De typende aap

Op deze plek had ik graag mijn mening gegeven over het onderwerp ‘meningen’. Maar toen moest ik tot mijn grote spijt constateren dat Marcel van Roosmalen die dag (donderdag 5 februari) mijn mening over meningen al bijzonder treffend verwoord had. Dit had mij misschien kunnen doen besluiten om, geheel in lijn met onze conclusie dat overbodige meningen overbodig zijn, simpelweg geen mening te geven, en dus geen column af te leveren. Echter was ik niet van plan deze buitenkans (een gastcolumn in NRC) zomaar aan mij voorbij te laten gaan. De oplossing was simpel. Ik moest een andere mening hebben over meningen.

Als een oneindig aantal apen oneindig lang op een typemachine beukt, zal één van hen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op een gegeven moment het complete oeuvre van Shakespeare reproduceren. Dit heet het ‘typende-aap-theorema’. Er bestaat een relatief eenvoudig wiskundig bewijs voor. Onder de overige apen zullen er exemplaren zijn die de prachtigste columns en opiniestukken voortbrengen.

Dat proces brengt echter een aantal praktische problemen met zich mee. Bijvoorbeeld: op wie rust de schone taak in deze modderstroom – want er zullen immers óók oneindig veel schrijfsels tussen zitten van het niveau ‘pmqytylcbcpcl’ – de nieuwe Heijne of Blokker te vinden? (Nu is het niet mijn intentie het voltallige journaille met een stel in het wilde weg typende apen te vergelijken; die kwalificatie reserveer ik graag voor Rob Hoogland. Alhoewel: al meer dan vijfentwintig jaar vertelt hij de Telegraaflezer exact wat deze wil horen. Ook een kwaliteit.)

Ongetwijfeld bent u bekend met de Ars Rhetorica, waarin Aristoteles de drie overtuigingsmiddelen van de redenaar beschrijft: Ethos, Pathos, en Logos. Ethos is het beroep dat de spreker doet op autoriteit en valt te verdelen in drie subcategorieën, waarvan Phronesis neerkomt op deskundigheid. Wie minder deskundig is, kan proberen twee ten onrechte voor moord veroordeelde mannen vrij te krijgen. Je scoort dan hoog op Arete (deugd) en Eunoia (goodwill), en dan kan het zo maar gebeuren dat je mening over eender wat, pak ‘m beet Ajax, of de vrijheid van meningsuiting, uiterst serieus zal worden genomen. (Mijn eigen overtuigingskracht is momenteel overigens grotendeels gestoeld op Logos, oftewel de volstrekt logische redenering die ik hier uiterst eloquent neerschrijf, in combinatie met de kennis die ik met u deel).

‘Bekend van TV’ is hét keurmerk van Ethos geworden, de manier bij uitstek om kaf van koren te scheiden. Naast mij op het bureau ligt Peter Buwalda’s Bonita Avenue, misschien wel het beste literaire debuut van de afgelopen vijf jaar. Op de cover prijkt prominent een aanprijzing van Matthijs van Nieuwkerk: „Dit is wat je noemt een meesterwerk.” Matthijs bepaalt: dít is de winnende aap. Waarom hij, en niet een recensent, of een hoogleraar Nederlandse letterkunde? Het antwoord is simpel. De modderstroom is te groot geworden, de kijker/lezer hunkert naar herkenning, vertrouwde – en dus betrouwbare – gezichten die het nieuws moeten duiden, de te lezen boeken moeten aanbevelen, en de Twitterfeeds moeten vervuilen. Om deze reden winnen deugd en goodwill het van expertise.

Anders dan een krant of tijdschrift biedt het internet ruimte aan een zo goed als oneindig aantal artikelen. Dat zorgt dat voor een ‘level playing field’, waarin iedereen de kans krijgt een potentieel waardevolle bijdrage aan het debat te leveren. De redactie van dagblad of krant verliest zijn traditionele poortwachtersfunctie: de lezer bepaalt wat hij de moeite waard vindt.

Wellicht heeft hij nog wel enige hulp nodig de krenten uit de pap te halen. Immers, die democratisering vergroot ook de modderstroom. De grens tussen ‘publicist’ en ‘reaguurder’ is vervaagd, totdat hij volledig is opgelost in ThePostOnline. De belangrijkste opiniesites, Joop en ThePost, hebben de markt verdeeld: Joop doet ‘links’, ThePost ‘rechts’. Zo wordt de kans verkleind dat de lezer met een afwijkende, en dus minder gewaardeerde mening wordt geconfronteerd. Mijn eigen consumptie van de geschreven pers verloopt voor een belangrijk deel via Blendle; veel van wat ik aanklik is ‘trending’, en mij dus aanbevolen door mijn medelezers.

Zo bezien is een gastcolumn de ideale mengvorm van merito- en democratie. De NRC bepaalt op basis van eerder werk wie een kans krijgt en plaatst de scribent prominent (maar eenmalig, zodat het geboden platform niet kan worden misbruikt om details over het voedingspatroon van de kids te delen) in de zaterdageditie. Ondanks het ontbreken van het ‘bekend van tv’-keurmerk is er voor de (NRC-)lezer geen ontkomen aan. Na plaatsing kan de redactie een deskundig maar subjectief oordeel vellen over de kwaliteit en dat combineren met de keiharde cijfers van Blendle. Zo kan nauwkeurig worden bepaald wat voor type aap het is.