Giri’s opmars

Arpad Elo, de Hongaars-Amerikaanse natuurkundige naar wie de elorating is genoemd,publiceerde in 1962 een artikel waarmee hij een blind vertrouwen in zijn eigen systeem wilde ondermijnen. Hij schreef: „De meting van de rating van een individuele speler kan worden vergeleken met de bepaling van de positie van een kurk die op en neer dobbert aan de oppervlakte van wild water, met een meetlat die aan een touw is gebonden en in de wind zwaait.”

Zijn systeem was toen nog jong. Het werd vanaf 1960 door de Amerikaanse schaakbond gebruikt en de FIDE voerde het pas in 1970 in. Hoe langer zo’n ratingsysteem functioneert en hoe meer data er door de molen zijn gegaan, hoe betrouwbaarder het wordt, denk ik. Maar de les die Elo ons met de gelijkenis van de kurk wilde leren, blijft geldig. De rating van een speler is een niet helemaal scherpe momentopname.

Toch volgen we de op en neer gaande kurken dagelijks op de ‘live rating’ lijst. Een schaker die zegt dat hij zich niet voor ratings interesseert, is er altijd een wiens eigen rating drastisch is gekelderd.

Na de partijen van de Duitse Bundesliga in het vorige weekeinde stond Anish Giri vierde op die ranglijst. Een prachtige positie, boven oud-wereldkampioenen als Anand en Topalov. Ik hoopte dat hij die positie de afgelopen week kon handhaven. Giri zelf speelde niet, maar Topalov speelde in het Gibraltar Open en Anand in de Grenke Classic in Baden-Baden, en die zouden hem in kunnen halen. Dat gebeurde niet. Vrijdagochtend was Giri nog steeds vierde van de wereld. Met slechts een half punt meer dan Topalov, maar vierde is vierde.

Het Gibraltar Open werd gewonnen door Hikaru Nakamura, die in de eerste ronde tegen Jovana Vojinovic, de vrouwenkampioen van Servië, een partij speelde waarin hij alle raadgevingen van de leerboekjes in de wind sloeg. Breng de dame niet te vroeg in het spel, zeggen die boekjes. Om een klein pionnetje te winnen speelde Nakamura zes van zijn eerste acht zetten met zijn dame, en hij kwam er mee weg.

Jovana Vojinovic - Hikaru Nakamura, Gibraltar 2015

1. d4 f5 2. Lg5 c6 3. e3 Db6 4. Pd2 Dxb2 5. Tb1 Dc3 6. g4 Wit doet mee aan de wilde dans. In eerdere partijen werd hier rustiger 6. Pge2 of 6. Ld3 gespeeld. 6...Da5 7. gxf5 Dxf5 8. h4 Da5 9. Ph3 g6 10. Ld3 d6 11. Df3 Pd7 12. h5 Hierna komen wits stukken op de koningsvleugel wat wankel te staan. Waarschijnlijk had ze haar actie beter kunnen voorbereiden met 12. Tg1 en 13. Pf4. 12...Pdf6 13. hxg6 hxg6 14. Lxg6+

Zie diagram.

Wit heeft haar pion terug en op het eerste gezicht ziet het er goed uit voor haar. 14...Kd8 Maar het valt tegen. Zwarts koning komt in veiligheid en zijn pionnenstelling is solide. 15. Lf4 Hier wil wits paard eigenlijk naar toe. Na 15. Lxf6 Pxf6 17. Pf4 zou het ongeveer gelijk staan. 15...Kc7 16. Pg5 Txh1+ 17. Dxh1 Lh6 18. Dh4 Ld7 19. Ld3 Actiever was 19. c4 met de dreiging 20. c5. 19...Pd5 Zwart staat al wat beter. 20. Pe6+ En deze ruil helpt zwart. 20...Lxe6 21. Lxh6 Pc3 22. Ta1 Db4 23. Kf1 Pxa2 24. Td1 Wit had geen compensatie voor de verloren pion, maar met 24. Pe4 viel beter te vechten. 24...Pc3 25. Te1 Pxh6 Nu zwart dit onontwikkelde paard heeft kunnen ruilen is wit kansloos. 26. Dxh6 Ld7 27. f3 a5 28. Kf2 a4 Voorwaarts, Kazimirovitsj! zei Boris Spassky vaak. Tegen zwarts simpele plan is geen verdediging. 29. Dg5 Th8 Op de andere vleugel is het ook niet pluis voor wit. 30. Dg3 Pd5 31. Td1 c5 32. Lc4 Pc3 33. Te1 b5 Wit gaf op.