De onwaarschijnlijke scepsis van de Ongelofelijke Randi

Al zestig jaar lang biedt Randell James Zwinge – ‘Randi’ – grof geld voor wie kan bewijzen dat hij paranormale gaven heeft. Niemand heeft ooit een cent gekregen.

Foto Thinkstock

Even voor achten, op een zondagavond in juli, komen zo’n zeshonderd mensen bijeen in een conferentiezaal van het South Point-casino in Las Vegas. Ze nemen plaats op de rode pluchestoelen en praten luidruchtig, in afwachting van het begin van de Million Dollar Challenge. Pas wanneer Fei Wang het podium betreedt, een 32-jarige verkoopmedewerker uit China, vallen ze stil.

Wang draagt op zijn kaalgeschoren hoofd een brilletje. Hij heeft een polo aan boven een korte broek en sokken. Wang beweert een eigenaardige gave te bezitten. Vanuit zijn rechterhand kan hij een mysterieuze kracht uitstralen, ongeveer één meter ver, dwars door hout, metaal, plastic of karton. Die energie, zegt hij, wordt door anderen ervaren als warmte, druk, magnetisme of simpelweg „een onbeschrijflijke verandering”.

Als hij dat vanavond weet te bewijzen, wint hij één miljoen dollar.

De Million Dollar Challenge is het hoogtepunt van The Amazing Meeting, een conferentie voor sceptici. Sinds 2003 vindt die jaarlijks plaats, op initiatief van een illusionist die bekendstaat als De Ongelofelijke Randi.

Randi, een kabouterachtige figuur met een kale kop en een wollige witte baard, zit pontificaal op de eerste rij. Tussen zijn benen rust een wandelstok met daarop bevestigd een schedel van glanzend zilver. Onrustig trommelt hij met zijn vingers.

De organisatoren hebben wekenlang met Wang onderhandeld over het protocol van de avond. Negen geblinddoekte vrijwilligers zullen één voor één het podium op komen en hun handen in een doos plaatsen. Wang zal dan, van achter een gordijn, zijn energie de doos in stralen. Als acht van de negen proefpersonen daar ook maar iets van voelen, is hij geslaagd. Dan is zijn gave bewezen.

„Ik denk dat hij vier van de vijf wel moet redden”, zegt Randi. „Dat is mijn gok.”

De proeve begint. De ernst is als die in een rechtszaak. Een vrouw in een korte zwarte jurk staat klaar aan de rand van het podium om de uitslagen op een bord te kalken.

De eerste vrijwilliger is een zwaarlijvige blonde vrouw op slippers. Ze plaatst haar hand in de doos. Na twee minuten volgt een tweede vrouw. Beiden lijken enigszins ontdaan door de setting. En beiden voelen niets van de mysterieuze kracht.

„Dan is het afgelopen”, zegt de presentator. Acht van de negen kan Wang al niet meer halen. De Million Dollar Challenge is voorbij.

Wang stapt achter het gordijn vandaan. Hij oogt geschokt en tegelijk verdoofd, als een peuter die zijn ijsje in het zand heeft laten vallen. Hij kan niet uitleggen wat er misging: bij een paranormaal gezelschap in Boston ging het laatst nog goed. Nog steeds is hij overtuigd van zijn krachten.

„Deze energie is onverklaarbaar”, vertelt hij het publiek, „maar hij is niet onfeilbaar”. Over een jaar gaat hij het weer proberen.

Een eitje

Zodra Wang het podium heeft verlaten, zegt Randi dat hij blij is dat het voorbij is. Al zestig jaar lang looft hij geld uit aan eenieder die kan bewijzen dat hij paranormale gaven bezit. Niemand heeft ooit een cent gekregen.

Maar Randi ziet mensen niet graag verliezen. „Ze rationaliseren”, zegt hij, terwijl we naar het steakhouse in het casino wandelen. „Ze kunnen altijd wel verklaren waarom het net deze keer niet lukte.”

