Zoek het recept voor vette jaren

De rebelse Grieken raken een gevoelige snaar. Ook in Brussel brokkelt het geloof in het bezuinigingsbeleid snel af. Kunnen de lidstaten s.v.p. weer investeren?

De Griekse premier Alexis Tsipras maakte deze week een tournee langs Europese hoofdsteden om te pleiten voor schuldverlichting en minder strenge bezuinigingen. Van links naar rechts: met Commissievoorzitter Juncker, met de Franse president Hollande, met Europarlementvoorzitter Schulz, en de Italiaanse premier Renzi (die Tsipras een stropdas aanbiedt). Het Griekse charmeoffensief leverde weinig op. Foto AP, AFP, Reuters

Het zijn pijnlijke grafieken die de Franse topeconoom Mathieu Plane uit zijn laptop tevoorschijn tovert. Tot 2011 gaan de Amerikaanse en de Europese economie gelijk op, daarna zwiept die van de VS omhoog en zakt die van de EU in. Een kloof die in elke volgende grafiek – of het nu om investeringen of om werkgelegenheid gaat – terugkeert. Alsof Europa getroffen is door een komeet en onder een aswolk ligt.

„Dat is dus de Europese bezuinigingspolitiek”, zegt Plane, werkzaam bij de Parijse economische denktank OFCE. Terwijl de Amerikanen als antwoord op de financiële crisis de portemonnee trokken en de weg omhoog hervonden, trok Europa juist de broekriem aan. De begrotingsregels van het Groei- en Stabiliteitspact werden aangescherpt. De bevoegdheden van de Europese Commissie om begrotingszondaars aan te pakken en desnoods te straffen werden uitgebreid. Een politiek van schuld en boete, misschien kleurloos, maar het maximaal haalbare: voor iets anders was de onderlinge achterdocht te groot geworden. Zuid-Europa kreeg noodsteun van Noord-Europa, maar zou elke cent „mét rente” terugbetalen, beloofde de toenmalige Nederlandse minister van Financiën, Jan Kees de Jager.

Dit beleid van „georganiseerd wantrouwen”, zoals Europarlementariër en econoom Paul Tang (PvdA) het noemt, loopt nu stuk in Griekenland. Op 25 januari kwam daar Syriza (Coalitie van Radicaal Links) aan de macht, met de belofte de fiscale soberheid wil begraven. De nieuwe premier Alexis Tsipras heeft van zijn voorganger een redelijke begroting geërfd, maar ook een maatschappelijke ravage, inclusief 60 procent jeugdwerkloosheid. Tsipras en zijn hippe minister van Financiën Yanis Varoufakis voerden deze week een charmeoffensief langs Europese hoofdsteden. Tevergeefs. Dat ze de door de vorige regering gemaakte afspraken over schuldsanering naast zich neer lijken te willen leggen, stuit alom op onbegrip.

Afbrokkelend geloof

Toch raken de Grieken met hun rebellie een gevoelige snaar, want ook in Brussel zelf brokkelt het geloof in de bezuinigingspolitiek snel af. Econoom Plane wijst op het recentelijk door Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker gelanceerde Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). Hiermee kunnen lidstaten grote investeringen blijven doen, zónder dat dit begrotingstekorten omhoog jaagt: nationale bijdragen aan het fonds worden daarin niet meegerekend, kondigde Juncker aan. „Hij erkent dat met de huidige begrotingsregels investeren niet mogelijk is”, zegt Plane. „En eigenlijk roept hij op om die regels opnieuw uit te vinden.”

Begin januari injecteerde de commissie, in Junckers woorden, „een extra dosis flexibiliteit” in het Groei- en Stabiliteitspact. Lidstaten hadden door het pact onvoldoende mogelijkheden om ‘anticyclisch’ beleid te voeren (investeren als het economisch tegenzit). Ze moeten zo hard bezuinigen om aan de regels te voldoen dat er voor ‘positief’ beleid niets overblijft. Juncker wil voorkomen dat de EU opnieuw zeven magere jaren tegemoet gaat. Lidstaten hoeven vanaf nu in slechte tijden minder hard te bezuinigen, als ze in goede tijden maar een tandje bijzetten.

De Commissie bracht het besluit onderkoeld en benadrukte dat dit niet betekent dat de regels worden herschreven. Het zou alleen een „verduidelijking” van het pact zijn. Toch is het een kleine revolutie. In het college van eurocommissarissen ontspon zich in ieder geval een discussie, waarbij de haviken het aflegden tegen de duiven. Juncker drukte de versoepeling-die-geen-versoepeling-mag-heten uiteindelijk persoonlijk door, zeggen ingewijden.

Gesprek tussen doven

EU-lidstaten voeren sinds de eurocrisis een gesprek tussen doven. Frankrijk en Italië pleiten voor meer financiële flexibiliteit. Duitsland, Nederland, Finland zijn daar huiverig voor. Landen met afgeknepen begrotingen vinden dat landen die er beter voor staan, Duitsland en Nederland voorop, meer moeten investeren om de economie een zwieper te geven.

Ook de liberale Europarlementariër Olli Rehn, die als ‘begrotingstsaar’ onder Junckers voorganger José Manuel Barroso het gezicht werd van de bezuinigingspolitiek, vindt dat. „Het is belangrijk dat Duitsland zijn formidabele begrotingsruimte nu begint te gebruiken”, zegt de Fin desgevraagd.

Maar Noord-Europa sputtert tegen. Begrotingshaviken daar vinden dat landen ‘beneden de Rijn’ zichzelf moeten helpen, met extra structurele hervormingen. Junckers manoeuvres zijn pogingen om de impasse te doorbreken, om Europa alsnog in beweging te krijgen en die gapende kloof met de VS te dichten. „Het is verkeerd om te denken dat begrotingsdiscipline en structurele hervormingen genoeg zijn om de economie weer op gang te krijgen”, zei de Commissievoorzitter deze week in het Europees Parlement. Donderdag voorspelde de commissie dat de groei in de eurozone dit jaar teleurstellend laag blijft: 1,3 procent.

Schuldpapier

Volgens Europarlementariër Tang is het ook verkeerd om te denken dat het ‘gesprek tussen doven’ nog heel lang kan doorgaan, want wie gaan er na de Grieken nog meer rebelleren? In Spanje broeit het. „Het is niet een louter economische discussie. Er is nu een scherpe politiek-maatschappelijke reactie en er ontstaat een explosieve situatie”, zegt Tang. „Dat zou de echte reden tot zorg moeten zijn.”

Ook Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), zet Berlijn onder druk. Vlak voor de Griekse verkiezingen kondigde hij een omvangrijk opkoopprogramma van staatsobligaties aan: om de kredietverstrekking weer op gang te krijgen wordt de komende twee jaar voor 1.100 miljard euro aan schuldpapier van lidstaten uit de markt gehaald. Berlijn en Den Haag waren tegen: daar wordt het ECB-plan gezien als opstap naar het grensoverschrijdend delen van risico’s. Draghi kwam de critici tegemoet – de risico’s zijn voor een groot deel nu toch weer nationaal – maar zette het plan verder gewoon door.

Dat Draghi ondanks het Duits-Nederlandse gesputter zijn rol als Europese geldschieter ten volle probeert te benutten, juicht Rehn toe. Ooit, zegt de Fin, was de ECB in wezen het verlengstuk van de Deutsche Bundesbank, maar de laatste jaren is de bank „steeds meer gaan lijken op de Fed”, de Federal Reserve, het stelsel van centrale banken van de Verenigde Staten. „Dat is een grote verandering.” De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble zei deze week echter dat het euro-enthousiasme onder de Duitse bevolking door de ECB-actie en de Griekse crisis snel aan het verdampen is. „Je moet dat gevaar wel zien.”

Rehn verdedigt de Europese bezuinigingspolitiek. „We hebben de Europese economie gestabiliseerd en ze herstelt zich.” En hij verwerpt de suggestie dat landen met hogere begrotingstekorten vanzelf sneller groeien. „Als dat zo was, zouden Frankrijk en Italië de kampioenen van Europa moeten zijn, en Japan de kampioen van Azië.” Maar ook Rehn kijkt verder dan tekorten en hervormingen en vindt dat de tijd meer dan rijp is voor een ambitieuze investeringspolitiek.

‘Verduidelijking’ is complex

Met zijn fonds wil Juncker investeren in groeibevorderende en voor Europa strategisch belangrijke projecten, bijvoorbeeld op het gebied van energie en telecommunicatie. Kortom, daar waar het het hardst nodig is, ongeacht de geografie. Hij vraagt lidstaten in feite om financiële solidariteit, om een sterke blijk van gedeelde verantwoordelijkheid. Lukt dat? „Veel landen hebben geen geld, en wie wel geld heeft kan net zo goed besluiten om dat in het eigen land te steken”, zegt Plane. Ook de nieuwe interpretatie van de begrotingsregels roept vragen op: de aangekondigde ‘verduidelijking’ is juist behoorlijk complex, met allerlei mitsen en maren, het effect lijkt daardoor ongewis. „Die vragen zijn terecht, maar Juncker doet tenminste wat”, zegt Paul Tang.

Tot nu toe heeft nog geen enkele lidstaat aanstalten gemaakt om rechtstreeks geld te steken in het Juncker-fonds, dat nu nog leunt op de EU-begroting. Rehn vindt dat zorgelijk. „Als lidstaten serieus menen dat investeringen in de EU belangrijk zijn, moeten ze ook meedoen, in een constructieve Europese geest. Uiteindelijk is het delen van soevereiniteit in ieders belang.” Het wordt dan ook de vraag hoeveel Duitsland en Nederland willen bijdragen aan extra investeringen.

In 2010, toen Juncker nog premier van Luxemburg was, hield hij een warm, maar naar later zou blijken vergeefs pleidooi voor het concept van Europees schuldpapier (eurobonds). Voor een sterk signaal, kortom, dat eurolanden bereid zijn om gezamenlijk risico’s te dragen. Alleen dat zou de speculaties over het ploffen van de eurozone effectief beëindigen. Het plan werd destijds toegejuicht door een Griekse econoom uit Athene, Yanis Varoufakis, de huidige Griekse minister van Financiën.