Oost-Oekraïne: Weg uit de strijd

Vrijdag gold een staakt-het-vuren rond de belegerde stad Debaltseve. Inwoners kregen de kans om te vertrekken, voor een keer veilig langs de frontlinies. Richting Kiev of richting Donetsk.

Foto Pierre Crom

De afspraak was dat er niet zou worden geschoten tijdens de evacuatie. Maar terwijl de vluchtelingen zich verzamelen voor het kapot geschoten gemeentehuis van Debaltseve, klinken er keiharde knallen, van heel dichtbij. Iemand vuurt hier mortieren af.

Schendt Oekraïne soms de wapenstilstand? Oekraïense militairen halen hun schouders op. „Het zijn de opstandelingen”, zegt de militaire arts Anatoli Skljar. „Ze willen het staakt-het-vuren gebruiken om Debaltseve te veroveren”.

Het is een provocatie, zeggen burgers voor het gemeentehuis. Als er straks wordt teruggeschoten, ontstaat er een bloedbad hier op het plein – en dan hebben de separatisten het gedaan.

Twee weken geleden had niemand nog van Debaltseve gehoord. Maar op 29 december openden de opstandelingen een groot offensief tegen het Oekraïense leger, en sindsdien figureert dit verwaarloosde industriestadje in verklaringen van de Verenigde Naties en in artikelen op de voorpagina’s van de internationale pers. „De hele wereld kent ons nu toch”, snikt de gepensioneerde Irina Ivanovna, die zo snel mogelijk een plaatsje heeft gezocht in de bus. „Waarom komt niemand ons helpen?” Met beide handen omklemt ze de halsband van Lotta, het trillende hondje van haar vriendin.

Debaltseve moet de tweede grote overwinning worden van de pro-Russische opstandelingen, sinds de oorlog eind december weer in alle hevigheid is opgevlamd. In de afgelopen weken hebben de goed uitgeruste strijders van de ‘Volksweer’ het vliegveld van Donetsk op het Oekraïense leger bevochten. Nu proberen de opstandelingen bij Debaltseve het Oekraïense leger in de tang te nemen. Tussen Donetsk en Loegansk vertoont het Oekraïense front een smalle uitloper naar het zuiden. Een korte blik op de stafkaart maakt duidelijk wat het strategische belang is van Debalsteve. Als de opstandelingen hier weten door te breken, zitten duizenden Oekraïense militairen in de val.

Het humanitaire konvooi vertrekt om half twaalf, bijna volgens planning. Behoedzaam manoeuvreren de bussen langs uitgebrande tanks. Een week geleden was Voeglogorsk nog in handen van het Oekraïense leger. Nu is dit de meest vooruitgeschoven post van de Volksrepubliek Donetsk. De bevolking heeft een zware prijs betaald voor hun ‘bevrijding’ van het ‘fascistische’ regime in Kiev. Voeglogorsk is volledig in elkaar geschoten door de pro-Russische artillerie.

Maar vandaag mag hier niet worden gevochten. Na lang aandringen van de VN hebben de strijdende partijen een overeenkomst bereikt. Vrijdag zijn de toegangswegen naar Debaltseve geen schootsveld, maar humanitaire corridors, waarlangs de burgerbevolking zal worden geëvacueerd. Langzaam kruipen de bussen voorbij de laatste voorpost, het mistige niemandsland in.

Ook vanaf de Oekraïense kant beweegt een konvooi in de richting van de zwaar bevochten stad. De burgers van Debaltseve kunnen vandaag kiezen: uitwijken naar Oekraïne, of evacueren naar de Volksrepubliek Donetsk.

Die keuze is een pragmatische. De Russisch-sprekende bevolking van Debaltseve heeft niet veel op met de Oekraïense militairen. „Kijk die soldaat daar”, zegt Svjatjeslav Leontinov. „Waarom draagt hij een bivakmuts? Dan kun je toch geen goede bedoelingen hebben?”

Toch prefereert een meerderheid de relatieve veiligheid van het Oekraïense achterland boven een vlucht naar Donetsk. Ondanks het offensief van de opstandelingen ligt de hoofdstad van de ‘Volksrepubliek’ nog altijd binnen het bereik van de Oekraïense artillerie. Deze week nog kwamen vijf burgers om het leven, toen een granaat neerplofte terwijl burgers in de rij stonden voor hulp. Zowel Kiev als de regering in Donetsk ontkent elke verantwoordelijkheid.

Anja en Dima Sjoejski hebben gekozen voor Oekraïne. „Donetsk is ook niet veilig”, zegt Anja. Eind juli vluchtten ze voor het offensief van het Oekraïense leger. Na de besprekingen in Minsk en de wapenstilstand keerden ze terug naar hun huis, dat ze met pijn en moeite bij elkaar hadden gespaard, maar waarvan nu geen raam meer heel is. „Er was geen elektriciteit en geen verwarming”, vertelt Dima. „De kelder stond onder water. En dus hebben we twee weken zitten bibberen in de gang.”

Er zijn ook genoeg burgers trouwens die niet vertrekken. „We kunnen nergens heen”, zegt een jonge vrouw die met haar zoon in de rij staat – niet om te vertrekken, maar voor het voedsel dat hier wordt uitgedeeld. Anderen in de rij vallen haar bij. „Dit is ons vaderland”, roept iemand. De jonge vrouw knikt. „We zijn niet van plan om dood te gaan.”

Dan is het tijd voor de bussen om te vertrekken. Het Oekraïense konvooi slaat links af, naar het noorden. Het konvooi van de Volksrepubliek gaat naar rechts. De regering in Donetsk heeft rekening gehouden met honderden vluchtelingen, maar het twintigtal bussen dat langs de Oekraïense stellingen rijdt, is praktisch leeg.

Als het konvooi de pro-Russische stellingen nadert, haalt iedereen opgelucht adem. Maar dan houdt de colonne opnieuw halt, langs de spoorlijn, waar de bomen hun takken hebben verloren door de bombardementen van de afgelopen dagen. Pro-Russische strijders willen eerst alle alle bussen controleren. Een van de strijders stapt af op de Oekraïense verbindingsofficier die het konvooi begeleidt.

„Waarom zijn jullie hier naartoe gekomen met jullie leger?”

„Ik kom hier ongewapend”, zegt de officier. Hij kijkt schichtig heen en weer. De strijder richt de loop van zijn geweer op de Oekraïner. Nu raken ook de officieren van het Russische Leger enigszins ongerust. De Russen maken deel uit van het centrum dat moet toezien op de naleving van het staakt-het-vuren, en begeleiden het konvooi samen met de OVSE.

„Waarom zijn jullie hier?”, vraagt de strijder nog eens. In de verte gromt de artillerie.

De Oekraïner draait zich om en loopt weg. „Wacht, wacht”, zegt de separatist. „Ik wil alleen maar discussiëren.”