De eerste conventie werd gehouden in 2003. Er kwamen honderdvijftig mensen op af. Dit jaar zijn er zo’n duizend sceptici aanwezig. Sommigen zijn van ver gekomen, helemaal vanuit Zuid-Afrika of Japan. De meesten zijn mannen van middelbare leeftijd, met paardenstaarten, op sandalen, met grappige T-shirts (‘Product of evolution’, ‘Stop making stupid people famous’, ‘Atheist’).

Ze komen eer betuigen aan hun idool, >> >> aangetrokken door zowel zijn legendarische goochelkunsten als zijn wereldberoemde scepsis. Randi poseert voor kiekjes en deelt handtekeningen uit.

Eén fan van begin twintig, een dikke bos donker haar, stapt op hem af: „Ik hoorde dat u ooit 55 minuten in een blok ijs hebt gezeten.”

„Een eitje”, antwoordt Randi.

De illusionist oogt klein en broos, zo leunend op zijn wandelstok. Hij lijkt te verdwijnen in de plooien van zijn hemd. Maar hij lacht vriendelijk naar elk van zijn aanbidders. „Dat is mijn plicht”, zegt Randi. „Ik kan de gedachte niet verdragen dat ik sommige mensen meer aandacht geef dan anderen.” Dichterbij een religieuze ervaring zullen zijn meest toegewijde volgelingen niet komen.

De Man Die Niemand Kan Opsluiten

Een paar dagen eerder bezoek ik Randi in zijn huis in Plantation, Florida. Een bescheiden, achthoekige woning, bijna volledig aan het zicht onttrokken door een dichtgegroeide tuin. We zitten boven, omringd door een kleine vierduizend boeken. Ze staan gealfabetiseerd op onderwerp, van alchemie, astronomie, Atlantis en de Bermudadriehoek tot tarot, toverkunst en ufo’s.

Hij wil geen ontmaskeraar worden genoemd, zegt hij. Hij omschrijft zichzelf liever als een wetenschappelijk onderzoeker. „Als ik zou beginnen met stellen dat iets niet waar is, en dat vervolgens zou willen bewijzen, dan zou dat betekenen dat ik vooringenomen ben”, zegt Randi. „Dus zeg ik altijd: ik wéét niet wat eruit gaat komen. Het kan uitlopen op een ontmaskering, en meestal is dat ook zo. Maar het is nooit mijn intentie.”

De Ongelofelijke Randi werd in 1928 geboren als Randell James Zwinge. Als tiener begon hij al met optreden. In de jaren 40 toerde hij met een kermisgezelschap en trad hij op in nachtclubs in zijn thuisstad Toronto. Als ‘De Grote Randell: Telepaat’ las hij gedachten en voorspelde hij de toekomst.

In 1949 haalde hij de voorpagina’s met een truc waarbij hij de uitkomst voorspelde van de World Series, een Amerikaans honkbaltoernooi. Randi schreef de uitslag van het toernooi op een blaadje en stopte dat in een verzegelde envelop. De envelop gaf hij aan een advocaat, die de voorspelling na afloop voordroeg aan de pers.

Maar hoe vaak Randi zijn publiek ook verzekerde dat zulke stunts gebaseerd zijn op trucage, op misleiding, er waren altijd mensen die geloofden dat het écht was. Ze spraken hem aan op straat en vroegen om beleggingsadvies. Als hij ze vertelde dat hij een illusionist was en niets meer dan dat, dan knikten ze – om daarna te knipogen en te fluisteren dat ze heus wel wisten dat hij paranormaal begaafd was.

Hij begon zich te realiseren hoe groot zijn macht over zijn publiek was. En hoe gemakkelijk het zou zijn om die macht uit te buiten om geld te verdienen. Het beangstigde hem. „Mensen zo voor de gek kunnen houden”, zegt hij, „dat... dat is een vreselijk gevoel.”

