Waakzaam, dienstbaar, berekenend

Gerrit van de Kamp is de machtige leider van politiebond ACP. Zijn steun is cruciaal bij de vorming van een Nationale Politie. Om hem te vriend te houden zag minister Opstelten veel door de vingers.

Illustratie Bram Dirven

Bob Hoogenboom lag in de hangmat die hij achter in zijn tuin had opgehangen. Vooral voor zijn twee dochters, maar op mooie zomeravonden mocht hij er graag in wiegen en een sigaartje opsteken. Het was juli 2013 en de Nyenrode-hoogleraar fraude en regulering, die al meer dan een kwart eeuw onderzoek deed naar de politie, voelde zich goed.

Want direct na zijn vakantie zou hij de zogeheten Cultuurmonitor Nationale Politie ontwikkelen – een innovatief onderzoek naar de manier waarop agenten hun werk uitvoeren en beleven. Dat zou een instrument moeten worden om de vorming van de nieuwe Nationale Politie te kunnen bijsturen. Vakbonden, politie én het verantwoordelijke ministerie van Veiligheid en Justitie waren daar allemaal voorstander van.

Hoogenboom dankte de veelbelovende opdracht aan de inspanningen van Gerrit van de Kamp, de meest invloedrijke politievakbondsman van Nederland. Van de Kamp (50) is sinds 2003 voorman van de christelijke politiebond ACP. Hij is ook president van de Europese politievakbond. Hij kent iedereen bij de politie, heeft 25 duizend agenten achter zich staan, en geldt als een energiek netwerker en workaholic.

Ook de media weten hem te vinden: of het nou over terrorismedreiging, bewapening of het salaris van politiepersoneel gaat – de ACP-voorzitter is de eerste die in kranten of op televisie het standpunt van de gewone agent verkondigt.

De machtspositie van Van de Kamp is niet alleen een uitvloeisel van zijn netwerk, omvangrijke achterban en harde onderhandelingstactiek. Zijn sterke positie hangt ook samen met de vorming van die ene Nationale Politie, waarbij 63 duizend agenten en politiemedewerkers een nieuwe functie krijgen. Bij die reorganisatie, die tot nu toe moeizaam verloopt, is de steun van de bonden cruciaal voor het ministerie.

Misschien wel te cruciaal, zeggen veel betrokkenen.

Gewend aan macht

Deze krant sprak met meer dan tien mensen die Gerrit van de Kamp de afgelopen jaren van dichtbij hebben meegemaakt, en verzamelde – deels vertrouwelijke – documenten over de vakbondsvoorzitter. Daaruit komt een beeld naar voren van een uiterst gedreven man, die veel binnenhaalt voor de ACP-leden. Maar ook van iemand die gewend is geraakt aan de macht die zijn functie met zich meebrengt.

De achilleshiel van Van de Kamp, zeggen betrokkenen, is Marloes Smit, de vrouw met wie hij samenleeft en die ook bij de politie werkt. De ACP-voorzitter zou zijn vriendin te nadrukkelijk betrekken bij zijn werk als vakbondsvoorzitter, en daarbij de belangen van de bond verwarren met haar belangen.

Deze belangenverstrengeling is duidelijk geworden rond de Cultuurmonitor Nationale Politie. Daarbij organiseerde Van de Kamp een promotieplaats voor zijn vriendin. Maar toen aan het licht kwam dat zijn relatie de uitwerking in de weg stond, trok hij de steun van zijn bond aan het project vrijwel onmiddellijk in.

De kwestie leidde tot grote spanningen in de wereld van de politiebonden. De concurrerende politiebond NPB houdt sinds de affaire grote afstand tot Van de Kamp, en bij de ACP moest een van zijn medebestuurders het veld ruimen na een conflict met de almachtige voorzitter.

Olievrouwtje

Toen Gerrit van de Kamp nog gewoon agent was, surveilleerde hij in Den Haag en in het Gooi. Hij klom langzaam op in de vakbeweging. Tegenwoordig kan hij ongehinderd briesend weglopen uit een overleg met minister Ivo Opstelten. Hij heeft een netwerk van informanten, ACP-leden die hem voeden met inside-informatie, onder meer over de politietop.

„Ik ben de vriendin van Gerrit van de Kamp.” Zo stelt de in politiecultuur gespecialiseerde onderzoekster Marloes Smit zich regelmatig voor, zegt een hoge politiefunctionaris. En dat niet alleen. Het valt diverse beleidsmakers op dat de schrijfstijl van Van de Kamp de afgelopen jaren opmerkelijke overeenkomsten is gaan vertonen met die van zijn vriendin. Zo zijn passages van haar hand, of haar initialen, terug te vinden in vakbondsstukken die Van de Kamp ondertekent.

Betrokkenen gaan er daarom vanuit dat Smit als ghostwriter optreedt voor haar levensgezel. „We herkennen haar stijl in veel ACP-brieven waar Gerrits naam onder staat. Daar heb je weer een Marloes-brief, zeggen we dan tegen elkaar”, aldus de functionaris.

