Column

Oorlog in Europa in een nieuwe gedaante

Nog steeds vragen mensen zich af of we aan het begin staan van een nieuwe Koude Oorlog. Een journalist vroeg dat gisteren nog op een persconferentie aan de secretaris-generaal van de NAVO. Alsof niet zonneklaar is dat er iets heel anders aan de hand is. Want ‘koud’ kun je de oorlog toch moeilijk noemen, die in het oosten van Oekraïne al meer dan vijfduizend levens heeft gekost en anderhalf miljoen mensen op de vlucht heeft gedreven.

Geografisch is het conflict nog beperkt tot het deel van Oekraïne waar de strijd zich nu afspeelt. Maar politiek en strategisch is het allang een oorlog die heel Europa aangaat. En trouwens ook de Verenigde Staten – die als verreweg het machtigste lid van de NAVO een sleutelrol spelen bij het bewaren van de Europese veiligheid.

Vorig jaar om deze tijd was het nauwelijks voorstelbaar dat Rusland de Krim zou annexeren en in een ander deel van het soevereine Oekraïne een bloedige oorlog op gang zou brengen. Maar het gebeurde toch. De verdragen waarop decennialang de stabiliteit in Europa was gebaseerd, bleken toen het erop aankwam weinig waard. Gewapenderhand werden weer landsgrenzen geschonden op het Europese continent, bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet, nieuwe politieke verhoudingen afgedwongen. Rusland, een paar jaar geleden nog ‘strategisch partner’ van het Westen, werd een bedreiging. Inmiddels is de situatie zo ernstig dat president Hollande gisteren zei: „We bevinden ons in een oorlog, een oorlog die totaal kan worden.”

Dat klonk nogal dramatisch. Maar uit de woorden van Hollande sprak het besef dat er het afgelopen jaar iets fundamenteel is veranderd in Europa: onze veiligheid staat weer op losse schroeven, hoe het verder gaat is volstrekt onzeker en er is maar weinig voor nodig om de zaak nog meer te laten escaleren en uit de hand te laten lopen. En hoe langer de oorlog voortduurt, hoe moeilijker het wordt de geest weer in de fles te krijgen.

Wat nu op het spel staat, en verspeeld dreigt te worden, is het vrije, vreedzame Europa dat binnen bereik kwam na de val van de Muur in 1989 en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie twee jaar later. In dat Europa zouden het grote Rusland en de andere Europese landen normale betrekkingen onderhouden, op economisch, politiek en cultureel gebied, zonder oorlogsdreiging.

Merkel en Hollande zijn niet alleen naar Kiev en Moskou gereisd om een diplomatieke oplossing te zoeken voor de oorlog in Oekraïne. Ze willen daarmee tegelijk voorkomen dat de geopolitieke tegenstellingen die de afgelopen maanden zijn ontstaan verharden en de komende decennia de verhoudingen in Europa gaan vergiftigen.

Terwijl in Oekraïne woonwijken worden beschoten, burgers omkomen en een heel land grondig wordt gedestabiliseerd, probeert de rest van Europa te begrijpen wat dit allemaal betekent voor de toekomst. De periode van na de val van de Muur is afgesloten. We gaan een nieuwe, onzekere fase in, met hoe dan ook diep wantrouwen tussen oost en west, tussen Rusland en de rest. Een antwoord daarop heeft het Westen nog niet.

De oorlog, die in Europa schijnbaar overwonnen was, is terug in een nieuwe gedaante, schrijft commentator Josef Joffe deze week in Die Zeit. Het is geen nieuwe Koude Oorlog, maar vooral een mistige oorlog – met soldaten zonder insignes, militair materieel dat zogenaamd nergens vandaan komt, propaganda die heel effectief de waarheid verhult, een vliegtuig dat wordt neergehaald en waarvan we zeven maanden later nog steeds niet weten door wie. Vorig jaar was dat hoogstens een schrikbeeld, nu is het de wereld waarin we leven.