De groeiende hang naar politieke invloed op de grote tv-debatten

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Rutte, Samsom en het voorspel van de komende campagne. Ofwel: de vroege deals over televisiedebatten – en wat die zeggen over het politieke klimaat.

Verkiezingen: de meeste politici zijn er drie maanden tevoren mee bezig, de meeste media drie weken, de meeste kiezers drie dagen. Dus de burger merkte er weinig van, maar de binnenwereld van Den Haag heeft de voorbereidingen voor 18 maart, als er gestemd wordt voor provincies en Eerste Kamer, alweer achter de rug.

Zo zagen omstanders vorige week dinsdag, 27 januari, dat Alexander Pechtold in de marge van het Vragenuurtje snel even Diederik Samsom aansprak. Of de PvdA-leider, ondanks een eerdere afwijzing, niet alsnog wilde meedoen aan het televisiedebat van EenVandaag, op 16 maart. De PvdA-leider hoefde niet na te denken. Nope.

En vorige week vrijdag, terwijl Mark Rutte werd geschminkt voor het wekelijkse gesprek met de minister-president, greep een redacteur van EenVandaag haar kans: wilde de premier niet op zijn afwijzing terugkomen? Dan kwam Samsom vast ook: iedereen tevreden.

Rutte reageerde met een ruimhartige belofte – de volgende campagne was hij er zeker weer – en verraste de redacteur met een handkus. Het was helemaal de premier: zo charmant dat je bijna vergat dat hij gewoon neen zei.

De anekdotes over Samsom en Rutte tekenen de situatie: officieel moeten de aankondigingen van de televisiedebatten nog komen, in werkelijkheid zijn ze allemaal gepland.

Ik kan u het spoorboekje zo geven: 23 februari debatteren lijsttrekkers van de Eerste Kamer in Nieuwsuur; 2 maart provinciale lijsttrekkers bij de NOS; 5 maart partijleiders bij RTL4; 11 maart partijleiders bij Pauw; 17 maart slotdebat met partijleiders bij de NOS.

Dit ziet u goed: het debat van EenVandaag, sinds 2002 voor elke verkiezing gehouden, met hoge kijkeraantallen, zit er dus niet meer bij. Donderdag maakte het programma de afgelasting bekend. Een boeiende minikwestie, omdat het iets zei over de groeiende hang naar invloed van partijen op programmamakers.

Het was Rutte zelf die, in deze krant, de verkiezingen begin dit jaar landelijke betekenis toekende. Zonder ironie is dit niet. Natuurlijk: de meerderheid van de coalitie staat in de Eerste Kamer op het spel. Maar wie de senaat tot landelijk campagnethema bombardeert, doet ook iets anders: hij legitimeert de groeiende politieke rol van de Eerste Kamer. Dus uitgerekend de coalitie die zich zo krachtig tegen die politiekere rol van de senaat verzet, probeert nu haar voortbestaan te redden met een beroep op dezelfde politieke rol van de senaat.

Ook in een ander opzicht was de opstelling van de premier bijzonder. Sinds Rutte eerste minister is hanteert zijn partij een simpel campagnetactiekje. Zo min mogelijk debatten, zo kort mogelijk campagne: presenteer een premier die boven partijen staat. De VVD maakt er, ook tegenover andere partijen, geen enkel geheim van.

Dit laatste hangt mede samen met een van de grappige aspecten van zo’n campagneaanloop: de partijwoordvoerders annex spindoctors treffen elkaar nogal vaak. En waar partijen zich vroeger gemakkelijk uit elkaar lieten spelen, vormen zij nu geregeld een blok tegenover zendgemachtigden.

Dit komt, vertelde een van de spindoctors me, omdat partijen dezelfde angst hebben. Vroeger probeerde je als partij een debat te winnen, zei hij, nu is je uitgangspunt: in elk geval niet verliezen.

Al op 3 september vorig jaar gingen de spindoctors met zijn zessen (VVD, PvdA, SP, PVV, D66, CDA), het was ’s ochtends 11 uur, op de koffie bij de hoofdredacteur en de Haagse chef van de NOS, op de redactie schuin tegenover het Binnenhof.

De NOS had ze gevraagd na de zeperd bij de Europese verkiezingen in mei: door onenigheid over opzet en uitnodigingen zegden belangrijke politici dit debat af. In 2012 was ook al zoiets gebeurd. En bij de raadsverkiezingen vorig jaar was er evengoed brede kritiek: door zes of acht politici samen te laten debatteren verzandde de beoogde ideeënstrijd in een kakofonie.

De NOS wilde dit niet meer – en dus nodigde de redactionele leiding de zes grootste partijen uit. Wat wilden partijen veranderen? Hoe zouden zij het doen?

