Anoniem in de parkeergarage

Behalve dat hij waar biedt voor z’n geld, is Bas van Putten haast niks bijgebleven van de Nissan Pulsar, zo gewoon is hij.

Lief zeg. Achter een transparant gedeelte van de achterlichten zie ik geen ledlabyrint maar een gloeilampje, zo’n ouderwets glazen bolletje voor de richtingaanwijzers. Dat het nog bestaat. En achter de deurpanelen of in het spiegelhuis hoor ik onderweg een zacht rammeltje meetrillen dat al net zo oplucht. Geen ongenaakbare machine, haast een mens.

Het is een Nissan, zo gewoon dat ik zijn naam niet kan onthouden.

Ik zeg steeds Pixar of Pixo als ze vragen hoe hij heette. De Pixo is een andere Nissan, vraag me niet wat voor een. Net nog een foto opgezocht, maar het beeld was weg voor ik het wist. Enfin, de gloeilamp-Nissan heet dus Pulsar, naar een bepaald soort ster.

Geen felle. Een week nadat ik hem had teruggebracht, was ik hem glad vergeten. Iets ter grootte van een Golf, op straat zou ik hem niet herkennen. Aan de hand van de publiciteitsfoto’s waarmee ik mijn geheugen opfris, stel ik de oorzaak vast: hij playbackt als een dolle al zijn soortgenoten uit het verre oosten. Dat driehoekige achterzijruitje is een Aziatische stijlziekte. De achterlichten, als de gelei van Mona-toetjes over de flanken weglekkend, zouden van Kia of Hyundai kunnen zijn. Die stoere boog boven de voorwielen heeft de Mazda 3 ook. Zo’n wigvormig oplopende taillelijn zie je overal. Pak van mijn hart dat de gloeilampjes bij het ontgrendelen op afstand aanflitsen, anders had ik hem in de parkeergarage niet meer teruggevonden.

Over de eenvormigheid van Aziaten in de middenklasse heb ik de theorie dat de makers ze bewust zo sterk mogelijk op elkaar laten lijken. Daardoor kan design geen argument zijn om voor een andere partij te kiezen. Zie het als esthetische kartelvorming; omdat het toch niet uitmaakt wat je koopt, pikt iedereen een stukje markt mee, goed genoeg zijn ze toch allemaal.

Maar de Nissan steekt op twee punten boven het maaiveld uit: prijs en ruimte.

De Pulsar 115 Dig-T M/T Tekna is de ultieme anonymus met vijf deuren. M/T staat voor handgeschakeld, Dig-T voor bullshit, Tekna voor de duurste uitvoering met leren bekleding, stoelverwarming, cruise control, navigatiesysteem en ledverlichting vóór, daar wel. Voor 25.750 euro ben je klaar, wat voor het gebodene opmerkelijk beschaafd mag heten. Het kan nog goedkoper. De basis-Pulsar, de Visia, blijft inclusief airconditioning net onder de 20.000 euro, de iets beter uitgeruste Acenta zit er met 21.750 mooi tussenin, een Business Edition en Connect Edition dichten met 21.150 en 23.750 de kloof tussen de rangen. Nissan keert terug naar het waar-voor-je-geldmodel waar het merk oppassend Nederland mee inpakte toen het nog Datsun heette.

Rijtjeshuizenauto

Dit is de rijtjeshuizenauto voor de man die thuis boven de boerenkool zonder een spoor van ironie de aanbeveling van de Nissan-verkoopadviseur natettert; dit kun je bij VW vergeten voor dat geld! Het scheelt dat Nissan het simpel houdt. Waar je bij Duitse merken gek wordt van de hoeveelheid motorvarianten, drukt Nissan de productiekosten door maar twee smaken aan te bieden. Er is één viercilinder turbobenzinemotor van concerngenoot Renault en één dieselmotor, ook van Renault, die de Pulsar 4.000 euro duurder maakt maar zichzelf terugverdient door bijna niets te drinken. Beide zijn voortreffelijk.

Ik ben haast vergeten hoe hij reed, zo onopvallend was het. Mij bleef de stilte bij, de volstrekte neutraliteit van schakel- en rijgedrag. De Renault-motor, met het lauw afstandelijke dat grotere auto’s met kleine turbomotoren nu eenmaal hebben, kan de massa met een trekkracht van 190 Newtonmeter aardig aan.

Je ziet snel genoeg waar Nissan op bespaarde. Het navigatiedisplay is niet opgeklopt tot de pretentieuze, iPad-achtige flatscreen die voor A-merken een prestigekwestie is geworden, maar een lullig schermpje dat braaf doet wat het moet doen: helpen. Het plastic in deuren en dashboard toont niet deftig. Nou en.

Des te koninklijker is de zitruimte. Over het zitcomfort voor ben ik al erg tevreden, maar vooral achterin biedt de Pulsar zowel voor hoofd als benen een bewegingsvrijheid die je in een Golf gevoeglijk kunt vergeten. Door de wielbasis op te rekken tot maar liefst 2 meter 70 creëerde Nissan tot en met de kofferruimte vrij spel voor mens en have. Met een inhoud van 385 liter slikt de Pulsar zelfs iets meer bagage dan de Golf. Een dikke acht.