Genetisch gemodificeerde smaakstof natuurlijk aroma noemen ‘verwart’

Smaakstoffen in voeding die in Europa en de VS op het etiket mogen worden aangeduid als ‘natuurlijk’, zijn steeds vaker gemaakt door genetisch gemodificeerde bacteriën en gisten. Wetenschappers en zelfs producenten hebben kritiek op deze aanduiding.

Zulke biotechnologische smaakstoffen zijn sinds vorig jaar in grote hoeveelheden op de markt. Het gaat nu nog om sinaasappel-, grapefruit- of vanillesmaak. Ze worden gebruikt in producten als frisdrank, snoep, koek en ijs. De citrussmaken worden geproduceerd door een Nederlands bedrijf: Isobionics in Geleen.

Smaakstoffen uit de moderne biotechnologie mogen volgens de Europese wetgeving met de woorden „natuurlijk aroma” worden aangeduid. Die EU-regels werden in 2011 in alle lidstaten verplicht. Volgens de wet is een bacterie of gist ‘natuurlijk’ (dat die genetisch gemodificeerd is, doet er niet toe) en het productieproces ‘traditioneel’ – het wordt als een vorm van brouwen of fermentatie beschouwd.

Genetisch gemodificeerde organismen hoeven niet op voedseletiketten te worden vermeld, als ze niet ín het product aanwezig zijn.

De Zwitserse biotech-multinational Evolva bracht vorig jaar vanillearoma op de markt dat door genetisch gemodificeerde gisten wordt gemaakt. Directeur Neil Goldsmith zegt te vermoeden dat de term ‘natuurlijk’ consumenten „verwart”. Goldsmith: „Ik zou ons product liever ‘gebrouwen vanilline’ noemen.” Twee Deense biotechnologen schreven in januari in het vakblad Molecular Plant dat het „misleidend kan zijn” om zo’n product natuurlijk te noemen.

Wetenschappers maken zich overigens geen zorgen over de veiligheid van de biotech-aroma’s. Ze zouden bovendien duurzamer kunnen zijn dan smaakstoffen uit lokaal geteelde planten zoals sinaasappels, saffraan of vanilleorchis.