Oliefeestje in Texas is opeens voorbij

De afgelopen jaren verdienden ze geld als water dankzij de schalierevolutie, maar nu moeten Texaanse olieboeren hun putten sluiten. De olieprijs is te laag. Gelukkig komt de jongste oliecrisis op een goed moment.

Winning van schalie-olie en gas op het Texaanse platteland, zoals hier in het plaatsje Three Rivers in Zuid-Texas. Links het onderkomen van rondreizende oliewerkers. Foto’s Hollandse Hoogte

David Martin Phillip (64) heeft altijd op zijn zakelijke instinct vertrouwd. „Als ergens een feestje is”, zegt hij, „zorg ik dat ik er als eerste ben”. De Texaanse veeboer handelde in vlees, toen in uranium, daarna olie, en nu is het schaliegas. De 300 hectare land die hij bezit, rondom zijn ranch, verpacht hij aan grote energiebedrijven.

Phillip verdiende tot voor kort miljoenen met schaliegas. Een hectare land kostte bij hem vijf jaar geleden nog 4.000 dollar. Sinds het in 2010 mogelijk werd schaliegas te winnen onder de Eagle Ford Shale, steeg de prijs naar 200.000 dollar. Phillip kocht van de inkomsten vier radiostations, die onder de naam No Bull Radio precies brengen wat hij wil horen: countrymuziek en regionaal olienieuws.

Het is vandaag vooral somber nieuws dat uit zijn transistorradio komt. Zojuist hoorde hij dat het Canadese bedrijf GasFrac stopt met het boren naar schaliegas in Texas. Er vallen 200 ontslagen. „De schaliegaskoorts loopt alweer ten einde. De installaties op mijn land zijn nog open, maar de productie is hard teruggelopen.”

Zo gaat dat op feestjes, zegt Phillip met een glimlach. „Ik was er vroeg bij, en heb nog wat kunnen halen. De meeste anderen kwamen te laat. Nu is de drank op, en de leuke meisjes zijn al naar huis.”

Het district Karnes, in het zuidoosten van Texas, is geen plek voor dromers. Het spookstadje Helena, dichtbij Phillips’ ranch, noemt zichzelf ‘de ruigste plaats op aarde’. Hier werd in de negentiende eeuw het Helena Duel uitgevonden: conflicten werden beslecht door mensen met de linkerarm aan elkaar vast te binden en beide een mes te geven. Later werd de streek bekend om zijn spookhuizen.

Een paar jaar geleden veranderde dat. Al decennia was bekend dat er schaliegas en -olie onder de grond lag, diep in de Eagle Ford Formatie. In 2011, toen het technisch mogelijk werd horizontaal in het gesteente te boren, begon er een schaliegaskoorts. Na North Dakota en Alaska produceert dit gebied de meeste schalieolie en -gas.

Saoedi-Arabië slaat terug

De inkomsten in het gebied bedroegen 87 miljard dollar, en er kwamen ruim 150.000 banen bij. Vorig jaar wist Texas een recordaantal van 3 miljoen vaten olie per dag uit de grond te halen, landelijk werden 11 miljoen vaten geproduceerd. President Obama wilde zijn land energieonafhankelijk maken, zei hij. Of in ieder geval: minder verslaafd aan het Midden-Oosten.

Maar Saoedi-Arabië sloeg terug. De olieprijs zakte, van 115 dollar per vat in juni, tot 49 dollar nu. Leuk voor Amerikaanse consumenten, die minder dan 50 eurocent per liter benzine betalen. „Maar het is dramatisch voor de Amerikaanse schaliegasindustrie”, zegt econoom Bill Gilmer van de University of Houston.

Gilmer was tot voor kort als vicepresident van de Federal Reserve in Texas betrokken bij de opbouw van de schaliegasindustrie. „De Saoedi’s hebben de olie zo goedkoop gemaakt, dat we niet om hun olie heen kunnen. Ze weten dat de olieprijs minstens zeventig dollar per vat moet zijn om schalieolie en -gas rendabel te laten zijn. Het produceren hier is nu eenmaal veel complexer en duurder.”

