Ramp MH17 toont: scherpere regels voor luchtruim nodig

Signalen waren er genoeg dat het niet pluis was in het luchtruim boven Oost-Oekraïne in de periode die aan 17 juli 2014 voorafging – de dag waarop de MH17 neerstortte en 298 inzittenden van dit vliegtuig om het leven kwamen. Alleen waren die signalen blijkbaar niet hard en duidelijk genoeg om ze als alarmbellen te doen klinken. En om vervolgens de daarbij passende voorzorgsmaatregelen te nemen.

In de Tweede Kamer, die er gisteravond vijf uur lang met een delegatie uit het kabinet over sprak, kwamen ze weer langs, al die – achteraf – omineus gebleken voortekenen. De waarschuwing van een NAVO-generaal op 30 juni dat er rond de grens van Rusland en Oekraïne sprake was van zwaar wapenmaterieel, mogelijk verstrekt aan Oekraïense separatisten. De vermoedelijk elf (militaire) vliegtuigen en acht helikopers die in de periode 15 april-17 juli boven Oost-Oekraïne zijn neergekomen. De diplomatieke briefing in Kiev op 14 juli, waar een Nederlandse afgezant aanwezig was en waarin onder meer werd verteld dat er die dag een Antonov was neergehaald, duidend op meer steun van de Russen aan de separatisten.

En er was vooral het besluit van Oekraïne om het luchtruim in het oosten tot 9.750 meter hoogte te sluiten, omdat vliegen daar te gevaarlijk werd geacht. Dat was informatie die via een zogeheten NOTAM (Notice to Airmen) bij alle luchtvaartmaatschappijen bekend was. MH17 vloog hoger, zij het wel een kilometer lager dan volgens het vluchtplan de bedoeling was. Te laag, zo werd op 17 juli pijnlijk duidelijk, en dat kostte 196 Nederlanders het leven, als inzittenden van een toestel dat op Schiphol was opgestegen.

Op vragen die Kamerleden gisteravond andermaal stelden, bleven betrokken ministers volhouden dat de procedures correct waren gevolgd, dat de aanwijzingen onvoldoende waren om luchtvaartmaatschappijen speciaal te waarschuwen. Dat kan formeel juist zijn, maar de tragische gevolgen zijn een onmiskenbare aanleiding om de kwaliteit van die procedures scherp te onderzoeken.

Dat geldt dan primair voor de internationale afspraken die erover bestaan, en die teruggaan tot het Verdrag van Chicago, dat in 1944 werd gesloten. Op basis daarvan opereert de VN-organisatie ICAO. Bij deze International Civil Aviation Organization zijn 191 landen aangesloten en er wordt nu gewerkt aan een nieuw systeem dat internationale informatie over risico’s in het luchtruim uitgebreider en beter toegankelijk moet maken. Hoe eerder hoe beter – gevaarlijk luchtruim genoeg.

Als luchtruim al tot bijna tien kilometer hoogte als onveilig wordt bestempeld, is het wellicht een optie dat dan ook voor de hogere niveaus te laten gelden. Voor de zekerheid.