Randi begon zich toe te leggen op ontsnappingskunst – ‘De Ongelofelijke Randi: De Man Die Niemand Kan Opsluiten’ – en het tentoonspreiden van zijn uithoudingsvermogen. Hij bracht 55 minuten in ijs door, een wereldrecord, en lag langer in een doodskist op de bodem van een zwembad dan zijn held Houdini.

Maar Randi vergat nooit hoe vatbaar zijn publiek was, hoe gemakkelijk het kon worden uitgebuit. Dus begon hij, terwijl zijn eigen reputatie als illusionist groeide, campagne te voeren tegen paragnosten en helderzienden.

In 1964 bood hij tijdens een radio-uitzending duizend dollar uit eigen zak voor de eerste die wetenschappelijk bewijs kon laten zien van bovennatuurlijke gaven. Niet lang daarna begon hij zijn eigen radioprogramma waarin hij het paranormale bediscussieerde.

Hij kocht een bescheiden optrekje in Rumson, New Jersey, en plaatste een bord in zijn tuin met de tekst: ‘Randi – Bedrieger’. Hij woonde er alleen, met als enige gezelschap twee vogels en een rolstaartbeertje dat Sam heette.

Dat Randi homo was, wist hij al sinds zijn tienerjaren. Maar hij vertelde het aan niemand. „Ik moest het verbergen, begrijp je?”, zegt hij. „Een openlijke homoseksueel, die mocht echt niet op de radio. Dat hield je toen gewoon voor jezelf.”

Zijn aartsvijand

De publieke belangstelling voor het paranormale kwam eind jaren 60 in een stroomversnelling terecht. Mensen raakten gefascineerd door bovennatuurlijke waarnemingen, door de Bermudadriehoek, aliens. Mystici en helderzienden schoten als paddenstoelen uit de grond, evenals psychisch chirurgen die zeiden tumoren te kunnen verwijderen met hun blote handen en zonder sporen achter te laten.

Randi zette zijn kruistocht voort. Zijn collega’s vonden het maar niets, zegt Penn Jilette, illusionist en een goede vriend van Randi. „‘Waarom steekt hij hier zoveel tijd in? Het zijn toch alleen maar domme mensen die hierin geloven, en dat is prima zo.’”

De beloning van 1.000 dollar bleef staan; Randi verhoogde hem al gauw naar 10.000 dollar. Slechts weinigen durfden de uitdaging aan.

En toen, in 1973, vond hij zijn aartsvijand.

Uri Geller was onlangs naar de VS geëmigreerd vanuit Israël. Geller was 26 jaar en charismatisch, een voormalig legerparachutist die net als Randi indruk maakte als voorspeller en gedachtenlezer. Het grote verschil: Geller zei dat zijn gaven echt waren.

Hij zou psychokinetische krachten bezitten: Geller zei lepels te kunnen buigen met niets anders dan de wil van zijn geest. Onderzoekers van het Stanford Research Institute namen Gellers ‘gaven’ onder de loep en inderdaad: zelfs zij raakten ervan overtuigd dat sommige van zijn krachten werkelijk bestonden.

Randi ontmoette Geller kort daarna, vertelt hij. „Heel flamboyant”, zegt hij. „Charmant. Innemend, mooi, oprecht, knap – alles!” Dat voorkomen, legt Randi uit, is de sleutel tot Gellers deceptie en die van andere oplichters. „Ze winnen je vertrouwen, en daarna belazeren ze je.”

Hun vendetta zou decennia duren, wetenschap en scepsis tegenover geloof. Hun strijd zou hun allebei internationale bekendheid brengen.

Vernederd tot op het bot

Randi zag direct in dat Gellers paranormale kunsten waren gebaseerd op bedrog: hij leidt de aandacht af terwijl hij zijn lepels krombuigt met brute kracht, hij gluurt tussen zijn vingers door tijdens het gedachtenlezen. Met Randi’s hulp plaatste Time Magazine een onthullend artikel over Gellers praktijken.

