Schippers sleutelt aan ‘de ruggengraat’

Schippers verrast sector en parlement met een nieuw plan.

Foto Roos Koole/ANP

Het gevaar is geweken. Het gevaar voor de patiënt dat hij de volledige rekening van duizenden euro’s aan het ziekenhuis moet betalen wanneer hij per ongeluk een kliniek kiest die niet in zijn zorgpolis blijkt te vallen.

Het was één van de nachtmerriescenario’s die mogelijk werden door de wetswijziging die minister Edith Schippers (Zorg, VVD) eind vorig jaar in de Eerste Kamer verdedigde. Haar plannen stuitten daar op een onverwacht ‘nee’ van drie PvdA-senatoren, met een crisis in de coalitie tot gevolg.

In de ogen van de PvdA-senatoren zouden zorgverzekeraars te veel macht krijgen, en zij vreesden dat straks alleen mensen met hogere inkomens nog een duurdere polis, en dus een ziekenhuis naar keuze, konden betalen. Andere tegenstanders stelden zelfs, onterecht, dat de ‘vrije artsenkeuze’ volledig zou verdwijnen.

Het kabinet beloofde na de crisis met een aangepast wetsvoorstel terug naar het parlement te zullen komen, maar Schippers heeft anders besloten. Zij presenteerde vrijdagmiddag in Den Haag een geheel nieuw pakket maatregelen om de zorgkosten te verminderen en de selectie op kwaliteit te verbeteren. Ze wil zorgverzekeraars en verzekerden met „positieve prikkels” stimuleren om vooral de zorg voor chronisch zieken beter en goedkoper te maken. Het meest in het oog springende voorstel is dat patiënten, die zich beperken tot de ziekenhuizen en instellingen die hun verzekeraar kiest, korting op hun eigen risico kunnen krijgen. Wie later alsnog naar een ander ziekenhuis wil, betaalt alleen de eerdere reductie van het eigen risico.

De omstreden wetswijziging is daarmee definitief van tafel. Schippers kiest ervoor niet nogmaals de confrontatie met de senaat aan te gaan. Dat is ook meteen de voornaamste kritiek van sommige oppositiepartijen. De mogelijkheid voor een flexibel eigen risico „bestaat al”, zegt Schippers, en hoeft dus niet aan beide Kamers te worden voorgelegd.

Andere aanpassingen wil zij regelen met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) - een doodgewoon regeringsbesluit – in plaats van met parlementaire instemming.

„Ik ben verbaasd dat een grote wetswijziging ineens niet meer nodig is”, zegt ChristenUnie-leider Arie Slob. „De minister wil veel oplossen met AMvB’s en dat vind ik wat verdacht. Er moet breed draagvlak voor zijn.” Slob vraagt zich bovendien af of Schippers niet te veel verwacht van haar prikkels. Dat zorgverzekeraars hun eigen risico bijstellen wordt immers niet afgedwongen. André Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland zegt in een reactie zelfs dat dit „moeilijk uitvoerbaar” is.

Schippers eerdere voorstel was het resultaat van afspraken die zij maakte met verzekeraars, ziekenhuizen, specialisten en de geestelijke gezondheidszorg. Haar nieuwe plannen moeten nog met al die partijen besproken worden.

Het uitgangspunt van de nieuwe maatregelen blijft volgens de minister hetzelfde. Ze wil de uitdijende zorgkosten insnoeren om het systeem betaalbaar te houden. Daarvoor moet de „ruggengraat”, zoals zij het in een brief aan de Tweede Kamer noemt, van het zorgsysteem verbeteren. Die ruggengraat is de manier waarop verzekeraars zorg inkopen bij ziekenhuizen en andere zorgverleners.

Schippers geeft verzekeraars meer ruimte om strenger en selectiever in te kopen: op prijs én kwaliteit. Tegelijkertijd wil ze het voor verzekeraars aantrekkelijker maken om mensen die veel zorg verlangen, zoals chronisch zieken, als klant te hebben. Nu vechten verzekeraars allemaal om de jongste en gezondste – lees: goedkoopste – klanten.

Opvallend is het grote aantal positieve, politieke, reacties op de jongste plannen van Schippers. Dat roept ook een belangrijke vraag op. Waarom probeerde Schippers überhaupt de omstreden zorgwet in te voeren, als zij binnen twee maanden in staat is een schijnbaar elegante variant te vinden om kosten te verlagen en selectie op kwaliteit te stimuleren?