Snel die bonnen besteden

Op bezoek in V&D Leiden, die „best goed” draait. Bij sluiting zouden klanten vooral het restaurant missen.

Het vorig jaar gerestylede filiaal van V&D in Leiden zou als voorbeeld dienen voor andere V&D’s. Maar de metamorfose bleef uit. Het concern verkeert in nood. Foto’s Rien Zilvold

Dit was zoals het nieuwe V&D overal zou worden. Schoon, fris, modern, licht. Het tegenovergestelde van hoe de gemiddelde V&D-winkel eruitziet: grauw, rommelig en gedateerd.

Het V&D-filiaal aan de Aalmarkt in Leiden onderging vorig jaar een metamorfose en werd in mei met veel bombarie geopend. De hele dag speelden er bandjes in de etalage en de directie gaf journalisten persoonlijk een rondleiding.

Zoals dit filiaal moesten alle V&D’s worden. Trots werd gewezen op de nieuwe vloeren, de ruimere opstelling met nieuw meubilair en de nieuwe merken die het warenhuis had binnengehaald.

In V&D nieuwe stijl kunnen klanten hun nagels laten doen, hun haar laten föhnen, hun schoenen laten repareren en hun kleding laten stomen. En er is een oplaadpunt voor mobieltjes. „Een bezoek aan V&D moet weer een feest worden”, zei topman Jacob de Jonge op de openingsdag tot vervelens toe. De „winkelbeleving” moest verbeteren. V&D had zijn winkels laten versloffen, V&D was niet inspirerend meer. Dat zou veranderen. „Binnen vijf jaar zijn we een merk waar consumenten een warm en goed gevoel bij krijgen”, beloofde De Jonge.

Drie maanden na de presentatie van de plannen voor de warenhuisketen trad De Jonge wegens „privéomstandigheden” terug als V&D-baas.

De metamorfose van de winkels bleef beperkt tot het filiaal in Leiden – de aangekondigde invoering van het nieuwe concept bleef uit. Het was een voorteken voor de crisis waarin V&D nu verkeert. Het is zeer de vraag of de keten überhaupt blijft bestaan.

In het nog altijd blinkende filiaal in Leiden hebben de klanten daar weinig vertrouwen in. Opvallend veel mensen die deze donderdagmiddag in het warenhuis ronddwalen, doen dat alleen omdat ze nog een V&D-cadeaukaart te besteden hebben. Ze zeggen het verontschuldigend. „Er staat toch vijftig euro op”, zegt Fred Hoeke (47) uit Leiderdorp, die de kaart in zijn kerstpakket had.

Niet te lang wachten

Met zijn vrouw is Hoeke op zoek naar een schooltas voor hun zoon. Dat V&D mogelijk uit het straatbeeld verdwijnt, vindt hij „een gek idee”. „Je kent zo’n warenhuis van kinds af aan.” Maar, zegt hij, eerlijk is eerlijk, hij koopt er bijna nooit wat.

Ook Joke Zwanenburg (50) uit Katwijk kreeg met de feestdagen van haar werkgever een V&D-kaart met een tegoed van vijftig euro. „Collega’s stuurden afgelopen week een sms’je rond: wie zijn kaart nog niet heeft ingeleverd, moet dat zo snel mogelijk doen.”

Ze laat haar handen door een stapel Replay-spijkerbroeken gaan, kijkt of haar maat ertussen zit. „Ik ga wel vaak even bij V&D naar binnen”, zegt Zwanenburg, „maar als ik echt kleding ga kopen, kom ik meestal toch terecht bij winkels als Mango, Vero Moda of The Sting. Tegenwoordig koop ik ook vaak kleding online, vooral voor mijn man en mijn zoon, want die houden niet van winkelen.”

Emily Ginkel (35) uit Leiden werd door haar vader geattendeerd op de crisis bij V&D. „Het kan snel afgelopen zijn, toch?”, vraagt ze. Pas had ze het nog bij Schoenenreus. De ene dag kocht ze er wat, de volgende dag was de winkel gesloten. Failliet. Om het tegoed op haar V&D-cadeaukaart te besteden is Ginkel nu op zoek naar een bikini. „Maar als je onder druk iets moet kopen, lukt het nooit.”

