Overal herkend in Mönchengladbach

Al acht jaar speelt de relatief onbekende verdediger een belangrijke rol bij Borussia Mönchengladbach. „Ik heb de top bereikt.”

Foto Federico Gambarini/DPA

Ergens moest de kop in boulevardbad Bild Zeitung ook wel op een misverstand berusten. Roel Brouwers die niet snapte waarom Bert van Marwijk hem niet selecteerde voor het Nederlands elftal? Haast ondenkbaar. De Limburgse verdediger van Borussia Mönchengladbach is niet het type dat het beleid van een bondscoach betwist. Hij had alleen maar geantwoord dat hij „niet wist” waarom hij niet was opgeroepen. Dat Bild dit misschien wel bewust interpreteerde als kritiek, kon hij niet voorzien.

De ‘miscommunicatie’ met de krant dateert alweer van begin 2010, maar blijft kenmerkend. Roel Brouwers in de Bundesliga: dat is een relatief klein ego tussen spelers van naam en faam.

Dat zelfbewustzijn is misschien ook wel de reden dat hij het al acht jaar volhoudt in de stad waar het volk zich ooit laafde aan iconen als Jupp Heynckes, Günter Netzer en Lothar Matthäus. Dat waren smaakmakers, Brouwers is meer een dienende speler. Een nuttige waterdrager die trainer Lucien Favre zorgeloos van de reservebank kan plukken. „Roel kun je ’s nachts wakker maken voor een wedstrijd”, zei de Zwitser onlangs in de pers.

Zonder warming-up

„Leuk om te horen”, zegt Brouwers als hij heeft plaatsgenomen in een skybox van het imposante Borussia-Park (54.000). „Ik ben er heel vaak ingekomen uit het niks, na een blessure van een teamgenoot bijvoorbeeld, zonder warming-up. Ik denk dat hij dat bedoelt. Dat hij me erin zet en vervolgens op me kan vertrouwen.”

Brouwers had nog geen vijftig wedstrijden voor Roda JC gespeeld toen hij op 23-jarige leeftijd bij SC Paderborn tekende. Zijn trainer was Jos Luhukay, die hem twee seizoenen later meenam naar Mönchengladbach, waar de twee in hun eerste jaar meteen promoveerden naar de Bundesliga. Geleidelijk vestigden Die Fohlen zich daarna aan de top van het klassement. De ploeg staat momenteel vierde, en speelt over twee weken in de Europa League tegen Sevilla.

Gelet op de allure van Borussia is het niet vreemd dat Brouwers zo lang mogelijk in Gladbach wil blijven. Hij begeeft zich wekelijks in uitpuilende stadions, ontvangt een salaris dat hij denkt te kunnen vergelijken met bedragen bij Ajax en PSV en woont ondertussen bij zijn ouders om de hoek in Limburg. Tussen twee trainingen door zou hij zelfs naar zijn huis in het Limburgse Voerendaal kunnen rijden. „Maar als mijn vrouw en kinderen niet thuis zijn, kan ik net zo goed hier blijven. Beetje op de bank liggen, me laten masseren.”

Alles wordt voor de spelers geregeld. Fysio’s staan altijd klaar, net als mensen van het materiaal. Licht gegeneerd vertelt Brouwers dat een van de medewerkers nu zijn voetbalschoenen aan het poetsen is, zodat ze weer blinken voor de tweede training van de dag. Bij Roda gebeurde dat niet. „Ik ben eraan gewend, maar van mij hoeft het niet. Ik kan het toch net zo goed zelf?”

Hij geeft met plezier een rondleiding door het stadion, dat sinds 2004 als vervanging dient voor de nostalgische Bökelberg. Eerst langs de gigantische zaal voor sponsoren, dan het restaurant waar ze onder meer Fohleneis verkopen - so cool schmeckt Fußball - en tot slot richting kleedkamers, waarvan zowel die van Borussia als van de gasten is uitgerust met sauna en warm bad. In die van Gladbach zit ook nog een koud bad. „Warm en koud baden achter elkaar versnelt het herstel van de spieren”, verklaart Brouwers. „Een kijkje nemen kan helaas niet. Er liggen spelers te slapen.”

Rainer Bonhof

Verderop in het stadion treft hij vicepresident en ‘landgenoot’ Rainer Bonhof (62), met wie hij meer gemeen heeft dan je op voorhand zou denken: allebei zijn ze misschien wel bekender in Duitsland dan in het land van hun ouders. Al is Bonhof op papier een Duitser, hij stamt uit een Nederlands gezin. Maar hij kon dankzij zijn geboorte in Emmerik worden verleid om de Duitse nationaliteit aan te nemen. Niet veel later won hij met Duitsland het WK van 1974, ten koste van uitgerekend Nederland.

Zo goed en bekend zal Brouwers niet worden. In Mönchengladbach wordt hij naar eigen zeggen op elke straathoek herkend en in 2010 werd hij met sterspeler Marco Reus zelfs clubtopscorer, maar opgeroepen voor Oranje is hij nooit. „Bert van Marwijk is dat jaar wel geweest bij de wedstrijd tegen HSV, maar volgens mij was dat meer voor Ruud van Nistelrooij die toen bij HSV speelde. Als de bondscoach op de tribune zit, ga je toch stiekem hopen, maar helaas is het nooit gebeurd”, zegt Brouwers.

Sterker nog: hij speelde ook nooit een jeugdinterland. „Ik ben een keer mee geweest met Jong Oranje, maar toen heb ik niet gespeeld. Uit tegen Wit-Rusland was het. Sliep ik met Khalid Boulahrouz op een kamer.”

Binnenkort hoopt hij weer voor een jaar te kunnen bijtekenen. Kan dat niet, dan zal Brouwers niet op zijn achterste poten gaan staan. De mandekker is tevreden met zijn carrière en heeft al meer bereikt dan hij had gedacht. „Als je mij ooit had gezegd dat ik acht jaar bij een club als Mönchengladbach zou spelen, had ik gezegd dat je gek was. Maar via een omweg heb ik toch de top van het voetbal bereikt en het maximale eruit gehaald.”