er staan meer en meer individuen op – met en zonder hoofddoek. Misschien dat minister Asscher juist ook daar wat explicieter naar kan laten kijken.