Loodgieter én armoedebestrijder

Koen Schoors maakte de opmerking van de avond in de Balie: „Als het huis onder water loopt, dan heb ik liever een loodgieter dan een filosoof”. De publieke econoom hóórt een maatschappelijke loodgieter te zijn. Zijn hoofdtaak is het realiseren van maatschappelijke doelen tegen de laagste maatschappelijke kosten.

Zo ken ik niemand, econoom of niet, die het aanjagen van een recessie een goed idee vindt. Nederland is door de Grote Recessie sinds 2008 ruwweg 60 miljard euro per jaar verloren, 10 procent van het nationaal inkomen, jaar in jaar uit. De maatschappelijke kosten van inkomensverlies, werkloosheid en faillissementen zouden kleiner zijn bij beter macro-economisch beleid. Jij vindt recessiebestrijding ‘ideologie’. Ik beschouw het als doelmatigheidskwestie: het minimaliseren van de economische schade van laag- en hoogconjunctuur.

Economen denken ook na over een rechtvaardige inkomensverdeling of het aanbod van overheidsvoorzieningen. Hoe moeten die tegen de laagste maatschappelijke kosten worden bereikt? Economen gaan niet over de vraag wat een rechtvaardige inkomensverdeling precies is of hoe groot de overheid zou moeten zijn. Dát is ideologie.

Ik bespeur regelmatig een romantisch verlangen naar de terugkeer van de oer-econoom, die naast econoom ook politicus, filosoof en theoloog is. Het verlangen naar de econoom-ideoloog is verleidelijk, maar kan gevaarlijk zijn. Politieke opvattingen worden meestal verpakt in economisch aandoende retoriek.

Een schitterend voorbeeld is Milton Friedman. Hij gebruikte zijn intellect en retorische gaven niet alleen om economische inzichten kristalhelder te maken, maar ook om zijn libertair-politieke propaganda te verspreiden. Friedman heeft als matig ideoloog een veel grotere invloed gehad dan als eminent academicus.

Je wekt de indruk dat het onderzoek van de gedragseconomen het einde betekent van de modelmatige economische benadering. Dat is een misvatting. Mensen vertonen niet zo maar wat ‘merkwaardig’ gedrag. Hun gedrag blijkt op systematische wijze af te wijken van de homo economicus en kan daarom uitstekend worden gemodelleerd.

Betekent de gedragseconomie dan het einde van de econoom-loodgieter? Integendeel. Mag ik je een iets mondainer voorbeeld geven dan de verstopte wc-pot? Mensen blijken hun oudedagsvoorziening niet goed zelf te kunnen organiseren. De vraag is dan: hoe bouwen mensen een adequaat pensioen op tegen de laagste maatschappelijke kosten? Economen gaan – wederom – niet over de vraag of de overheid mensen daartoe moet verplichten.

Je wijst, tenslotte, terecht op allerlei politieke beperkingen in het economische beleid. Maar hadden economen de afgelopen jaren ieder jaar braaf hun bezuinigingslijstjes moeten inleveren in Den Haag om het begrotingstekort onder de 3 procent te krijgen? Ik denk dat het verstandiger is als economen gewoon blijven nadenken over het beste economische beleid.

Politici weten, of komen daar vanzelf achter, dat slecht economisch beleid vroeger of later altijd leidt tot politiek falen. Zie de recente verkiezingen in Griekenland en de politieke onrust overal in Europa. Economisch beleid is in de praktijk nauwelijks begrensd door politieke macht, maar vooral door intellectuele armoede. De econoom is naast loodgieter ook armoedebestrijder.

Hartelijke groet, Bas