Arnold mag toch zijn nieren doneren, na zijn euthanasie

Het Radboud UMC weigerde een nierdonatie te accepteren van een patiënt die euthanasie krijgt.

Het Radboud UMC in Nijmegen Wim Hollemans/ANP

De Nijmeegse oud-fysiotherapeut Arnold Mulder (56) mag zijn nieren tóch afstaan. Direct na zijn euthanasie, volgende week zondag, heeft de familie vijf minuten de tijd om afscheid te nemen. Daarna zullen artsen in het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis de nieren van Mulder uitnemen. Twee levens redden. Zijn laatste wens.

Het Canisius-Wilhelmina in Nijmegen beloofde gistermiddag aan Mulder dat hij daar mag sterven en zijn organen kan doneren, bevestigt een woordvoerder. De man heeft Multi Systeem Atrofie, een ziekte gelieerd aan de ziekte van Parkinson waarbij bepaalde hersendelen afsterven. Mulder kan al niet meer typen. Dochter Julia: „Hij spreekt moeizaam – met dubbele tong.” De huisarts en een onafhankelijke arts gingen akkoord met zijn euthanasiewens – hij wilde overlijden voordat hij volledig afgetakeld zou zijn door de ziekte.

Mulder wordt de achtste patiënt in Nederland die organen afstaat vlak na een euthanasie. De belofte van het Canisius kwam na een voor de familie roerige week, waarin het Radboud UMC – dat is een universitair ziekenhuis – weigerde Mulder te helpen. Ook het Canisius had in eerste instantie bedenkingen, maar ging toch overstag. De zaak laat zien dat ziekenhuizen worstelen met het onderwerp, terwijl duidelijke regels potentieel veel donoren kunnen opleveren.

Landelijke regels voor orgaandonatie na euthanasie zijn er niet. Wel schreven een aantal artsen een handreiking, die nu wordt beoordeeld door verschillende beroepsverenigingen. In 2013 werden voor het eerst organen gedoneerd door een patiënt die euthanasie kreeg nadat hij snel aftakelde door een ziekte aan het zenuwstelsel. De man, tussen de 50 en 60 jaar oud, ontwikkelde in de laatste maanden voor zijn dood een sterke wens om zijn organen te doneren. Betrokken artsen schrijven later: „Deze gedachte betekent voor patiënt zingeving aan het onvermijdelijke overlijden, versterking van de autonomie en berusting.”

Het lukt de man zijn lever en nieren te doneren, maar uit de zaak blijkt hoe ingewikkeld zo’n orgaandonatie is voor een ziekenhuis. Het ziekenhuis moet een behandelend huisarts van de patiënt toelaten om de euthanasie te voltrekken – ongebruikelijk in de meeste ziekenhuizen vanwege juridische aansprakelijkheid. Ook moet van tevoren een officier van justitie en een lijkschouwer geïnformeerd worden. Het gaat om een ‘onnatuurlijke dood’, waardoor zij direct na het overlijden toestemming moeten geven om het lichaam vrij te geven. Het team dat de euthanasie uitvoert, moet al een paar minuten na de dood van een patiënt vervangen worden door het ‘transplantatieteam.’

Het Radboud UMC durfde het deze week niet aan om Arnold Mulder te helpen bij zijn wens. Ook niet toen bleek dat zijn euthanasieverzoek al was goedgekeurd door onafhankelijke artsen, en dat zijn nieren geschikt waren voor donatie. Een woordvoeder stelt dat het „een nieuw vraagstuk” is voor het ziekenhuis. Mulder was niet eerder patiënt bij het Radboud. Dat was volgens de woordvoerder belangrijk: „Dit is een heel ingewikkelde kwestie. We willen bij de patiënt kennen voor we zo’n complexe beslissing nemen, anders kunnen wij geen zuivere afweging maken. Er bestaat geen beleid. Dit is voor iedereen zoeken.”

Klinisch ethicus Erwin Kompanje, verbonden aan het Erasmus MC in Rotterdam, heeft weinig begrip voor de beslissing van het Radboud ziekenhuis. Hij wijst erop dat in Nederland juist de academische ziekenhuizen de status van ‘transplantatiecentrum’ hebben, waardoor ze gespecialiseerd zijn in orgaandonatie. Kompanje: „Het is logistiek lastig, maar het kán. Het is eerder gedaan, er is expertise, het is ethisch verantwoord, juridisch in orde en praktisch uitvoerbaar.”

Voor familie is euthanasie samen met orgaandonatie zwaar. Waar euthanasie vaak in de eigen omgeving mogelijk is, met vrienden en familie in de buurt, kan het ziekenhuis aanvoelen als „zakelijk.” Kompanje: „Het is kil. Familie heeft weinig tijd om afscheid te nemen na de euthanasie. Maar dat is de keuze van de patiënt. En dan moet het ziekenhuis meewerken: willen we nu organen, of willen we ze niet?”

Er is in Nederland een tekort aan organen. Op 1 januari 2015 stonden ruim duizend mensen op de wachtlijst voor een orgaandonatie, waarvan 622 wachtten op een nieuwe nier. Vorig jaar werden van 271 overledenen de organen uitgenomen en getransplanteerd. Van de meeste mensen die euthanasie krijgen zijn de organen niet geschikt om te doneren. In de praktijk zijn vooral de organen geschikt van mensen met een spier- of zenuwziekte. Het gaat jaarlijks om een paar honderd potentiële orgaandonoren.