Webcams op de Olympus

Waar ligt de oorsprong van religie? Hoe en wanneer is het idee van een opperwezen ontstaan? Het antwoord ligt helaas verhuld in de mist van de prehistorie. Religieuze praktijken zijn waarschijnlijk zo oud als de menselijke beschaving, ontstaan ver voor de komst van schrift en artefacten.

Gelukkig krijgt de geschiedenis een herkansing. We kunnen nu live de geboorte van goden meemaken. En wel via de kabeltelevisie, in het bijzonder het Amerikaanse Weather Channel.

Onlangs bedreigde monstersneeuwstorm Juno de Amerikaanse Oostkust. New York maakte zich op voor wat Jon Stewart in de Daily Show zo mooi ‘Blizzapocalypsegeddon’ noemde. Scholen en bedrijven werden gesloten, alle treinen en vluchten gestaakt, alleen alarmdiensten mochten zich op straat vertonen.

Ook op de televisiezenders raasde een storm. CNN haalde het volledige repertoire uit de kast: interactieve computerkaarten, speciale verslaggevers uitgedost als poolreizigers, animaties die in een Hollywood-film niet zouden misstaan, met als hoogtepunt de ‘blizzardmobiel’ waarmee een verslaggever zich in het oog van de storm waagde, op Fifth Avenue wel te verstaan. Uiteindelijk bleek deze storm in een glas water te huizen. Een genoeglijk winters buitje gaf schoolkinderen een extra vakantiedag vol sleetje rijden en sneeuwballen gooien. Het echte mikpunt waren de weermannen en -vrouwen met hun foutieve voorspellingen.

De sneeuwval mocht dan tegenvallen – althans in New York City; Boston kreeg de volle laag – de kijkcijfers haalden een hoogtepunt. Iedereen zat aan de buis gekluisterd. De sneeuwstorm die geen sneeuwstorm was, illustreerde perfect de recente dramatisering van natuurverschijnselen, inclusief een slechterik in de hoofdrol. Want zoals iedere filmstudio weet, bioscoopkaartjes verkoop je alleen met een steracteur.

Tot voor kort kregen alleen echte orkanen en tyfoons een naam. De leiding van het Weather Channel heeft echter besloten dat ieder atmosferisch verschijnsel een eigen naam verdient. Vandaar sneeuwbui Juno. Ik voorspel dat binnenkort iedere aardbeving, tsunami, bosbrand en overstroming vernoemd zal worden. De nieuwe BN-er is een Bekende Natuurramp.

Rampen zijn onze nieuwe goden. We bibberen voor hun onvoorspelbare karakter en de hogepriesters proberen op het altaar van het beeldscherm hun handelingen te duiden.

Zo zijn we terug bij af. Nadat de mensheid zich via de lange worsteling van humanisme, wetenschappelijke revolutie en verlichting verlost heeft van bovennatuurlijke verklaringen, voeren de moderne media ons terug naar het antropomorfe denken. Van Zeus en Thor via elektrische ontladingen naar monsterstorm Juno.

Er zijn vele verklaringen geopperd voor de natuurlijke wijze waarop religies in alle culturen blijken te ontstaan. Deze bespiegelingen zijn voer voor even zo vele bestsellers, van Richard Dawkins tot Daniel Dennett. Bestaat er een vaste module in ons brein dat in alle verschijnselen een actor probeert te herkennen, zoals we in de kleinste beweging van het wuivende gras een sluipende tijger zien? Of is het onze neiging antropomorfisch te denken zodat we zelfs in een wolkenpatroon een gezicht herkennen? Of willen we eenvoudigweg in ieder fenomeen een doel zien? De inherente onzekerheid van complexe verschijnselen draagt verder bij tot onze neiging tot dramatisering. Goden zijn mysterieus en ondoorgrondelijk voor ons stervelingen, net zoals vele van onze medemensen.

De mens heeft moeite de diffuse puntenwolk van natuurlijke verschijnselen te duiden. Onze verbeelding trekt graag lijntjes tussen de punten, zoals kinderen doen in knutselboeken. Voor je het weet heb je een zelfportret getekend.

Is de strijd tegen antropomorf denken dan definitief verloren? Ondanks alle technische vooruitgang blijft de afstand tussen onze directe beleving en de rationele wereld van de wetenschap groot en lijkt eerder toe dan af te nemen. Ik geef de netmanager van het Weather Channel groot gelijk dat onderkoelde wetenschappelijke terminologie niet helpt de burger te engageren. De term ‘Krijt-Paleogeen-massaextinctie’ vangt nauwelijks het drama dat ooit de dinosauriërs van de aardbol veegde. De nog intensere ‘Perm-Trias-massaextinctie’ van 250 miljoen jaar geleden verdient ook een betere titel. Dat was tenslotte de grootste apocalyps ooit. Slechts 1 op de 20 in zee levende soorten overleefde deze ramp. De Zondvloed spreekt meer aan dan ‘vroeg-Bijbelse massa-overstroming’, net zoals de ‘Zwarte Dood’ beter beschrijft hoe een derde van de Europese bevolking werd weggevaagd dan de correcte naam van de bacterie: Yersinia pestis.

Ook fysici hebben geleerd goed gekozen terminologie te waarderen. ‘Quark’ bekt lekkerder dan ‘subatomair deeltje’ en ‘Big Bang’ spreekt meer aan dan de oorspronkelijke term ‘primitief atoom’. Volgens mij is het Higgs-deeltje mede zo’n publicitair succes omdat het vernoemd is naar de sympathieke, ietwat wereldvreemde professor.

Misschien moeten we de neiging om in de natuur het menselijke of bovenmenselijke te herkennen maar omarmen. Wellicht helpt een nieuwe serie goden en demonen de belangrijkste problemen op te lossen die de wereld bedreigen. Tijd voor een rentree van Hephaistos, nu als de god van de klimaatverandering, die CO2 uitspuugt, de oceanen verzuurt en de temperatuur van de aarde tot een verzengende hitte opstookt. Of Hades die met een grote zeis de biodiversiteit decimeert en tropische kikkertjes voor zijn ontbijt eet. En natuurlijk Poseidon met zijn stormvloeden en aardbevingen. Ik kan me gemakkelijk voorstellen hoe CNN met zijn arsenaal aan animaties, grafieken en deskundigen deze nieuwe godenwereld zal verslaan.