Niet lang daarna mocht Uri Geller optreden in het praatprogramma The Tonight Show Starring Johnny Carson. Randi, die er vaak te gast was, moest ervoor zorgen dat Geller tijdens de uitzending niet op zijn oude trucage kon terugvallen. Het resultaat: een legendarische afgang van Geller. Ontdaan verontschuldigde hij zich tegenover de presentator, terwijl zijn trucs keer op keer mislukten.

„Ik zat er 22 minuten lang, tot op het bot vernederd”, vertelt Geller nu. „Ik ging gebroken terug naar mijn hotel. Was van plan mijn spullen te pakken en terug te gaan naar Tel Aviv. Ik dacht: dit was het dan, ik ben geruïneerd.”

Maar tot Gellers verbazing werd hij meteen daarop gevraagd voor de Merv Griffin Show. Hij was een paranormale superster geworden. „De Johnny Carson Show heeft Uri Geller gemáákt”, zegt hij. Voor zijn goedgelovige publiek was zijn falen juist een bevestiging van zijn authenticiteit: als hij trucjes zou uithalen, dan zouden ze toch heus wel altijd werken?

Op dat moment zwoer Randi dat hij Geller voor eens en altijd een halt zou toeroepen.

Hij benaderde Ray Hyman, een psycholoog die het Stanford-onderzoek naar Gellers kunsten had bestudeerd en als broddelwerk had weggezet. Randi stelde voor samen een organisatie op te richten om de pseudowetenschap te lijf te gaan.

Met als derde partner Martin Gardner, columnist van het populairwetenschappelijke tijdschrift Scientific American, begonnen ze in 1976 het Committee for the Scientific Investigation of Claims of the Paranormal. Csicop, zoals de organisatie bekend kwam te staan, bestond van donaties en de verkoop van een eigen tijdschrift: The Skeptical Inquirer. Al snel vloog Randi de wereld over als >>

>> ambassadeur van Csicop, vertelt Hyman, „het gezicht van de sceptische beweging wereldwijd”.

In zijn nieuwe rol van paranormaal onderzoeker, in boeken en tv-shows, ontkrachtte Randi alles van elfjes tot telekinese. Maar hij ontpopte zich ook tot een soort stalker van Geller, die hij jarenlang bleef aanvallen in talkshows, wanneer hij maar de kans zag. Hij noemde hem een fraudeur en demonstreerde de aard van Gellers trucs.

In 1975 publiceerde Randi The Magic of Uri Geller, een even sarcastische als grondige analyse van de technieken die Geller gebruikt. Het maakte beiden beroemder dan ooit tevoren.

CIA en de Mossad

Vandaag de dag zegt Geller dat hij zijn status als paranormaal fenomeen deels aan Randi te danken heeft – „Mijn belangrijkste en invloedrijkste pr-man”, noemt Geller hem.

In 1989 werden Randi en Geller samen geboekt voor een tv-special: Exploring Psychic Powers, Live! Randi vertelt dat Geller hem voor de uitzending zijn kleedkamer introk en aanbood de strijdbijl te begraven. „Alleen als jij eerlijk bent tegen je publiek”, zei Randi. „Vertel ze dat jij gewoon een illusionist bent, net als wij allemaal, en dat je niet paranormaal begaafd bent.” Geller weigerde – al zegt hij nu dat hij zich het voorval niet meer herinnert.

Kort daarna klaagde Geller zowel Csicop als Randi aan wegens smaad. Randi had hem onder meer een psychopaat genoemd en gesuggereerd dat Geller zijn trucs had opgedaan op de achterkant van cornflakespakken. De zaken werden uiteindelijk geseponeerd, maar de kosten waren overweldigend: een beurs van 272.000 dollar die Randi in 1986 had ontvangen van de MacArthur Foundation ging er grotendeels aan op.

