‘Tribunespeler’ zonder prijzen

Rik Coppens (1930-2015)

Topvoetballer in België

Het Antwerpse dribbelwonder vond het publiek vermaken belangrijker dan het resultaat.

Rik Coppens in 1967. Een enfant terrible werd hij genoemd, omdat hij nooit een blad voor de mond nam en op het veld zijn zin deed. VI Images/HH

Hij won nooit een landstitel en speelde nooit voor een topclub, maar toch staat Rik Coppens geboekstaafd als een van de beste Belgische voetballers ooit. De eerste winnaar van de Gouden Schoen (in 1954), de trofee voor de beste Belgische voetballer, overleed gisteren op 84-jarige leeftijd.

Coppens beleefde zijn hoogtijdagen bij de Antwerpse club Beerschot in de eerste helft van de jaren vijftig, een tijd dat de televisie nog niet alomtegenwoordig was en van YouTube nog lang geen sprake was. Van Coppens’ prestaties zijn slechts schaarse beelden en korrelige zwartwit-foto’s overgebleven. Reden waarom hij deels in de schaduw bleef staan van Anderlecht-icoon Paul Van Himst als de beste Belgische voetballer, maar anderzijds werd zo ook de mythe-Coppens in de loop der jaren flink aangedikt.

Vandaag zou hij ongetwijfeld wereldwijd grote sier maken op internetfilmpjes, want Coppens was een branievol entertainer, die meer belang hechtte aan het vermaken van het publiek dan het uiteindelijke resultaat. In een winterse derby tegen Antwerp FC in 1952 scoorde Coppens in een zweefvlucht een doelpunt met de hak. Beerschot verloor met 5-2, maar Coppens’ wedstrijd was geslaagd, want nog wekenlang werden in de volkscafés rond het stadion straffe verhalen verteld over zijn stunt.

En ook de strafschop in drie ‘tijden’ tijdens een interland tegen IJsland in 1957, een kunstje dat later werd nagedaan door Ajacieden Johan Cruijff en Jesper Olsen tegen Helmond sport in 1982. Tegen Standard benutte hij in één wedstrijd eens drie strafschoppen, terwijl hij iedere keer aanwees naar welke hoek hij zou trappen.

Dat hij een ‘tribunespeler’ was en te weinig resultaatgericht, werd hem wel eens verweten. Het deerde hem niet. „Als er iets meer tribunespelers zouden zijn, zouden de stadions misschien wat voller zitten”, was zijn standaardrepliek. Zelfs voor een wedstrijd van het tweede elftal van Beerschot kwamen 10.000 fans opdagen, omdat Coppens er na een lange blessure zijn wederoptreden zou maken.

Een enfant terrible werd hij genoemd, omdat hij nooit een blad voor de mond nam en in sappig Antwerps zijn mening gaf en op het veld zijn zin deed. Toch klopten topclubs als Barcelona en Internazionale op de poorten van het Olympisch Stadion op het Kiel, om te dingen naar de gunsten van Coppens. Maar het profvoetbal stond nog in de kinderschoenen, Beerschot weerstond de lokroep van het geld, en Coppens had ook niet veel zin om in Catalonië de vervanger van Di Stéfano te worden.

Ook met de Rode Duivels behaalde hij nooit een prijs, al schitterde hij wel sporadisch. Onder leiding van Coppens won België in 1954 met 2-0 van wereldkampioen West-Duitsland, en zijn fratsen liet hij het liefste zien tegen de ‘Ollanders’, waarbij hij Rinus Terlouw vaak dol speelde. Maar door zijn drang om verbale robbertjes uit te vechten met tegenstanders, scheidsrechters en bestuurders, bleef zijn interlandcarrière beperkt tot 47 wedstrijden, waarin hij 21 keer scoorde.

Naarmate de tijd vervloog en het aantal mensen dat hem zag spelen verminderde, werd Coppens vergeleken met de allergrootsten: Cruijff, Pele, Maradona, Messi. De waarheid ligt wellicht dichter bij andere kwieke dribbelwonders: George Best, Jimmy Johnstone, Garrincha. Entertainers uit een ander voetbaltijdperk. Voetbalclub Beerschot verzeilde al eerder in de lagere regionen, met Coppens is nu ook zijn beroemdste en meest excentrieke zoon heengegaan.