Maar jihadisme heeft buitenlandse oorzaak

Jihadisme ontspringt uit een getraumatiseerde generatie in Irak en Syrië, vindt Nourdin El Ouali.

In de strijd tegen het jihadisme lijkt het Westen slechts twee uitwegen te zien. Of het gedoogt ondemocratische krachten waar we zaken mee kunnen doen, of het duldt anarchie waar jihadisten zich vrij wanen. Dat is niet de goede manier. Tijdens de Arabische Lente, in 2011, manifesteerden zich juist pro-democratische krachten zich op straat: moslimdemocraten, alawitische liberale democraten, christelijke mensenrechtenactivisten. En veel jonge mensen, zonder echte politieke agenda. Zij wilden in vrijheid een menswaardig toekomst opbouwen.

Nu zijn zij in een internationaal schaakspel beland – en ze weten niet waar dit moet eindigen. De Islamitische Staat (IS) lijkt momenteel het enige probleem; ook onze F-16’s bombarderen stellingen, samen met een internationale coalitie. Dat lost het probleem niet op, maar drijft eerder de rest van de wanhopige soennieten in handen van de zó gevreesde extremistische groepering. Vaak zijn het extremistische-shi’itisch milities die luchtdekking krijgen van onze piloten. Milities die dichter bij de IS-visie staan dan bij onze waarden en normen.

Die piloten doen hun plicht en voeren een democratisch besluit uit. Ik wil onze militairen niet bekritiseren – wel het gebrek aan historisch besef van ons kabinet en gebrek aan politiek inzicht. Vanaf het begin hebben de mujahedeen, zoals de Westerse media hen toen noemden, geen geheim gemaakt van hun globale ambities. Het alawitische bewind van Assad sr., vader van de huidige Syrische president, stond al in het vizier van de IS-strijders. Dat was niet het begin van de salafistische jihad, maar wel het startschot voor een internationale campagne en verdere radicalisering ervan. De militarisering leidde tot een verdere polarisatie tegenover het Westen. Steeds vaker ook, keerde de politiek-islam zich met geweld tegen de eigen regeringen.

In 2008 versloegen sunnitische Arabieren zelf de voorloper van IS, al vergde dat grote offers. De centrale regering in Bagdad bedankte hen met verdere politieke marginalisering, etnische zuivering, gewelddadige shi’itische milities die op huisbezoek kwamen en mysterieuze verdwijningen van jonge mannen. Onderwijl proostte men in Westerse hoofdsteden; daar keerden we onze blik naar binnen toe. In de tussentijd groeide IS uit tot een regionale speler, die aansluiting vond bij gedesillusioneerde sunnieten in Syrië.

De organisatie van de zelfverklaarde Kalief al-Baghdadi bedient zich van een scherpe militaristische interpretatie van de islam. Het heeft geen zin te vragen of dit islam is of niet. De kernvraag is: Waarom zijn moslims nu zo gewelddadig? En: Zijn zij heel anders dan de jonge seculiere militanten in Riad in het midden van de vorige eeuw? De eerste terroristische aanslag in Saoedie-Arabië werd uitgevoerd door een radicaal-revolutionaire organisatie.

Het antwoord is ja, want het ideologische kader is gevormd uit een interpretatie van de islam. Deze interpretatie, die alle onderdrukking wist te overleven, is gemuteerd tot een agressieve vorm. Ja, want hun geweld verschilt weinig van het geweld van de tegenstanders – al leggen de extremisten hun daden expliciet op beeld vast. En het antwoord is ook nee, het geweld van IS is niet anders dan al het politiek geweld dat de mensheid heeft gekend. Het is slechts een disproportioneel antwoord in een zeer disproportioneel onrechtvaardig werelddeel.

Dat de Damasceense 13de-eeuwse geleerde Ibn Taymiyyah vaak door salafistische jihadisten wordt aangehaald als legitimering, bewijst dat we hier hebben te maken met een getraumatiseerde generatie. Ibn Taymiyyah was een product van zijn tijd, waarin sunnitische moslims vreesden voor hun leven in het geweld van hordes Mongolen en religieus-fanatieke Kruisvaarders. al-Baghdadi en zijn strijders zijn ook een product van hun tijd, waarin shi’itische milities met steun van Iran dood en verderf brengen. En waarin de Syrische president Assad de sunnieten terroriseert met vaatbommen, chlorinegas en structurele verkrachtingen.

Als alles waar je voor staat dreigt te verdwijnen, dan biedt het hoop je te balsemen met concepten die het eeuwige leven beloven. Het martelaarschap is in de ogen van de IS- strijders beter dan een vernederend voortbestaan. Dat een kleine minderheid van onze islamitische jeugd zich aangetrokken voelt tot IS, moet worden voorkomen. Maar elk debat zonder oog voor de ontstaansgeschiedenis van het jihadisme is vruchteloos. Waarom de één in het Westen zich geroepen voelt zijn geloofsgenoten te helpen en de ander niet, kent een complex palet aan factoren. Een onverantwoord buitenlandbeleid mag daar in ieder geval zeker niet één van zijn.