Uiteindelijk kostte de vete hem zijn plek in Csicop: toen een medebestuurslid zei dat Geller een te kostbaar doelwit was en eiste dat hij de strijd zou opgeven, legde Randi woedend zijn functie neer.

Geller woont in Engeland, in een groot huis aan de rivier de Theems. De vete met Randi heeft hij lang geleden naast zich neergelegd, vertelt hij. Zijn publieke persona, beweert hij nu, diende als een alibi voor paranormaal werk dat hij in het geheim verrichtte in dienst van de CIA en de Israëlische inlichtingendienst Mossad.

Hij noemt zichzelf niet langer helderziend. „Ik heb mijn titel veranderd naar ‘mysticus’”, zegt hij. „Heerlijk vind ik dat, want het betekent niets.”

Randi’s afkeer van hem is intussen onverminderd. „Hij wéét dat hij mensen bedriegt en het kan hem niet schelen hoeveel schade hij berokkent”, zegt Randi. „Mensen worden afhankelijk van het paranormale nadat ze Geller hebben ontmoet, en er is niets wat ze op andere gedachten kan brengen. Daar komen ze hun hele leven niet vanaf.”

Omdat ze zwak zijn

Afgelopen zomer. Vroeg in de morgen bezoek ik Randi in zijn huis in Florida. Ik kom vijf minuten later aan dan we hadden afgesproken. Randi staat me buiten op te wachten, gekleed in een kanariegele trui, met zijn horloge in zijn hand.

„Je bent te laat!”, blaft hij. Het is moeilijk te zeggen of hij een grap maakte of niet.

In de woonkamer besteedt Randi een half uur aan het bijstellen van zijn horloge. Hij draait de wijzers tot de juiste datum tevoorschijn komt. „Ik ben geobsedeerd door de tijd”, zegt hij. „Ik heb het altijd heel, heel, héél belangrijk gevonden precies te weten hoe laat het is. Zo blijf ik verbonden met de realiteit.”

Randi heeft nooit gerookt of drugs gebruikt, is nog nooit dronken geweest. „Dat zou de scherpe randjes van mijn rationaliteit afhalen, van mijn denkvermogen”, zegt hij. „Ik wil zo bewust mogelijk zijn. Daar moet ik soms wat fantasieën voor opgeven die het leven gemakkelijker kunnen maken, maar dat is de prijs die ik betaal om in de >> >> werkelijke wereld te leven.”

Die gefixeerdheid op wetenschap en ratio onder illusionisten – en de daarbij horende kruistocht naar de waarheid – kent een lange historie. John Nevil Maskelyne, die aan de wieg staat van een lange traditie van Engelse goochelaars en daarnaast ijverig uitvinder was, begon zijn carrière met het ontmaskeren van frauduleuze spiritualisten. Houdini legde zich op latere leeftijd, naarmate zijn succes als ontsnappingskunstenaar afnam, toe op het ontmaskeren van mediums. Hij bood 10.000 dollar aan elke spiritualist die een „wonder” kon verrichten dat Houdini zelf niet kon nadoen.

Randi plaatst zichzelf, samen met Albert Einstein en Richard Dawkins, in een traditie van wetenschappelijke sceptici. „Wetenschap geeft je een standaard”, zegt hij. „Het is simpelweg een logische, rationele en zorgvuldige wijze om de feiten te onderzoeken die de natuur ons te bieden heeft.”

Sommige moderne sceptici zijn tevens religieus, zien geen tegenstelling tussen het omarmen van een kritische denkwijze en het geloof in God. Randi is niet een van hen.

„Ik ben altijd atheïst geweest”, zegt Randi. „Ik vind religie een zeer schadelijke filosofie. Het is vluchten uit de werkelijkheid.”

Ik vraag hem waarom hij denkt dat anderen wel geloof nodig hebben. Hij reageert op zijn vinnigst.

