Negatieve rente is het nieuwe normaal

Europa komt in de ban van negatieve rentes. Het grote opkoopprogramma van de ECB verstoort de financiële markten behoorlijk.

Nederlandse rente tot 5 jaar negatief

Finland had woensdag de primeur, toen het als eerste euroland een staatsobligatie met een looptijd van vijf jaar veilde tegen een negatieve rente. Het kwam erop neer dat beleggers bereid waren geld toe te leggen op hun lening aan de Finse staat. Zo gewild waren de papieren.

In de secundaire markt, waar staatsleningen na uitgifte worden verhandeld, zijn beleggers al langer blij als ze mogen betalen om hun geld uit te lenen (zie grafiek). De effectieve rentes op Duitse en Nederlandse leningen met een looptijd van enkele jaren zijn al een tijdje negatief, en dit effect schuift steeds een beetje op naar langere looptijden. Nog even en ook de tienjaar raakt het nulpunt. In Zwitserland is dat al zover.

Het komt allemaal door de Europese Centrale Bank (ECB), die na maanden van zinspelingen twee weken geleden een groot geldverruimingsprogramma aankondigde. Vanaf maart gaan de negentien nationale centrale banken in de eurozone namens de ECB gezamenlijk voor ongeveer 50 miljard euro per maand aan staatsobligaties kopen. In anderhalf jaar tijd wil de ECB ruim 1.100 miljard euro in de economie pompen.

Dat hier aanleiding toe is werd woensdag onderstreept toen bekend werd dat de inflatie in de eurozone in januari is gedaald tot -0,6 procent, het laagste niveau in het bestaan van de euro. Door meer geld in omloop te brengen wil de ECB de prijzen weer laten oplopen, in de richting van de 2 procent, zoals de doelstelling is.

ECB-president Mario Draghi is maanden bezig geweest de eurozone hiervoor warm te maken. Tijdens die periode hebben beleggers in grote hoeveelheden staatspapier van eurolanden ingeslagen. Dit in anticipatie op het moment dat de ECB zich als koper op de markt zou begeven. Een partij met zo’n grote honger zou de koersen vast flink opdrijven. Dat dit nu ook gebeurt is te zien aan de effectieve rentes: die bewegen zich tegenovergesteld aan de koersen van de obligaties en dalen hard.

Ook Nestlé negatief

Veel beleggers zien weinig andere veilige plekken om hun geld te stallen. Het ging deze week zelfs zo ver, dat zij bereid bleken om geld toe te leggen op een obligatie van een bedrijf, de Zwitserse chocolademaker Nestlé. „Het komt mij sterk voor dat een bedrijf risicovrij is”, zei Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, hierover.

Knot, die tegen het opkoopprogramma van de ECB is, wees er donderdag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer op dat „bijna de hele eurozone zich tegenwoordig goedkoper kan financieren dan Noorwegen”, terwijl de staat van de economie in de meeste, zo niet alle landen daar geen aanleiding toe geeft.

Het is prettig voor overheden als zij goedkoop kunnen lenen op de kapitaalmarkt, maar een land kan ook te veel in trek zijn. In Denemarken is het ministerie van Financiën vorige week gestopt met het uitgeven van nieuwe staatsobligaties. De afgelopen weken investeerden beleggers hun kapitaal massaal in Denemarken, dat geen euro heeft, maar wel een triple-A-status.

Het opkoopprogramma van de ECB heeft mede tot gevolg dat de waarde van de euro sterk daalt ten opzichte van de dollar. Dit komt de eurozone ten goede, omdat het de export goedkoper maakt en zo economische groei stimuleert. Maar voor valuta die aan de euro zijn gekoppeld, levert het problemen op.

Drie weken geleden al besloot de Zwitserse centrale bank om de koppeling van de frank los te laten. Beleggers kochten zoveel franken dat het te duur werd om de koppeling van minstens 1,20 frank per euro vast te houden. Nadat de centrale bank dit plafond had losgelaten, en de koers van de frank de lucht in schoot, richtten speculanten zich op de Deense kroon, om te zien of de centrale bank daar dezelfde stap zou zetten.

Litouwen heeft per 1 januari de euro in gebruik genomen, waardoor Denemarken nog het laatste land is dat zijn munt aan de euro heeft gekoppeld. Nadat de bevolking in 2000 per referendum de euro had afgewezen, werd besloten dat er 7,46 kroon in een euro moeten gaan, met een officiële bandbreedte van 2,25 procent. In de praktijk houdt de centrale bank die kleiner.

Onbekend terrein

Door die belangstelling voor de kroon moet de centrale bank de ene na de andere ingreep doen om de koppeling in stand te houden. In Zwitserland zijn de gevolgen van het loslaten groot: Zwitserse producten zijn opeens veel duurder, wat nu al leidt tot winstwaarschuwingen en loonverlagingen.

Donderdag verlaagde de Deense centrale bank de depositorente, het tarief dat banken betalen om er hun geld onder te brengen, voor de vierde keer in drie weken. Het tarief staat nu op -0,75 procent, even laag als de Zwitserse depositorente. De twee landen hebben verder gemeen dat zij momenteel de laagste effectieve rentes ter wereld hebben.

Gouverneur Lars Rohde verklaarde donderdag dat hij „alles zou doen wat nodig is” om de koppeling te verdedigen. Op de vraag hoe ver hij kan gaan met het laten zakken van de depositorente antwoordde hij: „We moeten bekennen dat we ons op onbekend terrein begeven.” Economen gaan ervan uit dat verdere verlagingen in aantocht zijn.