Per kind drie spaarpotten

Vertel je kinderen hoeveel je verdient, zegt Ron Lieber. Hij schreef een boek over geld en opvoeding en hoe lastig dat kan zijn, juist als er genoeg geld is.

Illustratie XF&M

Thijs Berends (Den Haag) was zes toen hij op Koninginnedag van zijn ouders een tientje leende. Drie kwartier later kwam hij weer thuis met 35 euro. Hij had bij de bloemist een doos viooltjes gekocht en die op de vrijmarkt per stuk verkocht. Hij kocht nog een pakje Pokémon-kaarten, maar hield verder de hand stevig op de knip.

Toen Thijs (nu elf jaar) in december hoorde dat de jaarlijkse inzamelingsactie Serious Request van radiozender 3FM in Haarlem plaatsvond, trok hij een zacht vachtje aan en schreef op een bord: knuffel voor 1 euro. In de trein naar Haarlem verkocht hij 142 omhelzingen. Het kostte hem geen enkele moeite de opbrengst van 142 euro af te staan aan Serious Request. „Dat geld was nooit voor mij bedoeld.”

Ron Lieber, journalist voor The New York Times, had Thijs kunnen opvoeren om te laten zien wat hij met zijn boek The Opposite of Spoiled wil zeggen: kinderen begrijpen meer van geld dan je denkt, en geld gaat altijd over waarden. Het laatste dat ouders willen, is dat hun kinderen opgroeien tot verwende monsters, maar hoe krijgen ze dat voor elkaar?

The Opposite of Spoiled, dat deze week in de Verenigde Staten verscheen, heeft als belangrijkste boodschap: praat over geld. Al heel jong vragen kinderen aan hun ouders: ‘Hoeveel verdien jij?’ Veel voorkomende antwoorden: ‘Te weinig’; ‘Eet je bord leeg’; ‘Dat vertel ik nog wel een keer’.

Opvoeders omzeilen de kwestie, vindt Lieber, omdat ze denken dat kinderen het niet snappen, hen nog niet willen blootstellen aan zulke volwassen kwesties. Of „omdat we bang zijn dat we geldwolven van ze maken. Alsof geld iets viezigs is”.

Terwijl bij vragen over geld – en over seks, schrijft Lieber – vaak één simpele wedervraag volstaat: „Waarom vraag je dat?” Dan blijkt meestal snel waar het echt over gaat en hoe specifiek je antwoord moet zijn. Liebers advies: vertel gewoon wat ze willen weten, ze komen er toch wel achter. Of zoals Thijs Berends zegt: „Toen mijn moeder een nieuwe auto kreeg, heb ik wel even gegoogeld wat die kostte.”

Genoeg

In gezinnen waar geld genoeg is, worstelen ouders opvallend vaak met de financiële opvoeding, concludeert Lieber. Wat antwoord je op de vraag: ‘Waarom hebben jullie wel een iPhone en ik niet?’ of ‘Waarom krijg ik geen scooter, terwijl jullie allebei een auto hebben?’. ‘Omdat het niet kan’ is makkelijker uit te leggen dan ‘omdat we dat niet willen’. De vragen van kinderen confronteren ouders met hun eigen gedrag en de vraag waar de grens ligt tussen genoeg en te veel.

Lieber hamert in zijn boek op het verschil tussen ‘wants’ en ‘needs’: wat je wilt en wat je nodig hebt. Als je het erover eens bent dat je kind een telefoon nodig heeft, dan volstaat een oude Nokia. Een iPhone valt daarentegen in de categorie ‘want’. En een kind moet leren dat als hij iets wil wat hij niet nodig heeft, hij er iets voor moet doen: sparen, werken, wachten.

Van een beetje moralisme is Lieber niet vies. In zijn boek gaat hij uitvoerig in op het belang van liefdadigheid en dankbaarheid. De tandenfee, zestienjarigen die een auto willen en dure privéscholen, die in het boek uitvoerig aan bod komen, kunnen we afdoen als Amerikaanse toestanden. Maar de lessen die je eruit kunt trekken, zijn universeel. Daar kunnen ook Nederlandse ouders hun voordeel mee doen.