„Omdat ze zwak zijn”, zegt hij. „Ze zwichten voor autoriteit. Ze kiezen ervoor te geloven omdat het makkelijk is.”

Hoax

Om te bewijzen hoe goedgelovig het grote publiek is, werkte Randi in 1987 mee aan de Australische versie van het nieuwsprogramma 60 Minutes. Hij bedacht ‘Carlos’, een 2.000 jaar oude entiteit die – zo las Randi’s promotiemateriaal – voor het laatst was verschenen in het lichaam van een 12-jarig jongetje uit Venezuela. Dat was in 1900, maar nu was Carlos terug, en wel in het lichaam van de jonge Amerikaanse kunstenaar José Alvarez. Randi wilde met Alvarez door Australië touren.

Alvarez was destijds 25 jaar oud, een kunststudent. Hij is ook Randi’s geliefde én zijn assistent. Ze hadden elkaar een jaar eerder ontmoet in de bibliotheek. Randi, net verhuisd van New Jersey naar Florida, raakte met hem aan de praat. Ze praatten die hele middag en kort daarna woonden ze samen.

Randi trainde Alvarez. Ze repeteerden voor tv-optredens en interviews. Hij leerde hem hoe je een pingpongbal onder je oksel moet klemmen om je hartslag te vertragen – een teken dat hij werd ‘bezeten’. „Een oude padvinderstruc”, zegt Randi.

Voor aanvang van de tournee verzond Randi perspakketten naar verschillende Australische media met sensationele – en fictieve – verslagen van Carlos’ activiteiten in de VS.

Ze arriveerden in februari 1988. Alvarez werd uitgenodigd door vele prominente tv-shows. Door een koptelefoon souffleerde Randi de antwoorden die hij gaf in interviews, evenals de teksten voor duistere, apocalyptische voorspellingen.

De apotheose van de tournee was een optreden in het Sydney Opera House. Na afloop konden bezoekers verschillende parafernalia kopen, waaronder kristallen ‘Tranen van Carlos’ voor 500 dollar per stuk en een ‘Atlantis Crystal’ voor 14.000. Allemaal in trek – maar Randi’s team nam het geld niet aan.

Een paar dagen later werd de hoax onthuld op 60 Minutes. De Australische media reageerden woedend. Ze waren voor de gek gehouden. Randi wierp daar tegenin dat geen van de journalisten de moeite had genomen om ook maar de meest elementaire feitencheck uit te voeren.

Randi en Alvarez keerden terug naar Florida. Alvarez’ carrière floreerde. Veertien jaar lang trok hij met zijn personage Carlos de wereld over als performancekunstenaar.

De afgelopen jaren is Randi begonnen met het uitzenden van podcasts. Hij heeft zijn eigen YouTube-kanaal waarin hij onderwerpen behandelt van Nostradamus tot koude fusie. In 2007 hield hij een TED-lezing over kwakzalverij. Het publiek ging los toen hij een heel potje met 32 homeopathische slaaptabletten achteroversloeg – volgens Randi onmiskenbaar een fatale dosis.

Hij raakte teleurgesteld in het gebrek aan media-aandacht voor zijn Million Dollar Challenge. Daarom begon hij prominente paragnosten uit te dagen, onder wie Sylvia Browne, John Edward en – daar heb je ‘m weer – Uri Geller. Geen van hen ging op zijn uitnodiging in.

Meer succes had hij met de Britse zakenman James McCormick in 2008. McCormick had apparatuur ontworpen die explosieven op afstand kon detecteren. Randi herkende er iets heel anders in: een antenne op een plastic stok. Een wichelroede. Bedrog.

Randi daagde McCormick uit voor de Million Dollar Challenge. Kon hij bewijzen dat zijn apparaat werkte? McCormick, die zijn apparaat verkocht aan veiligheidstroepen in het Midden-Oosten, ging er niet op in. Maar de Britse politie begon een onderzoek. Vorig jaar werd McCormick veroordeeld tot tien jaar celstraf voor fraude. Hij had voor ten minste 38 miljoen dollar aan wonderlijke apparaten verkocht aan de Irakese overheid.

