Vanaf die bank maakten ze een album samen

In hun huiskamer werkten zangeres Janne Schra en haar vriend, muzikant Torre Florim, samen aan een nieuw album dat volgende week verschijnt. „Ik denk niet dat we het nog eens zo zouden doen.”

Zangeres Janne Schra en haar vriend muzikant Torre Florim maakten samen een album in hun woonkamer. Foto Andreas Terlaak

Torre Florim noemt het een ‘beleefdheidsfilter’, het mechanisme dat zorgt dat je elkaar niet plompverloren de waarheid zegt. Zo zeggen muzikanten doorgaans dingen als ‘Leuk, maar zullen we het ook eens op een andere manier proberen?’ Tussen hem en zijn vriendin Janne Schra ontbrak dat filter, zegt hij. „Als Janne iets niet leuk vond, noemde ze het gewoon ‘helemaal kut’.”

Torre Florim (29), zanger/voorman van rockband De Staat, maakte de instrumentaties voor Schra’s nieuwe solo-cd Ponzo. Het ging hard tegen hard, zeggen ze, maar ze hebben het overleefd.

Muzikaal is de samenwerking een succes. Janne Schra is bekend om haar precieze, lichte zangstijl, haar woorden zijn nauwkeurig uitgesproken verlokkingen die welven en zweven over de muziek. Op Ponzo kreeg het luchtige van Schra een fundering in Florims bromtonen. Florim is architect van de onderaards ronkende nummers van De Staat en legde die robuustheid nu gedeeltelijk onder de stem van Schra, aangevuld met een elegante toets van pauken, viool en een enkele blazer, in liedjes als ‘Filthy Rich’, ‘The Show’ en ‘Little Bamboo’.

Het gezamenlijke werkstuk ontstond thuis in hun huis in Nijmegen, waar in de hoek van de woonkamer een drumstel staat, een piano en een orgel. Hier lopen leven en werk in elkaar over. Ponzo maakten ze hier bijna geheel met zijn tweeën, ze namen hier ook alles op. „Met de drums in de kamer en de deur van de opname- ruimte half open. Dat ging net”, zegt Florim.

Janne Schra (33) werd bekend als zangeres van de Utrechtse groep Room Eleven, dat lichtvoetige jazzcomposities speelde en internationaal succes kreeg. In 2010 stapte Schra uit de band, begon de eigen groep Schradinova en maakte vervolgens een solo-cd, in 2013. Ponzo is haar tweede soloplaat. Haar zang klinkt nog altijd zacht en dromerig.

Als in het gesprek een woord als ‘luchtig’ of ‘licht’ valt, in relatie tot haar stem, krimpt Schra in elkaar. Ze benadrukt haar serieuze kant. „Ik ben niet alleen maar vrolijk en luchtig, mijn uitgangspunten zijn eerder zwaarmoedig.”

Schra knikt naar Florim: „Het beeld dat hij de brombeer is en ik het lichtpuntje, klopt niet.” Het was juist Florim die haar stimuleerde om de lichte liedjes een kans te geven. „Ik pikte die vrolijke nummers eruit”, zegt hij. „Mij daagden ze uit om er iets vies en vuigs aan toe te voegen. Dat wordt cool, dacht ik.”

Logische stap in de relatie

Het is voor het eerst dat Florim en Schra zo samenwerken. Florim: „Het leek een logische stap in onze relatie, maar ook een stap waarvan je niet weet waar je terechtkomt.” Schra kijkt opzij. „Ik weet nog dat je aankondigde dat je je er als producer en muzikant mee wilde bemoeien. We waren chagrijnig die dag, een half opgeloste ruzie, ofzo. Toen zei je dat en dacht ik: ‘O jee, ik weet niet of ik daar nu zo blij mee ben’.”

Het werd een ‘langzame evolutie’, van ongeveer een half jaar. De opnamen werden door Florim bewerkt en aangevuld met elektronica, filters en effecten. „‘Tweaken’, ofwel prutsen, kan hij goed”, zegt zij. „Soms was ik een dag weggeweest en als ik terugkwam had hij een track helemaal omgegooid, dan was een countrynummer ineens iets funk-achtigs geworden, zoals bij ‘Carry On’. Dat waren verrassende momenten.”

Voor de instrumentaties gebruikte hij echte strijkers en violen uit de iPad, zegt hij. In veel liedjes is het wiebelige geluid van de mellotron te horen – een primitieve synthesizer – maar er waren ook allerlei digitale geluidsbronnen. „Het maakt me niet uit waar de klank vandaan komt, als het resultaat maar klinkt als iets uit een huiskamer in de jaren vijftig. ‘Warm’ en een beetje rommelig”, zegt Florim.

Hebben ze samen ooit rocksongs gemaakt? Florim: „We hebben wat psychedelische rock opgenomen, ja. Ik liet het ronken en Janne zong galmende flarden. Het paste niet op Ponzo.”

Zo kijken ze naar de wereld

De teksten op de cd gaan over de manier waarop ze naar het leven kijkt, zegt Schra. Of eigenlijk naar „de wereld”. Dat je daarbij altijd jezelf als filter hebt. Ze noemt haar vertrek uit Amsterdam, en hoe ze de stad nu anders ziet. „Nu ben ik de provinciaal op de ov-fiets, die steeds omhoogkijkt omdat alles zo mooi is. Toen ik er woonde, had ik daar geen oog voor.”

Er is een liedje over het probleem van liefdesverdriet. „Dan is het alsof er de hele tijd iemand je beeld beheerst”, zegt ze. „Je ziet alles anders, door die persoon die in de weg zit. Als het verdriet over is, zie je weer helder.” Dit soort onderwerpen is nieuw.

Bij eerdere platen vertelde ze verhalen, nu vertelt ze over wie ze zelf is. „Geen blad voor de mond, dit ben ik. En dan kom je vaak uit bij een donkere blik, omdat dat onderdeel is van wie ik ben.”

Ze is even stil.

„Ik wilde proberen daar iets overheen te leggen zodat ik het met meer humor kan bekijken, het lichter kan maken. En dat dát de realiteit dan wordt. Ik sta vaker stil bij het feit dat emoties je dag een bepaalde kleur geven, maar dat je de mogelijkheid hebt ze te veranderen. Uiteindelijk ben je er zelf bij.”

Florim wijst naar de opnameruimte. „Hier werkten we. De hele tijd. En niet dat je daarna naar huis gaat en kunt klagen tegen je vriendin over je dag. Nee, zij was juist degene die me aan het werk zette.”

Zij: „Zo’n samenwerking maakt de relatie sterker. Maar je komt ook op plekken waar je niet eerder geweest bent.”

Hij: „Het is voor je relatie juist gezond elkaar af en toe niet te zien.”

Zij: „Ik denk niet dat we het nog eens zo zouden doen.” Hij knikt. „Ik heb mijn studio vast naar een andere locatie verhuisd.”