De enige circusprofessor van Nederland

foto arthur hofmeester

Op zijn vierde zag Gerrit Reus door het raam, op een weiland in het West-Friese dorp Grootebroek, een circustent staan. Die was er opeens neergestreken om een paar dagen later alweer te vertrekken. Eén beeld bleef hem bij: hoe de flamboyante directeur Toni Boltini in een pak met tressen bij de ingang kaartjes stond af te scheuren. Dat wilde hij later ook.

Zo’n pak heeft hij nooit gedragen. Maar wel is Gerrit Reus een gerenommeerd circusproducent geworden, die vooral vernieuwende circusvormen propageerde, waarin acrobatiek en jongleertalent samengingen met de techniek, de belichting en de dramaturgie van het theater. Zonder wilde dieren, zonder piste of spreekstalmeester, maar veelal op reguliere theaterpodia en zo veel mogelijk als één doorlopend geheel gepresenteerd. Zo produceerde Reus in december voor de 26ste keer het succesvolle kerstcircus Cascade in de Stadsschouwburg van Utrecht. Het zou zijn laatste editie worden; op 19 januari, drie weken na de laatste voorstelling, stierf hij aan een slopende ziekte. Hij was 63 jaar.

Onder collega’s stond Reus bekend als ‘Nederlands enige circusprofessor’. Tijdens zijn studie (Nederlands en theaterwetenschappen) reisde hij als werkstudent mee met het klassieke Circus Mikkenie. Later trad hij als stagiair in dienst van de Utrechtse Stadsschouwburg, en klom daar op tot adjunct-directeur. Toen hij in 1990 voor het eerst Cirque du Soleil uit Canada en Cirque Plume uit Frankrijk zag – alle twee geworteld in de slapstick van het straattheater – wist hij hoe het circus van de toekomst eruit zou zien. Het klassieke circus, met zijn opeenvolging van losse nummers, was te voorspelbaar en daardoor te saai geworden, zei hij in het pas verschenen boek Circus, een bevlogen passie van de kenners Arthur Hofmeester en Mike Leegwater: „Er zijn zo veel nieuwe stromingen in het theater, dat de mogelijkheden voor cross-overs met circus eindeloos zijn. Ik heb een hoofd vol met plannen.”

„Aan de buitenkant was Gerrit een nogal nors en stug ogende Noord-Hollander,” zegt collega-theaterproducent Matthijs Bongertman, „maar van binnen had hij een poëtisch, romantisch hart voor circus. Net als Fellini, die zijn film I Clowns begon met een jongetje dat ’s morgens wakker wordt en vlakbij zijn huis een circus ziet staan. Dat was ook het verhaal van Gerrit”.

Reus’ begrafenis begon in de Utrechtse Stadsschouwburg, waarna de kist naar de begraafplaats werd gereden in de houten wagen waarmee de directie van Circus Strassburger in vroeger tijden rondreisde.