Darmkanker

Ouderdom en ziekte beginnen hun tol te eisen. Vorig jaar werd Randi behandeld voor darmkanker. Hij was tot thuisblijven veroordeeld. In afwachting van een staaroperatie mocht hij niet rijden, en Alvarez’ rijbewijs was ingenomen vanwege een aaneenschakeling van incidenten die begonnen op 8 september 2011.

Die ochtend werd er op de deur geklopt. Randi deed open. Hij trof een tweetal agenten. Ze wilden Alvarez spreken. De oprit werd geblokkeerd door twee donkere busjes, een stuk of zes agenten hadden het huis omsingeld.

Er was een probleem, legden de agenten uit toen Alvarez de trap af kwam. Ze wilden praten over paspoortfraude. Alvarez werd in de boeien geslagen en afgevoerd. Randi bleef alleen achter in hun huis, visitekaartjes van de agenten in zijn hand. Over 24 uur mocht hij hen een belletje geven.

Alvarez werd direct naar een gevangenis gebracht. Hij werd gefotografeerd en kreeg een grijs uniform aan. Hij werd geregistreerd als ‘FNU LNU’: first name unknown, last name unknown.

In een verhoorkamer vertelde hij alles: hij was Venezuela ontvlucht omdat hij bang was vervolgd te worden voor zijn homoseksualiteit en naar de VS gekomen op een studentenvisum. De naam en het sofinummer van José Alvarez, die hij had gekregen van een man in een nachtclub, gebruikte hij om een paspoort aan te vragen. Hij vertelde aan de agent dat hij zich schuldig voelde over de problemen die hij had veroorzaakt voor de échte José Alvarez: die bleek niet dood te zijn, zoals hij dacht, maar een leraar uit New York.

Ten slotte noemde FNU LNU zijn echte naam: Deyvi Orangel Peña Arteaga.

Peña werd onder meer paspoortfraude ten laste gelegd. Dat kon hem komen te staan op een boete van 250.000 dollar, maximaal tien jaar gevangenisstraf en deportatie naar Venezuela.

In 2012 werd hij veroordeeld. De rechter kreeg brieven onder ogen van Peña’s vrienden uit de kunsten, wetenschap en showbizz. Ook woog hij in zijn vonnis Peña’s relatie met Randi mee en diens kwakkelende gezondheid. Hij oordeelde mild: zes maanden huisarrest en 150 uur taakstraf.

Maar het gevecht met de immigratiedienst was nog niet gestreden. Vijf dagen na zijn thuiskomst stonden ze aan de deur. „Neem maar afscheid”, zeiden ze. Peña verzekerde Randi dat hij die middag nog terug zou zijn.

Hij werd overgebracht naar een detentiecentrum in Miami. Daar bleef hij terwijl zijn advocaat een manier zocht om hem in de VS te houden. Na twee maanden liep hij weer naar buiten. Hij trof Randi bij de ingang. Die had de halve dag staan wachten. Die zomer trouwden ze.

Tot op heden volbrengt Peña een proeftijd in de VS. Zijn schilderijen signeert hij nog steeds met de naam die hij twintig jaar voerde – gevolgd door de zijn werkelijke initiatialen D.O.P.A.

Soms noemt Randi hem nog per ongeluk José. Hoeveel Randi – zelf heer en meester van list en bedrog – wist van de werkelijke identiteit van zijn partner blijft onduidelijk. Toen ik hem ernaar >> >> vroeg antwoordde hij ontwijkend. „Ik geloof niet dat ik daar gedetailleerd op wil ingaan.”

Misschien ging de deceptie die Randi in 1987 bedacht, nog een stapje verder: Peña die doet of hij José is die doet of hij Carlos is, de 2000 jaar oude entiteit uit Caracas. Het is misschien wel de langstlopende hoax uit Randi’s carrière.

