Rekentoets: voorbij de politieke nadenkfase

24 januari 2015 – Bij Onderwijs zijn ze lekker bezig. Het moeizaam bereikte compromis om de basisbeurs voor studenten af te schaffen werd deze week in de Eerste Kamer aangenomen. Volgende week willen de bewindslieden groen licht van de Tweede Kamer om door te draven met de inmiddels legendarische Rekentoets. Een verkeerde toets die het

24 januari 2015 - Bij Onderwijs zijn ze lekker bezig. Het moeizaam bereikte compromis om de basisbeurs voor studenten af te schaffen werd deze week in de Eerste Kamer aangenomen. Volgende week willen de bewindslieden groen licht van de Tweede Kamer om door te draven met de inmiddels legendarische Rekentoets. Een verkeerde toets die het verkeerde verkeerd meet.

In beide gevallen dringt de vraag zich op hoe het landsbestuur een goed evenwicht kan vinden tussen windvaan en blind paard zijn. De overheid wil reageren op zorgen en verlangens uit de samenleving, maar niet klakkeloos. De overheid moet daartoe soms nieuw beleid doorvoeren, maar niet drammen tegen inmiddels beter weten in. Dat blijkt lastig.

Deze week werd een mooi project van het ministerie van binnenlandse zaken afgerond dat politiek en samenleving bewust wilde maken van de zogenaamde ‘risico-regelreflex’: de neiging op ieder gebleken risico te reageren met regelgeving. De overheid als windvaan. De samenleving piept of roept, vadertje staat gooit er een verbod of een verplichting tegenaan. En eindigt als blind paard.

Dat is meer dan eens het gevolg: de al te dwingende overheid, die de burger als lastige en onbetrouwbare klant in het gelid zet. Zie alle regelingen die politie en justitie in staat stellen fikse boetes uit te delen zonder dat er een rechter aan te pas kwam, en zonder dat de burger een behoorlijke kans kreeg zich te verweren. Zie de bruuske wijzigingen in de (thuis)zorg die dezer dagen in veel huiskamers voor ontzetting zorgen, vaak zelfs zonder dat brutale keukentafelgesprek. Zeker, alles is goedgekeurd door het parlement. Maar dat vraagt in veel gevallen te snel actie en wordt vervolgens te veel onderdeel van die bars besturende overheid.

De invoering van de Rekentoets in het voortgezet onderwijs lijkt aan beide problemen te lijden. Op allerlei plekken waar echt gewerkt wordt merkten steeds meer mensen dat lieden die van school komen weinig kaas hebben gegeten van cijfers. Opleiders in min of meer technische vakken bij hoger beroeps onderwijs en universiteit klaagden er ook steeds luider over. Beetje laat voor rekenbijles.

Kanniewaarzijn, was eerst de reactie van beleidsmakers, we doen het internationaal toch heel goed. Ja, maar ze weten niet of 0,03030 meer of minder is dan 0,3 - dat is griezelig als je in een nachtdienst snel een injectiespuit moet vullen. Toen ontkennen niet meer hielp trad de regelreflex op. We gaan het nu aanpakken! Niemand van school zonder een voldoende voor de Rekentoets!

Dan snelt de advies- en de toetsindustrie toe. De bewindslieden dekken zich in. Commissies alom. Het levert ook nuttig werk op: te behalen rekenniveaus worden nauwkeurig omschreven. Daarna een toets opgesteld. De eerste resultaten zijn dramatisch. Weer een commissie. Aanpassingen voorgesteld. Enzovoort.

En dan verschijnt de andere overheid, die dwingende, die niet meer kan nadenken, laat staan stoppen. Zoals bij het leenstelsel het moeizame compromis met GroenLinks en D66 móest worden uitgevoerd. Ook al is het waarschijnlijk dat de toegang tot het hoger onderwijs voor mensen met een krappe beurs lastiger wordt, ook al moet Nederland juist kennisland zijn en alle talenten ontwikkelen, ook al weet niemand echt hoe je kwaliteit op bestelling verbetert.

Zo dreigt het nu ook met de Rekentoets te gaan. In het licht van de Griekse verkiezingen, de financiële zondvloed van de ECB en de nieuwe schemeroorlog in Oekraïne is het een stofje op de voorruit. Maar voor een land dat straks zonder grondstoffen moet overleven op slimme creativiteit is goed kunnen rekenen net zo essentieel als hoog water weerstaan.

Staatssecretaris Dekker bestelde een advies dat hem in staat stelde door te gaan met de Rekentoets. De toets gaat meetellen voor het eindexamen, zoals afgesproken. Dat ‘houdt druk op de ketel’. Alleen krijgen scholen iets meer tijd om de kinderen af te richten op de toets. Een 4,5 wordt een tijdje voldoende verklaard. En als de resultaten dan nog te belabberd zijn, tellen ze wat langer niet mee. De vluchtroute is bladzijdenlang beschreven.

Het ministerie van onderwijs hanteert dus liever een 4,5-jescultuur dan doen wat een normaal mens zou denken: eerst je afvragen wat er mis is met het rekenonderwijs, daar aan werken, en dan pas een Rekentoets opstellen die ook test op het rekenniveau dat je hebt vastgesteld. En helemaal aan het eind bepalen of je die toets laat meetellen voor het eindexamen. Niet dus.

Natuurlijk, er zijn tegengestelde standpunten over wat rekenen moet zijn. De huidige rekentoets bevat niet alleen warrige vragen, hij gaat helemaal uit van het idee dat kinderen geen sommen zonder verhaaltje kunnen en hoeven te maken.

Context is koning. Voor het echte rekenen mogen zij de rekenmachine gebruiken. De rekentoets toetst alles behalve rekenen.

Als je die verbale manier van rekenen ook nog es gammel toetst, toets je niks. En benadeel je leerlingen met een taalachterstand. Beter rekenen begint en eindigt idealiter op de basisschool.

Wie dat verzwijgt doet aan symptoombestrijding. Te laat en zonder kans van slagen. Politiek in de blind paardfase.

Hoe zou deze ‘closing of the political mind’ toch komen? Prestige is een te makkelijke verklaring. Onzekerheid verbergen? Een gebrek aan nieuwsgierigheid? Rare eigenschappen in combinatie met de pretentie de normen én de methode te kunnen voorschrijven. Een schoolvoorbeeld van waar Den Haag van moet afkicken.

opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes