Zo herken je een zelfmoordterrorist

De buitenlandse troepen zijn grotendeels vertrokken uit Afghanistan. Nu moet het regeringsleger de Talibaan bestrijden. Op pad met een commando dat zelfmoordterroristen zoekt.

Majoor Abdul Kabir spreidt zijn armen en doet het geluid na van een helikopter. Dan gaat hij in zijn beige vliegeniersoverall in duikvlucht en doet hij het geluid na van het machinegeweer waarmee zijn helikopter is uitgerust. Vastberaden blik. Hij gaat enkele in het nauw gebrachte commando’s van het Afghaanse Nationale Leger (ANA) hoe dan ook ontzetten. Vanachter hun tafeltjes kijkt een groep Afghaanse militairen toe.

Kabir en zijn collega’s zouden deze winterdag voor het eerst met Afghaanse helikopters oefenen in het aanvragen van luchtsteun. Maar door dichte bewolking konden die niet vliegen. De Nederlandse majoor Dennis Schotmeijer is teleurgesteld. Hij adviseert verbindingsofficier Kabir bij zijn trainingen. Als we het lokaal binnenkomen waar Kabir voor helikopter speelt, is Schotmeijer opgelucht. „Hebben ze toch een manier gevonden om te trainen. Dit is geen verloren dag.”

Schotmeijer maakt deel uit van een Nederlands contingent onder Duits bevel dat gelegerd is op een multinationale basis, vlak bij het vliegveld van de noordelijke stad Mazar-i-Sharif. De Afghaanse basis bevindt zich in een ander deel van de stad. Hij kent het Afghaanse leger goed. In Uruzgan maakte hij deel uit van een eenheid die Afghaanse militairen trainde. Hij vocht zij aan zij met hen tegen de Talibaan.

De luchtmacht is niet op sterkte

Niemand durft te voorspellen of Afghanistan zonder massale internationale bijstand opgewassen is tegen de Talibaan. Op 31 december kwam een einde aan de International Security Assistance Force (ISAF) van de NAVO, die de Afghanen veiligheid moest bieden. Het grootste deel van de ruim 140.000 militairen die ISAF op het hoogtepunt telde, is teruggetrokken. Zo’n 12.000 NAVO-militairen, van wie 10.000 Amerikanen, zijn achtergebleven voor de nieuwe operatie Resolute Support. Zij trainen en adviseren de sterk gegroeide Afghaanse veiligheidsmacht, die nu ruim 340.000 man telt.

Bakhtiar, die zijn achternaam niet mag geven, dient al acht jaar bij de Afghaanse commando’s. Hij is blij met de lessen van Schotmeijer en Kabir. Hij vertelt hoe zijn eenheid in de noordelijke provincie Badakhshan werd ingesloten. „Gevechtshelikopters van onze eigen luchtmacht hebben ons toen ontzet. Zonder luchtsteun ben je in deze oorlog reddeloos verloren.” Maar de luchtmacht is nog lang niet op sterkte. „Als we de luchtmacht niet snel uitbouwen, kunnen we in problemen raken. We krijgen nog maar nauwelijks luchtsteun van de NAVO”, zegt Kabir.

Maar de belangrijkste gevaren in Afghanistan zijn met geen luchtmacht te bestrijden. De Talibaan leggen zich toe op bomaanslagen, vaak met zelfmoordterroristen.

Buitenlanders wacht bovendien nóg een gevaar. Als we het Afghaanse kamp betreden, wil ik mijn scherfvest uittrekken. „Aanhouden”, zegt Schotmeijer. Hij laadt zijn wapen. Normaal gesproken worden wapens op een basis ontladen om ongelukken te voorkomen. „Het grootste gevaar dat we hier nu lopen, is dat we worden neergeschoten door iemand in een Afghaans uniform.”

Insider attacks worden dat soort aanslagen genoemd. Ze kenden een hoogtepunt in 2012 met 44 aanvallen. Vorig jaar waren er vier. Sinds 2008 vielen 147 doden, onder wie een Amerikaanse generaal. Vorige week nog werden op een basis in Kabul drie Amerikaanse burgers gedood dievoor het Amerikaanse leger werkten. >>

Zelfmoordaanslagen rond spitsuur

Zeven uur ’s ochtends in de Afghaanse hoofdstad Kabul. De ochtendspits: een tijdstip waarop veel zelfmoordaanslagen plaatsvinden. Bij een verkeerslicht loopt een straatjongetje op onze auto af. Achter het stuur zit Mansoor Sultani, een Afghaanse vriend. Hij draait zijn raampje naar beneden en geeft het jongetje wat geld. De jongen zwiert met een blikje hete kooltjes langs de auto. „De rook beschermt ons tegen ziekte en hopelijk ook tegen bommen”, zegt Mansoor.

