NPO doet onderzoek naar op zwart gaan tv-zender na gijzeling

Foto ANP / Koen van Weel

De NPO en de NOS hebben allebei apart een intern onderzoek ingesteld naar de NOS-gijzeling van vorige week donderdag, toen de tv-zender NPO 1 meer dan een uur uit de lucht was. Ieder onderzoekt zijn eigen rol daarin.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) was kritisch over het ‘op zwart gaan’. Volgens hem mag dat niet gebeuren met de nationale rampenzender. De NPO ontkent echter dat NPO 1 officieel de nationale rampenzender is. De woordvoerder:

“We zijn niet aangewezen als calamiteitenzender door de rijksoverheid. Dat staat nergens in de wet. Wel vervult NPO 1 de maatschappelijke rol van nationale televisiezender die is belast met nieuwsvoorziening.”

De minister is niet de enige die er anders over denkt. Op de website Rijksoverheid.nl staat: “Bij een nationale ramp is de rampenzender Nederland 1 of Radio 1.”

Tijdens de korte gijzeling donderdagavond - een man eiste met een neppistool zendtijd in het Achtuurjournaal - werd het NOS-gebouw door de politie ontruimd. De NOS is de omroep die op dat moment het programma zou verzorgen. De NPO is het koepelorgaan van de publieke omroepen, verantwoordelijk voor de uitzenden ervan. Dit geldt ook tijdens noodsituaties: de NOS levert de beelden, de NPO zendt ze uit. Beide onderzoeken nu wat er misging in de techniek, de communicatie en de coördinatie, waardoor van 20 uur tot en met 21:05 uur duurde voordat de zender weer kon uitzenden.

NPO bouwt momenteel nieuwe noodvoorziening

In het NOS-gebouw bevindt zich ook de ‘eindregie’: uitzendfaciliteiten van de NPO, de zogenaamde uitzendstraten. Die kunnen onbemand doordraaien, indien het om vooraf opgenomen programma’s gaat. Maar voor live televisie is bemanning nodig. Die moest om 20.20 uur ook naar buiten van de politie. De NPO heeft voor dit soort problemen een noodvoorziening, een ‘backup eindregie’, elders op een geheime locatie in Hilversum.

Het duurt even voordat werknemers daar ter plaatse zijn. Dat is volgens de NPO de voornaamste reden dat het zo lang duurde. Ook het contact leggen tussen de Hilversumse noodvoorziening en de NOS-studio in De Haag, waarnaar de NOS uitweek, kostte tijd. In de communicatie tussen NOS en NPO ging ook wat mis. Volgens de NOS was de NPO-leiding te traag met toestemming geven voor een noodverbinding. Volgens de NPO vertelde de NOS pas om 20.40 uur dat ze vanuit Den Haag wilde uitzenden.

De NPO bouwt momenteel aan een betere noodvoorziening, die midden dit jaar af moet zijn. Deze werkt geheel onafhankelijk van de voorzieningen in het Mediapark, in tegenstelling tot de huidige ‘backup’. Zo zou de nieuwe eindregie zelf verbinding kunnen maken met de studio in Den Haag.