Weekmakende klanktovenarij

Het Rotterdams Philharmonisch moet zich richten op de eigen regio, oordeelde de Raad voor Cultuur. Twee internationale toporkesten zou Nederland niet nodig hebben. De Rotterdammers trekken zich daar weinig van aan en gaan komende weken op tournee naar de Verenigde Staten, met onder meer een zinderende Vijfde symfonie van Tsjaikovski, die het thuispubliek alvast kan voorproeven.

Het orkest, dat een sterke Russische traditie heeft, leverde een prestatie van wereldformaat – je zou wel gek zijn om met dit orkestapparaat te remmen voor de stadsgrenzen. Yannick liet zijn musici lichtvoetig walsen, duister ronken, in kittig pizzicato over de snaren trippelen, alles even rijkgeschakeerd en nauwkeurig van gezamenlijke intentie. De absolute ster was soloklarinettist Julien Hervé – alleen al de noot waarmee hij het Andante cantabile uitluidde was pure, weekmakende klanktovenarij.

Niet mee naar de VS gaat Brahms’ Eerste pianoconcert. Tussen de fijnbesnaarde stersoliste (en parttime wolvenfokker) Hélène Grimaud, die debuteerde bij het orkest, en Yannick vonkte en knetterde het. Niet alle accenten liepen helemaal synchroon, vooral niet in het openingsdeel, maar de doorwrochte muzikaliteit van de interpretatie en de eenheid van gedachte waren zonneklaar.

Ongetwijfeld vergrootte de gedeelde liefde voor Brahms, dit pianoconcert in het bijzonder, de bereidwilligheid elkaar te vinden. Grimaud vulde het vraag-antwoordspel van het Adagio in met geïnspireerde tederheid, om daarna zonder adempauze in de toetsen te duiken voor het slotdeel – als een roofdier. Yannick volgde op de voet.