Onmacht maakt het kwade hels

Er was eens een meisje, mijn zus. Ze was een jaar of acht en stormde midden in de nacht de slaapkamer van mijn ouders binnen. „De cavia’s krijgen kleintjes!” riep ze, ontzet. Mijn vader liet de slaap in zijn ogen, draaide zich op zijn buik en suste: „Je droomt, ga maar weer slapen.” Ze trok hem aan zijn arm uit bed en loodste hem naar haar kamer, waar een kooi vol piepende kleintjes stond. Het huis werd wakker, iedereen kwam kijken, want het kon niet waar zijn.

Dat zat zo: de cavia’s waren een paar maanden daarvoor uit de dierenwinkel gekomen. De verkoper had de beestjes vlak boven de anus bekeken en gekeurd en dacht dat hij twee vrouwtjes mee gaf. En inderdaad bleek eentje te kunnen baren.

Geschonken leven heb je te accepteren: je duwt het niet terug naar binnen. De kleintjes kregen ieder een naam en ze leefden kort, maar gelukkig.

Mijn zus kondigde die nacht als een paniekerige boodschapper het ogenschijnlijk onmogelijke aan. Ik stel me voor dat het zo ongeveer gaat wanneer er opeens politie met een mededeling voor je deur staat. De neiging om je om te draaien. Eerst zien dan geloven. Hoe het hoofd net zolang schudt tot de werkelijkheid in je neuronen gegrift staat.

Woensdag oordeelde de rechter dat de politie niet aansprakelijk is voor de schade van de slachtoffers en nabestaanden die de schietpartij in winkelcentrum Ridderhof in Alphen aan den Rijn meemaakten. Een groep van 51 nabestaanden klaagde de politie aan, omdat zij destijds een wapenvergunning aan de schutter verleende.

De politie heeft Tristan van der V. bekeken en gekeurd en dacht dat hij alleen een eventueel gevaar voor zichzelf vormde. Hij was inderdaad in staat om zichzelf iets aan te doen. Maar pas nadat. Hij was de zevende dode.

De ongeplande geboorte van een stel cavia’s is flagrant onvergelijkbaar met de plotse moord op een naaste. Beide gevallen zijn onverwacht, daar stopt het verband. Wel opvallend is de wijze waarop we met het onvoorziene omgaan. Blijkbaar werkt onmacht zoals het roken van wiet: het versterkt de stemming. Onmacht maakt het goede sprookjesachtig. Onmacht maakt het kwade hels. „Mijn leven is vier jaar geleden verwoest en ik had gehoopt dat er vandaag een einde zou komen aan die nachtmerrie”, verklaarde een nabestaande na de uitspraak.

Geschonden levens moeten worden opgelapt. De nabestaanden gaan in hoger beroep. Het is belangrijk dat het rechtssysteem die mogelijkheid biedt, maar het is een illusie dat heling iets met gerechtigheid van doen heeft. De rechter heeft de taak om te oordelen, maar kan nooit een verlosser zijn.

Waar sprookjes eindigen met de belofte van ‘lang en gelukkig’, stoppen nachtmerries pas wanneer je wakker wordt. En daar wacht de werkelijkheid. Ook die duurt lang.