Column

Europa is niet klaar voor militair conflict

Twee Russische Toepolev Tu-95 ‘Bear’-bommenwerpers vlogen vorige week boven het Kanaal, dicht langs de Britse zuidkust. Dat mag. Ze bleven net buiten het Britse luchtruim. Maar de bommenwerpers hadden hun ‘transponders’ uitstaan en bleven zo voor de civiele luchtverkeersleiding onzichtbaar. Alleen de militaire radar kon ze zien.

De Britse luchtmacht escorteerde de Russen tot ze weg waren. Intussen werden burgervluchten rond Heathrow en lokale luchthavens omgeleid of aan de grond gehouden. Het was zo’n chaos dat de Britten de volgende dag de Russische ambassadeur op het matje riepen.

Je moet er niet aan denken wat er was gebeurd als dit fout was gelopen. Als er na het neerhalen van MH17 in juli door Russisch toedoen nog een lijnvlucht neerstort, in West-Europa ditmaal, zijn de gevolgen verstrekkend, mogelijk een militaire confrontatie met Rusland. Daar is Europa absoluut niet klaar voor. Zie de Europese huiver nu sommige Britse en Amerikaanse prominenten defensieve wapensystemen aan Oekraïne willen leveren. Als je Oekraïne even sterk maakt als Rusland, zeggen zij, móét Rusland wel onderhandelen. Frankrijk en Duitsland hebben meteen nee gezegd tegen dit plan. Zelfs Polen twijfelt. President Obama voelt er nog niets voor. Hij vreest dat Rusland simpelweg tweemaal zo veel troepen gaat sturen.

Zolang het Westen niet bereid is echt te gaan vechten voor Oekraïne en Oekraïense soldaten er dus alleen voor staan, heeft het geen zin om hun wat beter afweergeschut te geven. Het is misschien even fijn voor het getergde Europese geweten. Maar het verhevigt een oorlog die Oekraïne in zijn eentje toch niet kan winnen. Er zullen meer slachtoffers vallen. Als Europa weigert samen met Oekraïne tegen Rusland te vechten, is er maar één oplossing: het conflict bevriezen, en hopen dat het in een veiliger tijdperk via onderhandelingen ontdooid wordt. Dit is realpolitik.

Intussen moeten we ons er wel degelijk op voorbereiden dat er iets misgaat en we per ongeluk tóch in een militair conflict verzeild raken. De kans dat dit gebeurt, is niet verwaarloosbaar. In december botste een Russisch gevechtsvliegtuig, ook met de transponder uit, bijna op een passagierstoestel dat net was opgestegen in Kopenhagen. Dat was al de tweede keer: in oktober gebeurde iets dergelijks. Vooral vanuit het Balticum en Zweden, maar ook Nederland en zelfs de VS en Canada, worden wekelijks incidenten gemeld over schending van het luchtruim.

Met die risico’s hebben de meeste West-Europeanen niet echt leren leven. Wij zijn bijna allemaal opgegroeid in een bevroren conflict. Wij ‘wonnen’ dat conflict en daarna hadden we lang geen vijand meer. De wereld was van ons, en stelde zich open voor ons marktdenken. De risico’s van de afgelopen decennia – jaren van ongeremde globalisering – waren van een compleet andere aard dan voorheen. Sociologen als Anthony Giddens en Ulrich Beck hebben veel geschreven over de globalisering en de man-made risico’s ervan: klimaatverandering, financiële crises, genvoedsel. Google de woorden ‘Europe living with risk’ en je komt allereerst op sites over aardverschuivingen, wankelende banken en leven na kanker.

Maar nu de wereld verandert en Europa weer vijanden heeft, veranderen de risico’s ook. De Toepolevs vliegen vrijwel dagelijks, onaangekondigd en bijna onzichtbaar, door het Europese luchtruim. Franse schoolreisjes worden afgezegd uit angst voor jihadisten. En de VS willen bemiddelen tussen eurolanden en Griekenland, uit angst dat hun eurotwisten escaleren en dit strategische land verloren gaat voor de NAVO. Een ongeluk is zo gebeurd. Het is te hopen dat Europa het hoofd een beetje koel houdt.