Toos en Sjaak Cozijn (beiden 60) uit Oegstgeest hadden nog voor 100 euro aan V&D-tegoed in de la liggen. Ze hebben een pan aangeschaft. „Ik wilde niet te lang wachten”, zegt Toos. Haar man grinnikt. „Van Free Record Shop hadden we ook nog bonnen”, legt hij uit, „maar daarmee waren we te laat. Die was toen al failliet.”

Wat klanten zullen missen als V&D verdwijnt? Op die vraag zeggen zij vaak als eerst: het restaurant. La Place is geliefd, zo blijkt. „We gaan er graag even een kop koffie drinken als we in de stad zijn”, zegt Sabine Hoeke (44). „Het is altijd gezellig druk daar.”

‘Alles bij elkaar’

Studente Jolinde Brouwer (22) vindt „alles” van La Place „heerlijk”. Zij en haar vriendin Annemarieke Voorsluijs (22) zijn sowieso grote V&D-fans, zeggen ze. Voorsluijs: „Ik hoop niet dat ze failliet gaan. Ze hebben hier alles. Dat is zo chill. Ik kom hier vooral voor leuke hebbedingetjes. Als je iets zoekt, hebben ze het bijna altijd.”

Het is een veelgehoord argument: mensen gaan naar V&D omdat daar „alles bij elkaar” zit. Cosmetica, parfum, schoenen, kleding, koffers, boeken en cd’s, speelgoed, beddengoed, pannen, lingerie en chocolaatjes.

„V&D is de favoriete winkel van mijn moeder”, zegt Emily Ginkel. Uit haar grimas blijkt dat ze die mening niet deelt. „Ik ga vaak mee, maar ik koop bijna nooit wat. Maar de broodjes van La Place zou ik echt missen. Alleen naar La Place ga ik echt graag met mijn moeder mee.”

Sjaak Cozijn zou V&D niet missen, zegt hij. „Er zijn genoeg alternatieven.” Elektronica koopt hij vaak via internet. Kleding kopen hij en zijn vrouw niet online, daarvoor gaan ze nog naar de winkel.

Maar niet naar V&D. „Hier komen we denk ik vier keer per jaar”, zegt hij. „Dan lopen we er doorheen, even kijken of we nog wat leuks tegenkomen. Vroeger snuffelden we graag rond op de boekenafdeling. Maar ja, tegenwoordig hebben we een e-reader.”

Slikken of stikken

Tot zover de klanten. Maar hoe is het met de werknemers? Zij kregen tweeënhalve week geleden plotseling medegedeeld dat zij 6 procent salaris moeten inleveren. En dan nog is het onzeker of V&D de crisis overleeft.

Niet met journalisten praten, hebben de werknemers te horen gekregen. De meesten doen dat dan ook niet. „Bent u van de krant? Dan zeg ik niets. Dan kan ik ook niets verkeerds zeggen”, zegt een medewerkster van een jaar of achttien bedeesd.

Een andere caissière, iets openhartiger, vertelt dat er „inderdaad wel heel veel” cadeaubonnen worden ingewisseld. Klanten bij haar aan de kassa informeren ook regelmatig ‘hoe het er nu mee is’ en ‘of V&D nu failliet gaat’. Zelf is ze er vrij nuchter onder. „Ik moet het nog maar zien”, zegt ze. „Het voelt heel tegenstrijdig, want in dit filiaal gaat het best goed.”

Een vrouw die al 24 jaar bij het warenhuis werkt, heeft het er moeilijker mee. Dat ze salaris moet inleveren, soit. „Maar de manier waarop.... Het was slikken of stikken.” Ze vindt het moeilijk dat het lot van V&D nu in „andermans handen” ligt. „We kunnen alleen maar afwachten.”

Het lijkt haar „vreselijk” om haar baan te verliezen, maar, zegt ze monter: „We zijn nog niet ten onder.” En de klanten aan de servicebalie wachten.