De lol van midden in de winter baantjes trekken

What’s cooler than being cool? IJszwemmen. In koud water springen is folklore in sommige landen - en hier met oud & nieuw. Voor wie het serieuzer aan wil pakken zijn er kampioenschappen ijszwemmen.

Zwemmen in de winterse Maas in Rotterdam, als voorbereiding op het NK ijszwemmen. Foto Robin Utrecht

Echt koud krijg je het pas als je al lang en breed uit het water bent. Na een kwartiertje stevig doorzwemmen in buitenwater van 5 graden heb je geen gevoel meer in je handen en voeten, en je beweegt wat stijfjes, maar koud, nee. Je kan nog gewoon teruglopen naar je kleren en handdoek, en daar met stijve vingers proberen schoenen aan te krijgen, of een broek dicht te knopen. Maar dan komt het. Dan stroomt ineens onderhuids een ijzige kou door je schouders, rug, en borst, alsof je bloed in ijs verandert, en begint het grote rillen. Of rillen, schokken is een beter woord, een soort absurde versie van klappertanden, waarbij handen en armen ook onbeheersbaar bewegen. De eerste keren kregen we de slappe lach, inmiddels weten we dat het vanzelf overgaat, en dat we maar een klein bodempje hete thee moeten inschenken – meer zou maar over de rand klotsen.

Winterzwemmen, of ijszwemmen zoals het ook wel genoemd wordt. Het is aan een bescheiden opkomst bezig. In landen wat dichter bij de poolcirkel is zwemmen, of in ieder geval springen in koud water, folklore. Daar beginnen ze sinds mensenheugenis het nieuwe jaar met een sprong in een wak of de koude golven. Ook in Nederland rennen op 1 januari inmiddels tienduizenden mensen het water in, en de meesten rennen er vervolgens bijna net zo snel weer uit. Maar er is een groeiende groep die zwemt in dat koude water.

Het water was al behoorlijk fris

IJszwemmen komt voort uit het openwaterzwemmen. Zwemmers die wedstrijden zwemmen en trainen in buitenwater dat toch al behoorlijk fris is. En omdat het altijd langer kan, en kouder, zijn zwemmers zich daar op gaan toeleggen. In 2009 richtten vier Zuid-Afrikaanse zwemmers de International Ice Swimming Association (IISA) op, met als doel het ijszwemmen over afstanden van 1 kilometer of langer te bevorderen en in 2022 het ijszwemmen als olympische wintersport te introduceren. Op de kalender van de IISA staan komende tijd wedstrijden in Engeland, Ierland, Estland, Finland en Zweden, plus het eerste IISA-wereldkampioenschap ijszwemmen in Moermansk.

In Volendam werd dit jaar op 31 januari voor het eerst een open NK ijszwemmen gehouden. Een van de organisatoren is Marcel van der Togt, die jarenlang bondscoach van het openwaterzwemmen was en nu als mentale coach onder meer kanaalzwemmers begeleidt. Eigenlijk is het NK toeval, zegt hij. Tijdens een internationaal congres over openwaterzwemmen dit najaar merkte hij dat ijszwemmen erg leefde. „En toen hoorde ik dat buitenbad de Waterdam in Volendam had besloten het water in het bad te laten in de winter. Dat was gunstiger in verband met onderhoud.”

Sindsdien zwemt daar elke zaterdag een handjevol mensen, zegt Van der Togt. Vooral openwaterzwemmers die nieuwsgierig zijn. Er deden ongeveer 60 mensen aan het NK mee.

Naast de 2.000 wedstrijdzwemmers en fanatieke recreanten die aan de vele zwemevenementen in Nederland meedoen, zijn er naar zijn inschatting 6.000 mensen die regelmatig behoorlijke afstanden buiten zwemmen, ’s zomers vooral. Winterzwemmen zal nooit een massasport worden, zegt hij. „Zwemmen in zulk koud water is niet zomaar iets. De meeste mensen houden dat maar een kwartier, twintig minuten vol. Daarom staat de veiligheid bij het NK ook voorop.”

