Rijksoverheid neemt zo’n 2.000 schoonmakers weer zelf in dienst

Schoonmakers bij de overheid worden ambtenaren. Het rijk huurt binnen enkele jaren geen schoonmaakbedrijven meer in.

Nederland krijgt er in één klap zo’n 2.000 ambtenaren bij. De rijksoverheid stopt met het inhuren van particuliere schoonmaakbedrijven en neemt zijn schoonmakers weer zelf in dienst. Dat heeft het kabinet gisteren bekendgemaakt na afloop van de ministerraad.

De ministers Blok (Rijksdienst, VVD) en Ascher (Sociale Zaken, PvdA) meldden dit voorjaar al aan de Tweede Kamer dat ze dit van plan waren. Voornaamste beweegreden is het verbeteren van de arbeidsomstandigheden voor de schoonmakers. Daarnaast wil het kabinet dat de schoonmakers „als gewone collega’s” deel uitmaken van de Rijksoverheid.

Gisteren meldden de bewindslieden overeenstemming bereikt te hebben met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden van de nieuwe schoonmakers in overheidsdienst. Die bepalen onder meer dat niemand er in inkomen op achteruit mag gaan. Ook krijgen alle schoonmakers voortaan een reiskostenvergoeding, iets wat volgens de vakbond FNV Schoonmaak niet bij alle schoonmaakbedrijven gebruikelijk is.

De overgang gaat geleidelijk, want de overheid dient alle lopende contracten met schoonmaakbedrijven eerst uit. Daardoor duurt het tot 2020 voor alle schoonmakers ook echt in dienst zijn van de nieuw op te richten Rijksschoonmaakorganisatie, die komt te vallen onder het ministerie van Sociale Zaken.

De eerste schoonmakers zullen in 2016 in dienst komen van het rijk: dan lopen de eerste lopende contracten af.

De schoonmaaksector, die een grote opdrachtgever ziet vertrekken, heeft zich inmiddels bij de overgang neergelegd, maar blijft wel kritisch. „Dit kost de samenleving gewoon geld en levert voor de schoonmakers zelf uiteindelijk niets extra’s op”, aldus voorzitter Hans Simons van de branchevereniging van schoonmaakbedrijven OBS.