Qatar voor nog een laatste vakantiegevoel

Zondag begint de Ronde van Qatar. Dan hebben de renners er al de Dubai Tour opzitten en volgt nog de Ronde van Oman. Koersen in de woestijn is wat anders dan de Cauberg opvlammen. En toch hebben de etappes iets Vlaams en Hollands: waaierkoersen. Soms is het zo erg dat het zeemvel tussen de benen wordt weggeblazen.

Renners genieten van Qatar en Oman, van het exotische decor. Ze worden als prinsjes in de watten gelegd. Slapen in prachtige resorts; weelderige buffetten met fijne vleeswaren en garnalen; geen hijgende supporters. Langs het parcours komen ze geen mens tegen en bij de aankomst worden ze alleen opgewacht door uitgelaten sjeiks. Zon, luxe en vriendelijkheid – nog een laatste vakantiegevoel.

De grote bezieler van deze koersen is wielerlegende Eddy Merckx, met in zijn kielzog Tourorganisatie ASO. Eddy heeft de ruimte en het budget om vrienden en relaties uit te nodigen. Hij is de ceremoniemeester, zij het iets minder pathetisch dan Bernard Hinault in de Tour. Anderhalve glimlach op zijn gezicht volstaat om oliebaronnen te laten knielen. Qatar is nu zijn finest hour. Waar sinds kort ook prestige op het spel staat. „Er wordt echt gekoerst, hoor. Niki Terpstra is niet voor niets de laatste winnaar van Qatar.”

Er wordt vooral veel gesprint. In Dubai presenteerden de Italianen Elia Viviani en Andrea Guardini zich als nieuwe belagers van Mark Cavendish. André Greipel komt er ook zachtjes aan. Tom Boonen heeft aangekondigd dat hij het in Qatar weer als sprinter wil proberen. Van Theo Bos horen we voorlopig niets, hij moet nog wennen aan Zuid-Afrikaanse loondienst.

Eddy Merckx wil het niet hebben over de mensenrechten in Qatar: „Koers is koers en politiek is politiek.” De woorden zouden zo uit de mond van Ronald de Boer kunnen komen. Zijn enthousiasme als ambassadeur voor het WK voetbal in Qatar is even onaangetast. Zijn diplomatieke massages ademen niet de minste ingetogenheid van een gewetensbezwaarde. Eddy Merckx begrijpt dat: „Die Qatarezen zijn echt gek van sport. Ze hunkeren naar de status van prominente sportnatie.”

Wat de FIFA nu meemaakt met de publieke afbladdering van Blatter, kan wielerbonden en organisatoren niet overkomen. Enige protestcultuur is in die kringen onbestaanbaar. Idolatrie staat sociale gevoeligheid in de weg. Het is veelbetekenend dat wielerploegen niet eens een front kunnen vormen tegen UCI en ASO. Zelfs niet voor een rechtvaardige verdeling van televisierechten. In het hele peloton is niet één renner of ploegleider te vinden met hervormingsdrift.

Schapen op een lint getrokken.

Wielrennen is de meest apolitieke sport van alle sporten. Op schermen na, misschien. Nooit zie je een vuist de hoogte ingaan als gebaar van afwijzing en protest. Nooit spreekt een renner zich uit over heikele maatschappelijke thema’s. Zie toch hoe gelukkig Michael Boogerd nu in zijn volgwagen van Roompot zit om achter de renners aan te hengsten in de Ster van Bessèges. Vergeten zijn de licentieperikelen als ploegleider. Een antwoord op de institutionele vernedering van het blonde klimmertje komt er niet meer.

Het peloton is een enclave van rust en onverschilligheid voor la condition humaine. Er is ook geen patron meer, geen stakingsleider. Hinault was de laatste.

Renners zijn van oudsher op zichzelf. Een legende als Merckx, die als kopman doordrenkt was van gezagsverhoudingen, voelt zich niet geroepen tot sociale strijd in Qatar. Ronald de Boer ook niet.

En wij dan? Als een kind zo blij dat de vrolijke zingzang van spaken weer een zomer lang het mooiste volkslied wordt van dorp en stad.