Precies. Veiligheid. Is ijszwemmen gevaarlijk? Zo voelt het soms wel. Als je eenmaal door de eerste kou heen bent, gaat het prima, zo’n minuut of tien. Dan voelt het water steeds zwaarder aan, en zwem je veel langzamer. „Het lijkt alsof ik door olie zwem”, zei de zwemmer naast me laatst. En toen ik in water van 2 graden merkte dat na tien minuten mijn benen niet meer meebewogen met mijn slag, ging ik er toch maar snel uit.

Swimming failure

Die effecten zijn het begin van ‘swimming failure’, zegt Hein Daanen. Hij is thermofysioloog bij TNO, hoogleraar aan de VU en een autoriteit op de effecten van kou op het menselijk lichaam. Swimming failure betekent dat je ledematen door de kou niet meer goed bewegen. Je verdrinkt.

Dat is het grootste risico van ijszwemmen. Dat risico kun je redelijk goed ondervangen door ergens te zwemmen waar je er makkelijk uit kan, maar Daanen waarschuwt: „Het kan heel plotseling optreden, en het is voor de zwemmer ook niet altijd duidelijk dat hij of zij niet meer goed vooruitkomt.”

Onderkoeld ben je dan nog niet, dat duurt veel langer. Geruststellend: je houdt eerder op met functioneel zwemmen dan dat je gevaarlijk onderkoeld raakt. Onderkoeling is de daling van de kerntemperatuur – de temperatuur van het hart en de belangrijkste organen. Om die te beschermen wordt bij kou de bloedsomloop in de huid en ledematen beperkt – je vingers en voeten worden wit, maar de romp heeft het nog aardig warm. Dat is ook een oorzaak van de zogeheten afterdrop, zegt Daanen, die plotselinge kou als je al een paar minuten uit het water bent. Je bloedsomloop komt dan weer op gang, het koude bloed uit de huid, armen en benen stroomt naar het hart en kan daar een flinke temperatuurdaling veroorzaken.

Daarnaast is er het gevaar van het ‘doorkomen’: als je plotseling sterk afkoelt, stijgt je bloeddruk en ga je hyperventileren, zegt Daanen. Voor mensen met een hartprobleem kan dat een risico zijn. Maar een gezond lichaam went er snel aan, en eigenlijk heb je na een paar keer al nauwelijks meer problemen met doorkomen.

Waar je niet aan went is afkoeling. Het is niet zo dat je door het vaak te doen langer in koud water kan zwemmen. „Er zijn zelfs aanwijzingen dat het lichaam door gewenning juist iets sneller onderkoelt. Er treedt wel psychische gewenning op: je hebt er minder last van.”

Blijft de vraag: waarom? Waarom dat oncomfortabele, riskante, kortstondige ijszwemmen? Dat is een lastige. Het is in zekere zin het logische gevolg van het graag buiten zwemmen. Waarom ophouden als het in oktober te donker wordt om na het werk te zwemmen, en te koud om de plas over te steken? Het is bijzonder om op mooie plekken te zwemmen, waar zeker in de winter niemand anders is.

En het is fascinerend om te voelen hoe je lichaam langzaam tot ijs wordt, en toch de rust te houden om gewoon door te blijven zwemmen. Kou geeft bovendien ook een echte kick: een legal high, waar je de hele dag lol van hebt. De term ‘opfrissen’ bestaat niet voor niets. En in je badpak langs verbijsterde, dik ingepakte wandelaars het water inlopen blijft leuk.

Marcel van der Togt zei het zo: het gaat om het verleggen van grenzen. Lichamelijke, maar vooral mentale grenzen. „Waar hecht je aan, aan de bezwaren of de mogelijkheden? Dat speelt op allerlei terreinen, niet alleen bij het zwemmen.”

De vraag is dus eigenlijk niet waarom, maar waarom niet?