Sinds half november vonden negen zelfmoordaanslagen in de hoofdstad plaats, soms meerdere op één dag. Nooit eerder zag Kabul zo veel aanvallen in korte tijd. De stad is vergeven van de controleposten van de politie, waar gewapende agenten auto’s doorzoeken.

Na drie keer te zijn gestopt door de politie bereiken we de medische universiteit. Patholoog-anatoom Yusuf Yadgari deed jarenlang onderzoek naar de overblijfselen van zelfmoordterroristen. Volgens veel Afghanen zijn de zelfmoordterroristen buitenlanders, vooral Pakistanen. Volgens Yadgari zijn het echter vooral paria’s uit eigen land.

„Kijk, dit is van een zelfmoordterrorist.”

Hij houdt een pot met sterk water omhoog. Daarin drijft een oog. Met pupil en wimpers. Aan de achterkant van de oogbal hangt een prop weefsel.

„Een tumor”, zegt Yadgari. „Deze man was aan één oog blind.”

Op zijn laptop toont hij foto’s. Twee benen en een hoofd uitgestald op een onderzoekstafel. Het mannelijke hoofd is niet beschadigd door de explosie. De enorme neus is misvormd en vertoont rare bulten. „Deze man was erg lelijk. We weten niet of hij geestelijk gezond was. Maar net als de halfblinde terrorist had hij geen normaal leven in Afghanistan”, zegt Yadgari.

Volgens Yadgari blijkt uit zijn onderzoek dat 75 tot 80 procent van de zelfmoordterroristen fysiek gehandicapt was of leed aan mentale stoornissen. Velen van hen vertoonden, zegt hij, tekenen van verwardheid en verwaarlozing. „Dikke lagen vuil op de huid, en smerige kleding. Zij waren er geestelijk niet goed aan toe.”

„Onze samenleving is hard. Wie niet kan functioneren, wordt uitgestoten. De paria’s zijn bevattelijk voor de beloften van de mullahs [islamitische geestelijken] over het paradijs. Vaak wordt hun ook beloofd dat hun families geld krijgen als ze zich opblazen. Daardoor voelt hun eigen dood als zinvol.”

Bleke gezichten, trillende handen

Mansoor rijdt naar de rand van de stad. Van een commandant mogen we toezien op de controles aan zijn checkpoint. Waar let hij op als hij zelfmoordterroristen zoekt? „Bleke gezichten, trillende handen. Nee, we letten niet op handicaps of vieze kleding. In mijn sector zijn de laatste weken geen aanslagen geweest”, zegt de commandant zelfverzekerd.

Toch is hij nerveus. Hij geeft zijn naam niet. Er mogen ook geen foto’s worden gemaakt. „Daesh”, zegt hij.

‘Daesh’ is de Arabische term die ook in Afghanistan wordt gebruikt voor IS, de Islamitische Staat in Irak en Syrië. „Er zijn geruchten dat ze hier actief zijn”, zegt een agent van de inlichtingendienst NDS bij het checkpoint.

De afgelopen weken doken berichten op over Talibaan-commandanten die zich afkeerden van hun leider mullah Mohammed Omar en trouw zwoeren aan IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi. Twee weken geleden verscheen een video waarin tientallen Talibaan-strijders met IS-vlaggen zwaaiden. En in het zuiden zouden IS-strijders een controlepost van de politie hebben veroverd, waarbij ze agenten onthoofdden.

„Dat laatste bericht is aantoonbaar onjuist”, zegt Borhan Osman. Hij werkt als onderzoeker voor het Afghanistan Analysts Network. De berichten over IS worden de wereld ingestuurd door gouverneurs en commandanten van het Afghaanse leger. Zij willen extra troepen en middelen. Als ze IS noemen maken ze een kans. „Islamitische Staat is een sterk merk, en de Talibaan kennen we nu wel”, zegt Osman. „Er zijn uitingen van sympathie, maar geen bewijzen dat Afghaanse commandanten een operationele verbinding hebben met IS voor een tweede front.”

Volgens patholoog Yadgari heeft Afghanistan ook zonder IS-inmenging al problemen genoeg. „We kunnen Pakistan de schuld blijven geven van zelfmoordaanslagen, en straks misschien IS, maar het zijn de allerkwetsbaarste Afghanen die bevattelijk zijn voor de Talibaan-propaganda. Als we onze gehandicapten en getraumatiseerden niet beter gaan behandelen, zal de stroom zelfmoordterroristen heus niet opdrogen.” <<