Hier realiseerden sommige spindoctors zich dat ze inderdaad een blok konden zijn. Het leidde tot open gesprekken, kreeg ik uit alle partijen en de NOS zelf te horen. En het leidde tot een uitkomst die iedereen aanstaat: 17 maart voeren de zes partijleiders niet weer zo’n lang groepsdebat, maar een-op-eendebatjes. Elke partijleider twee: komende woensdag wordt, echt waar, via loting bepaald wie tegen wie komt te staan.

Nu was er vorig voorjaar óók gedoe met EenVandaag. Dit programma, dagelijks circa een miljoen kijkers, werkt al sinds 2002 met een-op-eendebatjes als uitgangspunt voor een breder verkiezingsdebat.

Maar maart vorig jaar kwam het programma in conflict met de VVD. Voor de raadsverkiezingen wilde EenVandaag in zijn debat een ‘een-op-eentje’ tussen Zijlstra (VVD) en Roemer (SP) over het thema zorg. De VVD weigerde dit, EenVandaag hield voet bij stuk stuk, het liep hoog op – en de VVD zegde het debat af.

Dit had twee gevolgen. EenVandaag zette een lege stoel op het podium om te onderstrepen dat een zekere partij wegbleef: geluk ermee, VVD. En Samsom moest zich als enige coalitiepoliticus verweren tegen vier oppositiepolitici, ook inzake de zorg. Geen beste uitkomst voor de coalitie.

Toen eind vorig jaar, 2 december, ’s middags vier uur, de zes spindoctors weer bijeenkwamen, hadden zich inmiddels vier gegadigden voor een tv-debat in maart met landelijke leiders gemeld: NOS, RTL, Pauw, EenVandaag.

Maar de VVD kwam die middag met geen geringe verrassing, destijds al op deze pagina gemeld: die partij bleek ineens bereid aan drie debatten mee te doen, en wel met haar troef: Rutte zelf. Alleen voor EenVandaag voelden VVD en PvdA weinig, bleek die middag ook.

Destijds konden sommige VVD-bewindslieden de omslag van hun partijleider meteen plaatsen: Samsom aarzelde serieus, zeiden ze, over zijn PvdA-leiderschap – en dus de coalitie.

Deze VVD’ers interpreteerden de draai van hun partijleider als steun van Rutte aan een ontmoedigde Samsom: kop op jongen, we maken dit samen af. En: je hoeft niet meer alleen de kastanjes uit het vuur halen. (Van officiële zijde spreekt de PvdA tegen dat Samsom deze aarzelingen heeft gehad.)

In elk geval merkten ze ook bij EenVandaag dat VVD en PvdA samen optrokken – met de VVD voorop. Toen zij 3 december de coalitiepartijen vertelden dat ze hun gebruikelijke debat op het gebruikelijke moment deden, twee dagen voor de verkiezingen, kregen zij te horen dat Rutte noch Samsom beschikbaar waren. Ze moesten het, als enige tv-debat, doen met Loek Hermans (VVD) en Marleen Barth (PvdA), lijsttrekkers voor de Eerste Kamer.

Ondanks talrijk duw- en trekwerk van EenVandaag in de maanden daarna bleef dit zo. In de VVD verdedigen ze hun keuze door te wijzen op de, volgens hen, lage kwaliteit van het programma. In de PvdA noemen ze het concept van het EenVandaag-debat sleets.

Tegelijk bleek me dat de andere partijen, links en rechts, die klachten helemaal niet hadden. Zij prezen juist de evenwichtige leiding en hoge kijkeraantallen.

Zodoende was de slotsom van alle voorbereidende manoeuvres nogal paradoxaal. De zendgemachtigde die zich openstelde voor alle kritiek en ideeën van de zes grote partijen, de NOS, kwam versterkt uit de onderhandelingen te voorschijn. Met een format – een-op-eendebatten – dat de grote verliezer van dit spel, EenVandaag, al twaalf jaar toepast. En als verschil dat EenVandaag geen inspraak in de opzet van het eigen debat had aangeboden.

Dit had dus alles van een even bekend als ongemakkelijk verschijnsel: zodra politici aanzien verliezen, breiden ze hun zeggenschap uit. Zoals mensen met een slecht huwelijk een groter huis bouwen.

Maar het bleef Den Haag: de verliezer van vandaag kon morgen weer boven komen drijven. In dit opzicht was het boeiend dat EenVandaag deze week niet alleen – publiekelijk – het debat afzegde. Maar ook – binnenskamers – een alternatief uitspeelde: een debat tussen Wilders en Pechtold. De twee politici die Rutte en Samsom electoraal de meeste pijn doen.

En het interessante was: D66 zei meteen toe, terwijl de PVV’er Bosma het voorstel namens Wilders in overweging nam. Het zou, after all, voor de coalitie geen amusante uitkomst zijn.