Uit de fles

Hoe creëer je een klassieker? De dilemma’s van sterparfumeur Francis Kurkdjian.

Als ooit de dag komt dat Francis Kurkdjian de sleutels van zijn parfumhuis aan een opvolger doorgeeft, dan wil hij in ieder geval een klassieke vrouwengeur en een klassieke mannengeur nagelaten hebben. Dat was de reden voor de creatie van Féminin Pluriel en Masculin Pluriel, de twee nieuwe geuren die de parfumeur eind vorig jaar in een verfijnd aangekleed Amsterdams hotelzaaltje kwam presenteren: twee tijdloze geuren die volgens hem „het ultiem vrouwelijke” en „het ultiem mannelijke” bevatten. Bij de academische discipline Gender Studies zouden ze even op die begrippen moeten kauwen, maar in parfumland liggen dergelijke kwalificaties eenvoudiger: er zijn geurelementen die als klassiek vrouwelijk gelden en als klassiek mannelijk. Voor een damesgeur kom je dan uit bij een bouquet floral van iris, roos, jasmijn, oranjebloesem. Voor mannen bij varen en lavendel.

„Vrouwen en mannen komen uit andere geurpatronen”, hield Kurkdjian zijn toehoorders voor. „Vrouwen hebben geuren leren waarderen via de parfums van hun moeders, daardoor kunnen ze wel wat variatie verdragen. Mannen leren decoratieve geuren over het algemeen kennen via verzorgingsproducten, dus in mannengeuren moet altijd een anti-sceptisch en verfrissend element zitten, ter legitimatie zou je kunnen zeggen, anders vinden ze het te vrouwelijk. Deze geurpatronen zijn geprint in het menselijk bewustzijn.”

Maar, zo zei hij, hier ontstond een dilemma. Hoe krijg je dit „eeuwig vrouwelijke” en „eeuwig mannelijke” net zó dat het geen clichégeur wordt? Door de toevoeging van iets smerigs, in dit geval de „root-y dirtiness” van vetiver (een tropische grassoort), want iets smerigs fascineert, zoals je je neus graag in de zweterige nek van je geliefde legt.

Ster

Kurkdjian is een ster in de parfumwereld. Hij heeft zijn eigen maison met verkooppunten over de hele wereld en ontwikkelt geuren voor modemerken als Lanvin en Burberry. Zijn allereerste parfum was Le Male voor Jean Paul Gaultier, lang de best verkochte mannengeur. Wat de parfumeur voor ogen staat met zijn eigen merk is de tijdloze elegantie te vangen van Parijs zelf. De Franse elegance die hij leerde kennen toen hij als kleine jongen, opgroeiend bij Armeense ouders in een voorstad van Parijs, ’s zondags met zijn familie door de grote stad ging wandelen. Zijn ouders waren allebei kind van kleermakers, zijn grootvaders begrepen wat couture betekende. Geen fashion! (Kurkdjian haat fashion, zo veranderlijk en wispelturig!) Nee, luxe en ambacht, iets dat echt goed op de huid zat, van exquise materialen. Die elegantie en het ambachtelijke van zijn grootvaders probeert hij tot op de dag van vandaag uit te stralen met de parfums voor Maison Francis Kurkdjian. De geslepen flessen, de tinnen doppen en de gouden details op de verpakking verwijzen naar de skyline van Parijs, met haar gouden monumenten en zinken daken.

Maar tijd is voor een parfumeur een complicerende factor. Want volgend dilemma: hoe maak je iets dat tijdloos is, maar toch modern? Hoe maak je iets nieuws, iets dat opvalt, dat tegen een grens duwt, zonder klanten te verliezen? Hoe werk je in een bewonderde en geliefde traditie en ga je ook met de tijd mee, zonder die te veel vooruit te zijn? Hoe bouw je kortom een klassieker die past in deze tijd? Een geur ook die niet te opdringerig is, die zó op kan naar het werk. Want het moet commercieel blijven, zegt de parfumeur. „Parfum is geen kunst. Kunst mag provoceren, parfum moet verkopen en plezieren.”

Kurkdjian weet dat, want hij gebruikt geur ook in de kunsten. Hij creëerde in 2003 voor de Franse kunstenaar Sophie Calle de geur van geld. (Zij vroeg hem: „Als geld een geur had, welke zou dat dan zijn? En niet zomaar geld, maar specifiek: een dollarbiljet dat van hand tot hand gaat.” Hij wist dat.)

Kurkdjian is in Frankrijk ook bekend vanwege zijn museale geurinstallaties. Hij ontwikkelde er eentje voor de hal van het Grand Palais in Parijs, en voor het Franse paviljoen op de Shanghai World Fair in 2011. Voor de fonteinen van Versailles creëerde hij geparfumeerde bubbels in de lievelingsgeuren van Lodewijk de Veertiende (een mix van peer, meloen en aardbei). Van het Franse consulaat in New York kreeg hij de opdracht geparfumeerde bellen over Fifth Avenue te blazen.

Kurkdjian wil de geur bevrijden uit de fles. Parfum mag ook in fonteinen, op leren armbanden, op papieren wierrook, in wasmiddelen! Dat heeft hij ook allemaal gemaakt.

In het zaaltje staren de aanwezige beautyjournalisten naar de rank gebouwde man met de grote oren en de gekromde neus. „Wat draagt u zelf?”, vraagt een van hen.

Kurkdjian zegt: „Ik draag nooit parfum.”

Kreten van verbazing boven de petite patisserie. De parfumeur, een beetje kribbig tegen de journaliste die de vraag stelde: „Schrijft u dan soms iedere dag?”

„Ja”, zegt ze ongemakkelijk. „Eigenlijk wel.”