Volgens Gilmer is het niet de bedoeling dat de Amerikaanse industrie even een knikje vertoont, hij moet echt kapot. „Daarom is dit een proces van lange adem. Ze willen de industrie hier echt een halt toeroepen. Daar is meer tijd voor nodig. Als dat gebeurd is, zal de prijs weer stijgen.”

De gevolgen zijn al merkbaar in Texas. Het aantal actieve boorinstallaties is sinds oktober gedaald van 954 naar 794. Ondernemer David Martin Phillip: „Dat aantal zegt niet alles. De installaties op mijn ranch produceren nog, omdat ik de oliebedrijven daar contractueel toe verplicht heb. Maar ze halen maar een klein beetje boven, omdat je het spul met deze prijzen beter in de grond kunt laten zitten. Dat gebeurt op meer plekken.”

Het stadje Cuerno, niet ver van Karnes City, is de uitvalsbasis voor veel oliebedrijven. Op het eerste gezicht is er niets te merken van een neergang. Vrachtwagens rijden af en aan. In het Gerechtsgebouw tekent rechter Daryl Fowler nog altijd nieuwe vergunningen om te boren op privégrond. „Tot nu toe is de grote klap nog niet gekomen”, zegt hij. „De meeste oliebedrijven hier zijn multinationals, geen lokale ondernemingen. Die raken niet snel in paniek.” Volgens Fowler wordt er 20 procent minder schalieolie geproduceerd in het district DeWitt, dat hij bestuurt.

Halvering van de productie

Fowler staat voor een landkaart van DeWitt, die vol staat met horizontale zwarte strepen – de vele honderden boorinstallaties. „Als de olieprijs langer zo laag blijft, voorzie ik een productiedaling van 50 procent, op zijn minst. En dan hebben we hier een gigantisch probleem. Het is frustrerend dat we als kleine gemeenschap afhankelijk zijn van gebeurtenissen op wereldschaal.”

Dit is het probleem waar Fowler op doelt: de 20.000 inwoners van DeWitt zijn conservatieve Republikeinen. Geld uitgeven mocht hij niet. Maar de laatste jaren – er was toch genoeg – veranderde dat. Fowlers budget steeg van 12 naar 44 miljoen dollar. „Driekwart daarvan gaat op aan het verbeteren van de wegen”, zegt hij. „De vele vrachtwagens hebben al het asfalt vernield.”

Fowler deed ook iets dat hij als zuinige Republikein nooit eerder had gedaan: hij stak het district voor 76 miljoen dollar in de schulden. Hij had het plan om de verouderde scholen te renoveren, en de burgers gingen per referendum akkoord. „Er zijn door alle bedrijvigheid driehonderd kinderen komen wonen, en de scholen waren toch al hopeloos verouderd. We wilden eens echt gaan investeren.”

Om de schulden af te betalen, mag de industrie in Texas niet instorten. Fowler is er dus alles aan gelegen dat de bedrijven blijven komen. Maar het ziet er nog niet goed uit. In 2013 tekende de rechter nog 450 boorvergunningen. De afgelopen twaalf maanden waren dat er zeventig. Het wordt stiller aan zijn bureau, geeft hij toe.

Volgens econoom Bill Gilmer zijn de problemen in Texas „serieus”. Alleen al de stad Houston, waar veel hoger opgeleiden in de olie-industrie werken, kan dit jaar 25.000 banen verliezen. Vorig jaar kwamen er nog 50.000 banen bij.

Maar, zegt Gilmer er meteen bij, „we hebben dit eerder, en veel erger meegemaakt. De daling van de olieprijs in de jaren tachtig heeft ons vier jaar in een economische crisis gestort. De financiële crisis van 2008 was ook dramatisch. Deze keer verwacht ik dat het een tijdelijke dip is.”

Een energiecrisis kan alleen desastreus worden als er andere negatieve factoren zijn, zegt Gilmer, zoals de huizenbubbel in 1982 en 2008. „Je zou kunnen zeggen: deze prijsdaling had niet op een beter moment kunnen komen. De werkloosheid is laag, de ergste financiële crisis hebben we achter ons. Als ik een moment had mogen kiezen voor een oliecrisis, dan is dat nu.”