Natuurlijk, biologisch, groen, vers, oer, echt

Wie op de verpakking van zijn lekkernij leest dat er natuurlijke smaakstoffen in zitten, denkt dan niet aan een product dat wordt geproduceerd door bacteriën en gisten. Toch is dat vaak zo. Steeds vaker. Sinaasappelsmaak uit het reactorvat is makkelijker en goedkoper dat het uitknijpen van de rasp van sinasschillen. Nieuwe Europese wetgeving staat die naamgeving toe en een keur van biotechnologiebedrijven is er op gesprongen. Zij kunnen hun ‘kleijne diertgens’ heel goed een nieuw kunstje leren. Hester van Santen vertelt verderop in deze bijlage een fascinerend verhaal van innoverend ondernemerschap, biotechnologische hoogstandjes én verzet bij ‘Vrienden van de Aarde’.

In gewone mensentaal is het natuurlijk misleidend om de uitscheiding van die bacteriën en schimmels natuurlijk te noemen. Want deze ijverige bacteriën ruiken van nature niet naar appelsien of pompelmoes. Dat feit wordt niet weggenomen door het taalkundige foefje van wetgever en fabrikant: bacteriën zijn toch natuurlijk?

Materieel is de smaakstof is de sinappelsmaak uit een kweekvat dezelfde als die uit de sinaasappel. Je kan best zeggen: wat maakt het uit? We kauwen al jaren koeken met synthetische amandelsmaak weg of likken aan ijsjes met synthetische peren-, frambozen- of aardbeiensmaak – zonder negatief bijgevoel. Maar dan staat op de verpakking het woord ‘natuurlijk’ niet gecombineerd met ‘aroma’.

Van grotere afstand bekeken is het ongemakkelijke gevoel over de microbiologische herkomst van de ‘natuurlijke stoffen’ een symptoom van onze ietwat vreemde houding ten opzichte van natuur. Het grootste probleem is dat wij verliefd zijn op de sfeer van bijvoeglijke naamwoorden als natuurlijk, biologisch, authentiek, puur, boeren, vers, groen, echt, slow, scharrel, ambachtelijk, traditioneel, oer. In onze consumptiemaatschappij willen we leven in een verhaal van vroeger en daarbij zijn we met een enkel woord al tevreden. Niet erg slim eigenlijk.