Vanaf het eerste moment dat Gerrit van de Kamp hoogleraar Bob Hoogenboom benaderde met de vraag of die hoofdonderzoeker van de Cultuurmonitor Nationale Politie wilde worden, liet Van der Kamp er geen misverstand over bestaan dat Marloes Smit een rol moest krijgen in het project. „Ik ben twee keer bij ze thuis geweest. We bespraken alles, de inhoud van de monitor, maar ook de promotie van Marloes en haar rol in het ontwikkelteam”, zegt Hoogenboom.

Hoogenboom begreep dat de relatie tussen Van de Kamp en Smit voor problemen kon zorgen, maar zag vooral voordelen. „Ik dichtte haar een rol als olievrouwtje toe”, zegt hij. „Marloes was de vriendin van Gerrit, had op het ministerie gewerkt én ze was betrokken bij eerdere plannen voor de monitor. Alles kwam bij haar samen”, aldus Hoogenboom. „Dat was naïef van mij, maar ik zag het als een pluspunt.”

Om die reden zette hij Smits naam op een lijst van onderzoekers die in de slipstream van de Cultuurmonitor een proefschrift zouden kunnen schrijven. Haar dissertatie zou gaan over politiecultuur in een internationaal vergelijkend perspectief.

Korpsmores

Vóór de invoering van de Nationale Politie bestonden er 25 regionale politiekorpsen, die allemaal op hun eigen manier werkten – onder leiding van een eigen hoofdcommissaris. Dat leidde tot grote verschillen in de aanpak van criminaliteit, in pakkansen en in interne omgangsvormen.

Dat moest veranderen – daarover waren ministerie, vakbonden en de politietop het snel eens. Alle agenten moesten op één lijn komen, en niet langer de mores uitdragen van het regiokorps waar zij het vak hadden geleerd.

Tijdens de zware onderhandelingen over de vorming van die Nationale Politie vonden minister Opstelten en vakbondsvoorman Van de Kamp elkaar, blijkt uit een niet-openbare brief van de ACP-voorzitter op 26 maart 2012 aan de minister. Kern daarvan: Opstelten zou zich sterk maken voor de Cultuurmonitor, en die betalen. „Het instrumentarium wordt in uw opdracht ontwikkeld en blijft eigendom van uw departement”, adviseerde Van de Kamp, die toezegde dat de bonden zich in ruil daarvoor zouden committeren aan „het verdere proces van de vorming Nationale Politie”.

Zo kreeg Opstelten de steun van de bonden om een Nationale Politie te vormen. En Van de Kamp forse invloed op dat proces.

Bij de aanvaarding van de nieuwe politiewet in de Eerste Kamer, in de zomer van 2012, refereerde Opstelten expliciet aan de gesprekken die hij had gevoerd met „de voorzitters van de politievakorganisaties”. „Ik acht het van belang om de voortgang van de cultuurtransitie goed te monitoren om daar waar nodig extra maatregelen te kunnen nemen”, aldus de minister.

Klokkenluider

Eén medewerker van de Inspectie Veiligheid en Justitie, de dienst die toeziet op de naleving van regels en normen binnen dat ministerie, had het door elkaar lopen van privé- en vakbondsbelangen van Van de Kamp en zijn vriendin al eerder gesignaleerd. Het stoorde de man dat de top van het departement had besloten de machtigste politievoorman van het land zijn gang te laten gaan.

Omdat iedereen wegkeek, deed de inspectiemedewerker uiteindelijk een beroep op de klokkenluidersregeling van het ministerie. Het melden van een integriteitschending was voor hem het laatste redmiddel om te voorkomen dat Bob Hoogenboom de opdracht zou krijgen en Marloes Smit als promovendu s zou meenemen in zijn projectteam.

De opdracht is fors duurder dan gebruikelijk, en het ministerie is van plan deze onderhands te gunnen, staat in de melding. Die rept ook over belangenverstrengeling: Van de Kamp had zijn vriendin stiekem een plek in het team bezorgd, terwijl zij had meegeschreven en meegewerkt aan de plannen. Ook waarschuwde de man Opstelten voor politieke averij, omdat het leek alsof hij de steun van de vakbonden kocht.

De klokkenluidermelding had geen enkel effect. De identiteit van de melder lekte uit, en topambtenaar en directeur Politieel beleid en Taakuitvoering Jan Willem Schaper gaf op 4 juli 2013 zijn zegen aan het project. In een interne brief schreef hij dat hij „de verantwoordelijkheid droeg” voor het afwijken van „de geldende inkoopprocedures” bij de gunning van het onderzoek aan Bob Hoogenboom.

Diens honorarium bedroeg in totaal 87.500 euro (exclusief btw). Dat was lastig, omdat bij opdrachten van meer dan vijftigduizend euro het ministerie diverse offertes moest opvragen, wist Schaper. Maar hij kreeg expliciet toestemming van de top van het ministerie om van de interne inkoopregels af te wijken.