Grootste list

In zijn jeugd, toen hij nog optrad in de nachtclubs van Toronto en de toekomst voorspelde, bedacht Randi wat zijn grootste list zou moeten worden. Elke avond voor hij ging slapen schreef hij de datum van de volgende dag achterop een visitekaartje, gevolgd door de woorden: ‘Ik, Randall Zwinge, ga vandaag dood’. Dan zette hij zijn handtekening en borg het kaartje op in zijn portemonnee.

Zou hij de volgende dag overreden worden of anderszins verongelukken, dan zou het kaartje worden gevonden: de schokkendste voorspelling die hij ooit zou doen.

Randi hield het jarenlang vol. ‘s Avonds verscheurde hij het kaartje weer en maakte er eentje voor de volgende dag. Maar hij verongelukte niet. Uiteindelijk, honderden verspilde visitekaartjes later, gaf hij het op. „Ik had maar geen geluk”, zegt hij.

Vanaf dat moment is de dood altijd dichtbij geweest. Maar niets kon hem afbrengen van zijn rotsvaste rationaliteit: niet de hartaanval die hij kreeg in 2006, niet de kanker die volgde.

Met lichte aarzeling gaat hij ‘s avonds naar bed, vertelt hij, en elke ochtend dat hij wakker wordt is hij weer blij verrast. Maar hij zoekt geen comfort in zaken zoals geloven in een leven na de dood. „Zoiets zou mij niet geruststellen, want ik zou er niet werkelijk in geloven”, zegt hij. „O, nee, ik zie niet op tegen mijn einde. Eerlijk niet.”

De meeste ochtenden wordt Randi om 7.00 uur wakker, soms al om 6.00 uur. „Ik heb nog veel werk te verzetten”, zegt hij. „Ik moet de tijd die ik nog heb goed gebruiken.” Momenteel werkt hij aan zijn elfde boek, Een illusionist in het lab. Uren besteedt hij in zijn chaotische kantoor aan het reageren op e-mails, hij skypet met vrienden uit China en Australië.

Peña kookt en schildert beneden, naast een ingelijste litho die herinnert aan de triomfen van De Man Die Niemand Kan Opsluiten. Het stel reisde talloze filmfestivals en screenings af ter promotie van een nieuwe documentaire over Randi’s leven, An Honest Liar. Randi is verbaasd over de ontvangst. „Staande ovaties, elke keer weer.”

Hallucinaties

In juli 2013 komt hij dichterbij de dood dan ooit. Hij wordt opgenomen met verwijde bloedvaten in beide benen en moet geopereerd worden. „Een moeilijke operatie”, zegt de chirurg vooraf tegen Peña. „Maar hij heeft een mooi leven gehad.” De operatie zou in twee uur voorbij moeten zijn, maar duurt uiteindelijk 6,5 uur.

Als Randi weer bijkomt, onder de pijnstillers, kijkt hij verward om zich heen. Hij ziet zusters fluisteren. Randi begint te hallucineren.

Hij bevindt zich achter het doek vlak voor aanvang van een voorstelling, het fluisteren is van het publiek dat verwachtingsvol binnenkomt. De zaal zit vol, hij moet op. Hij wil op zijn horloge kijken, maar dat heeft hij niet om.

Paniek.

De hallucinaties worden steeds intenser. Peña brengt hem pen en papier. Het kan belangrijk zijn voor zijn sceptisch onderzoek als Randi beschrijft wat hij ziet in een staat zo dichtbij de dood, een staat die zovelen beschrijven als een kijkje aan gene zijde. Randi begint te schrijven en schrijven. Zijn observaties, denkt Peña, kunnen een geweldig essay opleveren.

Later, als de verdoving enigszins is uitgewerkt, bekijkt Randi de aantekeningen die hij heeft gemaakt.

Ze zijn onleesbaar. <<