‘Onredelijkheid heeft me ver gebracht’

Willemijn Verloop

(44) is de oprichter van War Child. Nu zoekt ze aandacht voor een nieuwe sector: sociaal ondernemen.

Scheel

„Ik ben scheel geboren. Mijn hele lagere schoolperiode liep ik met oogpleisters. Maar het gekke was dat het me niet boeide. ’s Morgens kwam ik met de tekendoos naar de ontbijttafel en dan maakte mijn moeder een tekeningetje op de pleister. Als het buiten vroor tekende ze een schaats, en als de zon scheen een palmboompje. Ik ging iedere dag huppelend het huis uit. Toen ik geopereerd werd kreeg ik van mijn klas tekeningen van mij in een ziekenhuisbed. Heel cool. Nare dingen zoals de narcose of de operatie herinner ik me veel minder goed. Dat is een fijn afweermechanisme.”

Zelfvertrouwen

„Mijn ouders waren geen idealisten, maar wel heel actief in schoolbesturen en sportclubs. Ze gaven me het gevoel dat alles mogelijk was. Het maakt niet uit wat anderen vinden, als je zelf maar plezier hebt. Zo ging mijn vader met veel genoegen in een jurk het podium op bij de hockeyclub, of regelde hij dat we allemaal met badmutsen naar een schooltoernooi kwamen. Dat soort gebeurtenissen gaven me een flinke dosis zelfvertrouwen. Mijn ouders deden dingen absoluut niet standaard, helemaal niet voor zo’n klein dorp als Bilthoven.”

Existentiële vragen

„Toen ik net begon met studeren overleed Marlous, het zusje van mijn toenmalige vriendje. Ze was midden twintig, kreeg borstkanker en haalde het niet. In de laatste fase van haar leven zette ze bij alles vraagtekens. Doe ik dit omdat ik het zelf wil, of omdat anderen het van me verwachten? Die vragen zetten ook mij aan het denken. Ik verloor een jaar studie met uit het raam kijken, over de hei lopen en met vrienden filosoferen. Waarom studeerde ik eigenlijk geschiedenis en deed ik niet de kunstacademie? Uiteindelijk ben ik doorgegaan, omdat ik het zo leuk vond en van het vak hield.”

Blije hippie

„Met War Child brachten we iets wat er nog niet was. Psychosociale hulp werd twintig jaar geleden als luxe gezien. Ik herinner me nog een krantenkop uit die tijd: Triangels in het slachtveld. Men zag ons als een stelletje blije hippies. In een oorlogsgebied ging je brood en medicijnen brengen, niet muziek maken. Wie dacht ik dat ik was met m’n 24 jaar, zonder netwerk, conflictervaring of hulpverleningsachtergrond. Nu wordt de positieve impact van muziek op oorlogstrauma’s overal erkend, maar toen moesten we echt door een maatschappelijke weerstand heen breken.”

Kindsoldaten

„Wat me verreweg het sterkst is bijgebleven uit die tijd van War Child zijn gesprekken met kindsoldaten uit Sierra Leone. Kinderen die vertellen hoe ze buiken van zwangere vrouwen opensnijden om te zien of er een jongetje of meisje in zit. Of verhalen over kannibalisme of het afhakken van handen. Ik wist dat ik soms tegenover grote seriemoordenaars zat en tegelijk besefte ik dat het kinderen waren van een jaar of twaalf. Keer je je dan af, of verbind je je? Aan het einde van het gesprek pakte zo’n kind m’n hand om een tekening te laten zien die hij die ochtend had gemaakt. ”

Koplopers

„Mijn droom met Social Enterprise is nog veel groter dan toen met War Child. We zijn in een samenleving verzeild geraakt waarin succes wordt afgemeten aan de hoogte van je salaris in plaats van hoeveel waarde je creëert en hoe je het leven beter maakt voor elkaar. Dát zou de norm voor succes moeten zijn. Daarom wil ik dit veld van sociale ondernemers zichtbaar maken. Want we hebben het hier niet over geitenwollensokkentypes, maar over koplopers voor een heel nieuw samenlevingsmodel: geld verdienen én de wereld beter maken.”

Onredelijkheid

„Onredelijkheid heeft me ver gebracht. Het is onredelijk om als 24-jarige in een oorlogsgebied te gaan zitten. Het is onredelijk om te denken dat ik samen Mark Hillen een hele sector van sociale ondernemers kan bouwen. Maar we zouden allemaal onredelijker moeten worden! Alleen als je onredelijk bent, kun je veranderen, omdat je niet accepteert hoe het is. Ik bedoel niet een soort domme naïviteit, maar onredelijk omdat je weet dat een samenleving het belang nog niet ziet, maar jij het toch gewoon gaat doen.”