Broos draagvlak

De samenwerking tussen de hoogleraar, de vakbondsman en diens vriendin duurde niet langer dan zes weken. In die periode spraken diverse politiekopstukken en bondsvertegenwoordigers Hoogenboom aan op de aanwezigheid van Marloes Smit in zijn team. Elke keer kwam haar relatie met Van de Kamp ter sprake.

„Het toch al broze draagvlak van het project kwam in het geding, net als mijn onafhankelijkheid”, aldus Hoogenboom. „Betrokkenen zagen mij als een vooruitgeschoven post van de vakbond ACP, en niet als een neutrale en onafhankelijke wetenschapper.” Ook ontstonden er „inhoudelijke strubbelingen” tussen Smit en Hoogenboom, die besloot de samenwerking op te zeggen.

Een week nadat Hoogenboom haar uit zijn team had gezet, was de eerste bijeenkomst van de stuurgroep van de Cultuurmonitor Nationale Politie. Bij aanvang nam topambtenaar Jan Willem Schaper Hoogenboom apart. „De bonden hebben hun steun ingetrokken. We moeten alleen door”, zei Schaper.

Die avond overwoog Bob Hoogenboom te stoppen, maar zette toch door. Hij werkte een half jaar lang, in samenwerking met diverse experts en politievertegenwoordigers, aan een aangepaste versie van het project dat hij ‘Zo doen we dat hier’ doopte, en trots inleverde bij het ministerie.

„Het is een gevalideerd instrument, een methode en vragenlijst waarmee de politiecultuur in kaart kan worden gebracht. Afdelingen kunnen hem gebruiken om in gesprek te gaan met agenten over hoe ze dat doen – agent zijn.”

Het ministerie besloot echter de Cultuurmonitor van Hoogenboom diep in een la te leggen. De meeste betrokkenen wijten dat aan de tumultueuze voorgeschiedenis en de integriteitsmelding, die de inhoud naar de achtergrond hebben verdrongen. Het ministerie zelf zegt dat het onderzoek niet naar buiten komt omdat het inhoudelijk te controversieel is. Hoogenboom zelf noemt dat absurd.

Conform de regels

Naast Hoogenboom bevestigen vier direct betrokkenen, afkomstig uitvakbeweging, ministerie en politie, deze gang van zaken. Ook een reeks vertrouwelijke documenten ondersteunt dit verhaal. De meeste betrokkenen willen anoniem blijven, omdat zij de invloed vrezen die Van de Kamp kan aanwenden, zeggen ze.

De hoofdrolspelers zelf, ACP-voorman Gerrit van de Kamp en Marloes Smit, zeggen dat zij altijd „transparant geweest zijn over hun relatie”. „Het is de keuze van de heer Hoogenboom geweest om mij op te nemen in het onderzoeksteam voor de ontwikkeling van de cultuurmonitor. Hij was er persoonlijk van overtuigd dat ik hiertoe de juiste kwalificaties en motivatie had. Hij heeft dit voorgelegd aan het ministerie en die is hiermee in mei 2013 akkoord gegaan”, aldus Smit in een schriftelijke reactie. Een woordvoerder van het ministerie zegt dat Bob Hoogenboom „de volledige vrijheid” had om zijn team samen te stellen. „De gunning is conform de regels verlopen en verantwoord in het licht van de specifieke capaciteiten die hiervoor nodig waren. De integriteitsmelding is serieus genomen en volgens de daarvoor geldende richtlijnen afgehandeld; de melder heeft overigens zijn melding weer ingetrokken.”

Uit interne documenten van het ministerie blijkt echter dat de afhandeling van de klokkenluidermelding controversieel is, onder meer omdat de melder zich gedwongen voelde zijn identiteit prijs te geven.

Bij de vakbonden heeft de lobby van Gerrit van de Kamp voor zijn vriendin Marloes Smit wonden geslagen, zeggen vakbonds- en politiebronnen. De affaire heeft onder meer geleid tot ernstig bekoelde verhoudingen met de andere grote politievakbond NPB, die niet geassocieerd wil worden met de verstrengeling van de belangen van het stel.

Ook het bestuur van de ACP zelf vertoont barsten. Vanaf 1 januari van dit jaar is Van de Kamp, samen met een interimmer, de enige bestuurder van de christelijke politiebond, zo blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel.

Zijn twee medebestuurders zijn eind vorig jaar uitgeschreven als bestuurder. De een, Wiep van der Pal, zegt dat hij dat „in goed overleg” heeft gedaan. Hij blijft in dienst van de ACP tot hij een andere baan heeft gevonden. De ander, Erik Langeweg, is niet langer in dienst vanwege „een verschil van visie op het vakbondswerk”, zegt een woordvoerster van de bond.

„Gerrit heeft de interne machtstrijd gewonnen”, zeggen diverse vakbondsbronnen. „Hij heeft heel veel bereikt, voor zichzelf en voor de bond, maar hij heeft zich vereenzelvigd met de macht. Hij is vorig jaar nadrukkelijk aangesproken op zijn gedrag, op de dubbelrol van Marloes – maar hij blijft zitten. Zijn werk is zijn leven, en zij is daar onlosmakelijk mee verbonden.”