Competitie? Eigenlijk niks voor Nicolien

Als snowboardster heeft ze naam gemaakt door als eerste Nederlander olympisch kampioen te worden in een sneeuwsport. Nu stopt ze.

Op de Winterspelen van Sotsji had Nicolien Sauerbreij willen stoppen. Maar na het teleurstellende resultaat en het slechte gevoel daarover besloot ze nog een jaar door te gaan. Foto Camron Spencer/Getty Images.

Stilletjes glijdt Nicolien Sauerbreij zaterdag bij de wereldbekerwedstrijd in het Zuid-Duitse Sudelfeld de sportwereld uit. Geen afscheid met toeters en toespraken, maar gewoon een handje voor snowboardsters met wie ze al jaren optrekt, een etentje met haar teamleden en dan, hup de auto in, naar huis.

De sportvrouw die Nederland aan de eerste en enige gouden olympische medaille in een sneeuwsport hielp, stopt met snowboarden, na zeventien jaar. Met lichte weemoed, maar vooral zonder tromgeroffel en trompetgeschal. Daar houdt Sauerbreij niet van. „Ik heb niet de behoefte een afscheidsfeest te vieren.”

Eigenlijk had Sauerbreij (35) een jaar terug willen stoppen, maar het nare gevoel na de teleurstellende Winterspelen in Sotsji zat haar dusdanig dwars, dat ze besloot nog een jaar door te gaan. „Destijds was het plezier verdwenen. En met zo’n gemoed wilde ik niet stoppen, omdat het plezier altijd mijn drijfveer is geweest.”

Met welk gevoel stop je nu daadwerkelijk. Toch met enige melancholie?

Nicolien Sauerbreij: „Absoluut niet. Tot de laatste dag heb ik volop van mijn sport genoten, maar het is nu echt mooi geweest. Ik heb veel geleerd als mens en neem die bagage de rest van mijn leven mee.”

Je begon als een bedeesde snowboardster. Heeft de sport je assertief gemaakt?

„Ik was in het begin heel naïef. Hoewel dat over is gegaan, denk ik af en toe nog wel: jezusmina, eigenlijk hoorde ik helemaal niet thuis in de topsport. Mijn talent en mijn gedrevenheid hebben me daar gebracht, maar diep in mijn hart zou ik niet snel voor competitie kiezen. Ik heb ook nooit naar een tegenstander gekeken, maar ben altijd van mezelf uitgegaan. Soms begrijp ik die andere sporters niet helemaal. Of zij mij niet, dat kan ook. Dat egoïsme, die eerzucht, ik snap het niet altijd even goed.”

Maar topsport en eerzucht gaan toch hand in hand. Niet bij jou?

„Minder. Soms heb je oogkleppen nodig om een doel te bereiken, maar er is ook een leven naast de sport. Wedstrijden zijn leuk, maar ik zie een goed resultaat meer als beloning van mijn inzet, dan toegeven aan de drang om beter te zijn dan de rest. Ik heb het gevoel dat af en toe je inzetten voor goede doelen, aan je medemens denken, je geen slechtere sporter maakt.”

Wat heeft zeventien jaar topsport je dan wel gebracht?

„Het heeft me gevormd tot de persoon die ik ben; iemand die heel snel wijs is geworden. Ik heb veel opgestoken van de organisatie rond mijn privéteam, dat uit zeven personen bestond. Je leert zaken te regelen, flexibel te zijn, snel te schakelen en goed te communiceren. Ik ben echt niet zo verwend, dat ik niet kan functioneren zonder de opdrachten van een trainer. Ik ben godzijdank niet te laat gestopt. Ik zie ook wel ex-topsporters die zuur terugkijken. Nou, daar zal ik geen last van hebben.”

Hoe heb je alle tegenslagen voorafgaande aan de gouden medaille verwerkt?

„Dankzij mijn plezier in het snowboarden. Al viel het resultaat nog zo tegen, de volgende dag stond ik met veel enthousiasme voor een training op de piste. Dat is nooit weggegaan, ook niet als het sneeuwde of min twintig was. Zodra die gedrevenheid ontbreekt moet je andere keuzes maken.”

Zou jij jezelf de ontwikkelingswerkster van het Nederlandse snowboarden willen noemen?

Lachend: „Nee, geenszins. Ik heb wel baanbrekend werk verricht, dat is zo. En ik ben voor andere snowboarders een inspiratie geweest, dat merk ik aan de reacties. Dat is leuk om te horen.”

Hoe kijk je, ontdaan van alle emoties, terug op de gouden medaille van de Winterspelen in Vancouver?

