Nederlandse vliegers Irak niet extra beschermd

De Nederlandse piloten in Jordanië zijn aangeslagen door de gruweldood van hun collega. „Ik heb gevraagd: wat kunnen we extra doen?”

De gruwelijke dood van de Jordaanse piloot raakt niet alleen Jordanië, zegt Nederlands hoogste generaal Tom Middendorp. Het heeft ook „een enorme impact” op alle Nederlandse F-16-piloten, hun families thuis én de commandant der strijdkrachten zelf. Middendorp was vorige week nog in Jordanië, op bezoek bij de Nederlandse straaljagerbemanning die vanuit daar bombardementen op de Islamitische Staat (IS) in Irak uitvoert. „Ik heb uitgebreid contact met de mensen daar. Ik heb de commandant gevraagd: wat gaat er door jullie heen, kunnen we jullie helpen, moeten we iets extra’s doen?”

Toch zijn er geen nieuwe maatregelen genomen om Nederlandse vliegers te beschermen of voor te bereiden op de mogelijkheid dat ze in handen van IS vallen. „De vliegers hebben voldoende vertrouwen in de training en de procedures die we hebben. We hebben ook tien jaar boven de Talibaan gevlogen.” Middendorp noemde de dreiging voor Nederlandse piloten betrekkelijk klein. Voor zover de F-16’s beschoten worden, is dat met „klein kaliber” wapens. „Luchtafweersystemen zijn in het gebied in Irak niet of nauwelijks aanwezig. Maar we kunnen risico’s natuurlijk nooit helemaal uitsluiten. Je kunt altijd de pech hebben dat een vliegtuig kapot gaat.” Nederland doet vanwege een gebrek aan een volkenrechtelijk mandaat niet mee aan de strijd in Syrië.

Als het misgaat staat een Amerikaanse reddingseenheid klaar om de neergestorte piloot op te halen. Maar er kon niets gedaan worden voor de Jordaanse vlieger die terechtkwam in een gebied waar het „krioelde” van de IS-strijders. Volgens The New York Times zouden de Verenigde Arabische Emiraten in december hun vluchten hebben gestaakt omdat ze onvoldoende vertrouwen in het tempo van die eenheid hebben. Middendorp zei niet te weten dat de bondgenoot zich had teruggetrokken.

De generaal kwalificeerde het verloop van de Nederlandse missie als „vrij voorspoedig”. Tot nu toe voerden de zes in Jordanië gestationeerde straaljagers bijna vijfhonderd missies boven Irak uit. Soms waren dat verkenningen of stonden ze standby; driehonderd keer werd er geschoten. Er werden „met enorme precisie” konvooien en opslagplaatsen van IS uitgeschakeld. Volgens Middendorp was daarbij geen sprake van nevenschade of onschuldige burgerslachtoffers, maar hij gaf weinig details over wat de schade wel was. Zo wil Nederland niet bekend maken hoeveel bommen er precies zijn afgeworpen of hoeveel IS-strijders zijn gedood. „Wij doen niet aan body counts.” Defensie is daar, vanwege de dreiging van IS-sympathisanten in Nederland, terughoudend mee.

Ook trainen Nederlandse militairen lokale strijdkrachten in Irak: special forces in Bagdad en Koerdische peshmerga rond de stad Erbil, waar Nederlandse militairen zich vrij kunnen bewegen. De trainers zijn deze week ingevlogen en de opleidingen komen langzaam op gang. „De controle van het gebied moet uiteindelijk op de grond gebeuren”, zei Middendorp. Nederland noch de andere bondgenoten sturen zelf grondtroepen om IS te bestrijden. De training is bedoeld als „een steun in de rug” voor de lokale troepen.

Middendorp maakte gewag van successen in de strijd tegen IS in Irak, waar wordt samengewerkt met de nieuwe regering. Maar hij erkende dat de situatie in Syrië problematischer is.