Waarom de vaste boekenprijs voorlopig moet blijven

Foto ANP

De vaste boekenprijs blijft de komende vier jaar gehandhaafd. Gisteren stemde ministerraad in met dat voorstel van minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA). Niet omdat er niets aan de hand is in het boekenvak. Bussemaker wil uitgevers en boekverkopers zo juist de kans geven om zich aan te passen aan de veranderende leescultuur. Haar hogere doel: het bestrijden van de laaggeletterdheid.

In die vier jaar komt er een onderzoek naar de werking naar de Wet op de vaste boekenprijs. Volgens die wet bepaalt de uitgever de prijs van een boek, en moeten alle boekhandelaren die hanteren. Doordat de prijs van bestsellers zo kunstmatig hoger wordt gehouden, kunnen uitgevers ook titels uitgeven die een hoge culturele waarde hebben maar geen commercieel succes zijn. Uitgevers en boekhandelaren moeten voor dit onderzoek inzage geven in hun verkoopcijfers.

Afgelopen zomer pleitten drie economen van de Autoriteit Consument en Markt in deze krant voor afschaffing van de vaste prijs. Volgens hen heeft dat in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk geleid tot betere culturele prestaties.

Bussemaker bestrijdt dit. Ze zegt dat de prijzen in Denemarken niet zijn gedaald en de boekverkopen niet zijn gestegen. In het Verenigd Koninkrijk heeft afschaffing volgens haar aanzienlijk bijgedragen aan de sluiting van een groot aantal boekhandels.

Wat zegt u tegen critici die vinden dat u ze een kans ontneemt om meer te ondernemen, juist nu het boekenvak het moeilijk heeft?

“Dat ze juist door het voorlopig handhaven van de vaste prijs de kans krijgen om zich voor te bereiden op alles wat er op hen afkomt. Het vak is enorm in beweging: de digitalisering zet door, er ontstaan nieuwe ondernemingsvormen. Dat moet in goede banen geleid worden. We moeten nu niet een stap zetten waar we later spijt van krijgen.”

Is dat de reden dat u een innovatiecentrum voorstelt waardoor de boekenbranche beter moet gaat samenwerken?

“Ja. Uitgevers, boekhandelaren en andere spelers moeten hierin hun krachten bundelen om te onderzoeken wat er op ze afkomt en hoe ze daarop antwoorden. Niet alleen in bedrijfs-economische zin, ook in maatschappelijke zin. Ik hecht zeer aan het bevorderen van een vitale leescultuur. Taalbeheersing wordt van steeds groter belang in de samenleving en dat begint bij die leescultuur. Dan gaat verder dan plezier beleven aan een roman, je moet ook de bijsluiter van je medicijnen kunnen lezen. Daarom moeten we laaggeletterdheid bestrijden. De vraag is hoe het boekenvak daar verantwoordelijkheid voor gaat nemen.”

Wat moet dat onderzoek naar interne kruissubsidiëring aantonen?

“Of het daadwerkelijk zo is dat de vaste prijs op goed verkopende boeken ook het uitgeven van kwetsbare titels mogelijk maakt, zoals poëzie en het werk van jonge schrijvers. En hoe dat precies werkt. We hebben meer gedegen gegevens nodig, en bewijs voor de manier waarop die kruissubsidiëring plaatsvindt. Zo kunnen we beter voorbereid zijn voor de periode over vier jaar. In die tijd staat de wereld niet stil.”

Doelt u daarmee op de toetreding van Amazon op de Nederlandse markt?

“Dan bedoel ik zeer nadrukkelijk ook Amazon. Dat is dus juist een argument om aan de vaste boekenprijs vast te houden. Anders zou je je misschien geheel overleveren. Los van de opstelling van de regering en het boekenvak kan er van alles gebeuren. Deze vier jaar bieden de gelegenheid om je voor te bereiden. Die moeten dus wel benut worden.”

De Raad voor Cultuur zei vorige zomer dat het “in de rede” ligt om de vaste prijs over vier jaar af te schaffen als dan niet is aangetoond dat die werkt. Waarom heeft u dat advies niet overgenomen?

“Cultuurbescherming heeft een waarde in zichzelf. Ik heb wel gezegd dat er na twee jaar bekeken moet worden hoe het ervoor staat en of de branche meewerkt. Als iedereen nu besluit achterover te leunen heb ik namelijk wel een vermoeden tot wat voor besluit dat over vier jaar leidt. Uiteraard moet er tegen die tijd een besluit genomen worden dat dan passend is. Maar het boekenvak moet voorkomen dat dan wordt geconstateerd dat het door de realiteit is ingehaald.”