‘We gaan eigenlijk niet zo vaak met z’n tweeën op pad’

Sanne Jellema (27) en Robbert Schuitemaker (27) leerden elkaar acht jaar geleden kennen via een bijbaantje. Hij dacht niet aan kinderen, zij had al een dochter. „Spannend, dus.”

Zaterdag opruimdag

Sanne: „Ik doe het meeste in het huishouden. Eigenlijk bijna alles wel, Robbert houdt er niet van.”

Robbert: „Ik laat altijd de hond uit, door weer en wind. Er zijn een aantal dingen die ik prima vind om te doen, maar ook een aantal dingen liever niet. Strijken bijvoorbeeld.”

Sanne: „Of de was ophangen, dweilen, koken. Ik vind dat minder erg , al vind ik het huishouden ook weer niet leuk. Ik doe het wel sneller.”

Robbert: „Elke zaterdagochtend ruimen we samen op. Dat kan van mij niet snel genoeg voorbij zijn. Zodra het ontbijt klaar is, pak ik de stofzuiger om het huis door te jagen.”

Sanne: „Daar is hij dan weer wel heen goed in, de boel aanjagen. Dan ziet hij precies wat er allemaal moet gebeuren. ‘Nu dit, dan dat, en nog snel even boodschappen halen voor de lunch.’ Bij mij heeft het minder haast, het kan altijd nog morgen.”

Samengesteld gezin

Sanne: „We leerden elkaar zo’n acht jaar geleden kennen, via ons bijbaantje in een winkel met kinderartikelen.”

Robbert: „Het duurde anderhalf jaar tot het echt iets is geworden.”

Sanne: „Ik had op dat moment Hannah al, die was toen drie jaar.”

Robbert: „Het was in het begin wel spannend. Ik was 21, en Sanne had al een kindje. Ik wist gewoon niet of dat iets voor mij was. Op die leeftijd denk je niet aan kinderen. Maar toen ik bedacht dat Sanne eigenlijk veel meer te verliezen had dan ik, ben ik ervoor gegaan. Sindsdien hebben we het superleuk.”

Sanne: „Hannah kent hem al vanaf kleins af aan, ze weet niet beter. Vier jaar geleden gingen we samenwonen, onze dochter Norah is anderhalf.”

Sanne: „Hannah is van dinsdagavond tot donderdagochtend bij haar vader, en vaak om het weekend. Hij woont in de buurt, dus dat gaat makkelijk.”

Robbert: „Ook onze familie woont in de buurt. De oma’s passen allebei een dagje op de kinderen, wanneer Norah niet naar crèche gaat.”

Best wel dik met de familie

Sanne: „Elke maandag kunnen we na het werk bij Robberts moeder eten. Maar we zien elkaar ook buiten de oppasmomenten vaak. We hebben nog allebei twee zusjes en aanhang, en we zijn best wel dikke mik.”

Robbert: „Deze zomer gaan we met de hele familie op vakantie.”

Sanne: „We zijn ook al een paar keer met mijn familie op vakantie geweest.”

Robbert: „We gaan eigenlijk niet zo vaak met z’n tweeën ergens heen, dat komt omdat we proberen vaak met het gezin wat leuks te gaan doen.”

Sanne: „Robbert hoeft er ’s avonds ook niet meer zo nodig uit om dingen te gaan doen. Ik ga iets vaker op stap om rond vier uur ’s nachts terug te komen uit de stad.”

Ondernemende types

Sanne: „Maandag lever ik mijn scriptie in, daarna ben ik afgestudeerd. Ik werk ook 32 uur in de week en heb ik met een vriendin een blog. Daar zou ik meer tijd voor willen vrijmaken om de bezoekersaantallen omhoog te krijgen. Ik vond het afronden van mijn scriptie wel een dingetje, het was niet goed voor mijn humeur. Elke avond na het eten zat ik eraan te werken. Het lijkt me wel lekker om weer een tijd te hebben waar ik helemaal niks hoef.”

Robbert: „Al weet ik niet of we daar goed in zijn, in helemaal niks doen. Lang op vakantie vinden we ook niks.”

Sanne: „Dat klopt. We zijn wel ondernemende types. Het is soms best moeilijk om een activiteit te verzinnen die zowel voor Hannah als Norah leuk is, omdat ze zoveel van leeftijd verschillen. Dan kan je wel naar een speeltuin gaan, maar dan staat Hannah erbij van: ‘wat moet ik hier’.”

Robbert: „We denk heel vaak: als Norah groter is, dan kunnen we dit en dat doen.”

Sanne: „Ik vind het hartstikke leuk dat ik een jonge moeder ben. Ik denk toch dat je op je veertigste veel minder energie hebt. En vind het leuk dat Hannah heel bewust haar zusje meemaakt, van de jeugd van mijn eigen zusje weet ik niet zoveel meer.”

Lijnzaad en quinoa

Robbert: „Voor mij is het drukste moment de ochtend. Ik probeer altijd zo stil mogelijk op te staan en alles gedaan te hebben voor de kinderen wakker worden. Hond uitlaten, mezelf aankleden, tafel dekken, en dan pas wekken. Vanaf het moment dat ze wakker zijn is het chaos.”

Sanne: „Ik ben dan al naar mijn werk. Het meest hysterische moment van mijn dag is als we net thuiskomen, dan heeft iedereen honger. Dus ga ik zo snel mogelijk koken, anders wordt Norah chagrijnig.”

Robbert: „Terwijl Sanne kookt, houd ik de kinderen bezig. We nemen overdag kindertelevisie op, zoals KRO Kindertijd. Die kan Norah dan kijken. Hannah kijkt vaak na het eten nog even naar Spangas en Checkpoint.”

Sanne: „Ik probeer met koken vaak nieuwe dingen, zoals bijvoorbeeld quinoasalade.”

Robbert: „Lijnzaad, tarwegras. En je maakt vaak iets met pompoen. Ik vind pompoen echt niet te eten.”

Sanne: „Heel vaak zijn al die nieuwigheden eigenlijk niet zo lekker, dus belandt het in de kast. We hebben een hele verzameling gekke potjes.”