De tijd tussen de explosies wordt steeds korter

De afgelopen weken laaide het geweld in Oekraïne weer op. Fotograaf Pierre Crom (48) reisde langs de frontlinie en hield een dagboek bij. „Voor het eerst in mijn carrière kom ik na een dag zonder beelden terug.”

Donetsk, woensdag 4 februari 2015

Artillerievuur treft een woonwijk, granaten komen vanuit de richting van Oekraïense posities. Ze vallen onder meer bij een ziekenhuis. Een slachtoffer ligt op zijn rug onder een deken. Medewerkers van het lijkenhuis tillen het lichaam met een zeil in een legergroen busje.

Omwonenden verzamelen zich bij de rampplek. Ze kijken vol afschuw naar de zwaar beschadigde gevel. Onze chauffeur heeft informatie verzameld, een auto is door een granaat getroffen.

De inzittende was een vrouw. Je ziet het aan de elegante houding van de verbrande resten op de achterbank. Ze kwam vast terug van de markt, er liggen boodschappen op de weg.

De dikke laag bloed op het asfalt is van de bestuurder. Die ligt zwaargewond in een ziekenhuis.

Een groep pro-Russische rebellen vraagt iedereen te vertrekken, er is een nieuw salvo op komst. We vertrekken plankgas, granaten vallen opnieuw vlakbij.

Grabovo, donderdag 5 februari

Het wit van bevroren waterplassen contrasteert met het zwart van de ‘burnsite’ in Grabovo, waar in juli vorig jaar de MH17 neerstortte. Borden die zijn geplaatst door de Nederlandse missie geven aan dat het veld afgesloten is. In de verte woedt de slag om Debaltseve. De knuffels en bloemen die de dorpsbewoners afgelopen zomer hebben gebracht, liggen chaotisch aan de rand van het veld.

Het is nu winter. Een stuk metaal van het vliegtuig zit vast in een bevroren plas. De overgebleven vliegtuigresten zijn opgehaald en hebben plaatsgemaakt voor lege bier- en wodkaflessen.

Nikolai, 48 jaar, heeft geholpen bij het opruimen van de velden. De mijnwerker is werkloos, hij is blij met de vergoeding die hij daarvoor ontving.

Nikolai: „Een buitenlandse vrouw met een vest van de MH17 Recovery Mission heeft mij een beloning uitgekeerd.

Door de ruime vergoeding, mijn spaargeld en de humanitaire hulp van de burgemeester kan ik de oorlog doorkomen.”

Ondertussen arriveert burgemeester Vladimir Berezhny van Grabovo met pakketten van het Wereldvoedselprogramma uit Tsjechië en voedselpakketten die zijn gedoneerd door Rinat Achmetov, de schatrijke Oekraïense zakenman uit Donetsk.

Nikishyne, donderdag 5 februari

Wij ontmoeten toevallig de pro-Russische rebel Tonia, oorlogsnaam ‘Panda’, bij een winkel vlakbij Grabovo. Ze neemt ons mee, samen met haar rebellenvrienden, naar het spookstadje Nikishyne, op de frontlinie, 20 kilometer van Debaltseve. Het dorp is door artillerievuur totaal verwoest. Van de bijna 1.000 inwoners zijn er 10 overgebleven.

Het is vandaag de hele dag rustig geweest en de stemming is vrolijk. Als we door de hoofdstraat lopen vliegen granaten over onze hoofden. De tijd tussen de ontploffingen wordt korter, de afstand ook: 200 meter, 150, 100. Niet gek dat dit deel van het rampgebied niet wordt doorzocht door de Nederlandse missie.

Panda en haar rebellengroep houden zich schuil. Wij houden het voor gezien en vertrekken, plankgas.

Donetsk, vrijdag 6 februari

Het accreditatiedoolhof in de regio Donbas is symbolisch voor de chaos die er heerst. Voor het eerst in mijn carrière kom ik zonder beelden terug, na bijna een dag op pad te zijn geweest.

Het plan was om te reizen naar Uglegorsk, op de frontlinie niet ver van het slagveld Debaltseve. De stad is in handen gevallen van pro-Russische rebellen.

Afgelopen zomer was ik er getuige van hoe de stad werd terugveroverd door het Oekraïense leger.

Een jonge pro-Russisch rebel op een van de laatste wegblokkades voor aankomst houdt ons tegen. Ondanks onze officiële accreditaties verwijst hij ons naar een onbekende persvoorlichter in Donetsk.

Bellen met zijn commandant helpt niet, er is sinds vanochtend een nieuwe accreditatie nodig om door zijn wegblokkades te reizen. Wij bellen met de persvoorlichter, hij wacht op ons op een rebellenbasis in Donetsk.

De Russische man lijkt sprekend op Lenin. Hij ontvangt ons in een lege kamer op een voormalige Oekraïense militaire basis, nu de basis van het pro-Russische Bataljon Vostok. Er staan een tafel en een bed. Hij zit op de tafel, wij op het bed.

Mijn Russische collega Andrey heeft er alle vertrouwen in dat we de documenten zullen krijgen en vraagt om praktische informatie. De antwoorden van de persvoorlichter zijn filosofisch en poëtisch. Waarom berichten over het conflict in de Donbas en niet over homoseksuelen in Europa, vraagt de persvoorlichter.

Andrey gaat een uur in debat, zonder succes. De accreditaties worden geweigerd, wij vertrekken.

Als we zijn aangekomen bij het officiële Donetsk People’s Republic press center, worden wij door Olga ontvangen.

Olga: „Jullie mogen overal in de Donetsk-regio werken met onze accreditatie. Bataljon Vostok luistert niet naar onze instructies, naar niemand, zij doen waar zij zin in hebben, tegen de afspraken in.”

Olga geeft ons een nieuw formulier om in te vullen, voor een tweede officiële accreditatie, die vanaf volgende week vereist is.

Haar kantoor in sovjetstijl oogt georganiseerd. Op de achtergrond klinkt onophoudelijk het geluid van artillerievuur.