Rimpelloze designerpop van Alt-J

Uit een zachtmoedig folkliedje maakt zich plotseling een snerpende vrouwenstem los. „I’m a female rebel!” klinkt het kordaat. Maar er staat helemaal geen vrouw op het podium, tussen de vier vriendelijk ogende heren die samen de Britse groep Alt-J vormen. De stemsample is van de Amerikaanse zangeres Miley Cyrus en haar agressieve toon klopt bij deze muziek als een zwerende vinger.

Vinden ze leuk, de mannen van Alt-J. In hun muziek samplen ze badeendjes en een speelgoedpiano. Zanger Joe Newman zet geregeld een kunstmatig kinderstemmetje op en zingt „Eeny, meeny, miny, moe” in het nummer Left hand free. Desondanks neemt Alt-J zijn muziek bloedserieus, als de artrockers die ze zijn. Hun combinatie van folkrock en elektronica oogst veel bijval in indiekringen en bracht hen al naar Lowlands en Pinkpop.

Maar wat zijn ze saai, deze statische muzikanten met hun gemoedelijk wiegende designerpop. Onbetwiste ster van de band is drummer Thom Green, een creatieve slagwerker die met zijn flamboyante roffels enige beweging op het podium bracht. Een uitgebreide lichtshow moest compensatie bieden, maar het decor had in verschillende belichtingen nog het meeste weg van een staafdiagram in een financieel dagblad.

Alt-J is zo beleefd en rimpelloos dat het optreden van nauwelijks vijf kwartier in een zucht voorbij leek te gaan. Alleen aan het begin en het eind was er wat opwinding, eerst door de ingeblikte Miley en tot slot in het nummer Breezeblocks waar eindelijk sprake was van een pittig ritme en enige dynamiek in het samenspel. Alt-J maakt mooie platen, maar dit was muziek voor thuis op de bank.