„Het hoogtepunt in mijn carrière, geen twijfel mogelijk. Maar het was ook weer geen grote verrassing. Ik had al twee wereldbekers gewonnen en stond op dat moment één op de wereldranglijst. Het was de plek waar ik hoorde te staan. Alleen, je weet van tevoren nooit of het lukt. Op die ene dag moet wel alles kloppen. En de vooruitzichten waren allerminst goed. Als ik nu nog terugdenk aan de weersomstandigheden kan ik wel janken. Het regende en er moest met vrachtwagens extra sneeuw worden aangevoerd. De voortekenen waren niet best, maar het deed me niks. Ik nam de situatie zoals die was. Echt alles klopte die dag. Niet om emotioneel te worden, maar die wedstrijd voelt nog als de dag van gisteren. Pas over een aantal jaren denk ik waarschijnlijk: jeetjemina, het was toch wel heel bijzonder.”

Maakte de gouden medaille de twee mislukte Spelen daarvoor helemaal goed?

„Nee, dat niet. Maar ik heb wel geleerd van die vroegtijdige uitschakelingen. Die mindere momenten hebben me ook wakker geschud. Zonder de missers op de Spelen in Salt Lake City en in Turijn zou mijn sportloopbaan nog mooier zijn geweest, maar zelfs als ‘Vancouver’ eruit wordt geknipt, houd ik nog steeds een fantastische carrière over.”

Moeten we het nog over wax hebben?

„Wat jij wilt. Ik heb er wel van geleerd dat op de Spelen in Salt Lake City mijn board verkeerd is gewaxt. Aanvankelijk werd ik in de media als een medaillekandidaat gepresenteerd, om na de uitschakeling kapot geschreven te worden. Dat was heftig. Het waxverhaal is een eigen leven gaan leiden, hoewel ik nooit zal beweren dat met opzet verkeerde wax is gebruikt. Maar leg de kwestie maar eens precies uit in een land waar niemand iets van wax weet.”

Is het leven na ‘Vancouver’ ingrijpend veranderd?

„In die zin, dat ik meer publiek bezit ben geworden. En dat heeft zo z’n minder aangename kanten. Mensen spreken je vaker aan en zeggen werkelijk alles. Voor 90 procent is dat leuk. Bijvoorbeeld als mensen je bedanken voor het mooie moment dat je hun gegeven hebt. En ze vertellen er vaak bij dat ze nog steeds weten waar ze waren en wat ze deden op het moment dat ik goud won. Minder leuk is het als mensen je op een terras zien zitten en zeggen: ‘Goh, mag dat wel.’ Of: ‘Moet jij niet in de sneeuw zitten?’ Eerlijk gezegd ben ik er niet trots op om BN’er te zijn. Je kunt het ook worden als je in een rare quiz domme antwoorden geeft. Om niet steeds aangesproken te worden, ben ik wel wat geslotener in mijn blik geworden.”

Ben je financieel veel beter van de olympische titel geworden?

„Nee, omdat ik alleen sponsorcontracten onderteken waarbij ik een goed gevoel heb. Het gevolg daarvan is dat ik niet altijd voor de beste deals heb gekozen. Als het niet klikt, zal ik never nooit een handtekening zetten. Ik wil een soort maatje met de sponsor worden. Zo niet, dan levert dat in mijn geval alleen maar stress op. En geloof me, ik heb fantastische contracten voorbij zien komen, maar toch nee gezegd. Vaak is me gezegd: ‘Je bent gek.’ Dat moet dan maar; ik vind het allemaal prima.”

Waar bewaar je de gouden medaille?

Na enig nadenken: „Een deel ervan om mijn vinger, omdat ik er naar eigen ontwerp een ring van heb laten maken. Maar het andere deel? Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Volgens mij heb ik het bij terugkeer van de juwelier in een kist gedaan. Ach, weet je, zo’n medaille roept bij mij geen emoties op. Het is letterlijk en figuurlijk een koud ding. Foto’s met die medaille zeggen me veel meer. Ik heb die ring laten maken, omdat ik te weinig besefte hoe bijzonder die prestatie is geweest. Goud op de Spelen, toch wel uniek. Velen nemen een tatoeage, maar daar ben ik de persoon niet voor. En ik draag ook nooit sieraden. Ja, nu deze ring. Dat maakt het voor mij juist zo bijzonder.”

Zit er nu een hapje in de medaille?

„Nee, er is twee millimeter afgevijld. Overigens pas nadat de medaille door een röntgenapparaat was gehaald om te zien of er geen koper in zat. Koper trekt zuurstof aan en gaat oxideren, waarna de structuur van de medaille verandert. Dat wilde ik niet. Alleen de buitenkant was helemaal van goud. Nu er een deel vanaf is gehaald, zie je er een beetje zilver doorheen.”

Wat ga je straks doen?

„Werken bij uitzendbureau Randstad. Ik ga mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking begeleiden naar een plek op de arbeidsmarkt. Een nieuw traject dat Randstad is begonnen als uitvloeisel van de participatiewet. Ik kom in een nieuwe wereld, waarin ik weer veel moet leren. En dat zal ik, net als in mijn sportloopbaan, stap voor stap doen.”