Meer kan ze niet van haar dochters eisen

Vier dagen verpleegkundige hulp krijgt mevrouw Kluve. Kan dat minder?

Wijkverpleegkundige Hedy van de Lagemaat noteert op de bank bij mevrouw Kluve wat haar cliënt, die lijdt aan een ernstige longaandoening, aan zorg nodig heeft. Foto Ilvy Njiokiktjien

Nadat ze is gedoucht en aangekleed, moet Riek Kluve (58) uitrusten en haar medicijnen innemen. In een grote stoel bij het raam ademt ze door de slang van een apparaat naast haar, een medicijnverstuiver. Op eigen kracht de medicijnen inhaleren lukt niet. Daar zijn haar longen te zwak voor.

Wijkverpleegkundige Hedy van de Lagemaat wacht tot haar cliënt is bijgekomen. Koffie en koek staan op tafel. Tijd om te bepalen wat mevrouw Kluve nodig heeft en wat ze zelf kan – in jargon een ‘indicatiegesprek’. Sinds 1 januari moet de wijkverpleegkundige dat voor elke (chronische) patiënt opnieuw in kaart brengen. Waar mogelijk moet ze vergoede verzorging vervangen door hulp van vrienden en familie.

Kluve heeft reuma, artrose, osteoporose en astma. Ze krijgt 24 uur per dag zuurstof vanuit een tank in de berging, en vier dagen per week hulp van de wijkverpleegkundige. Ze kan veel zelfstandig, maar voor veel handelingen achter elkaar heeft ze te weinig lucht. Doucht ze zelf, dan moet iemand haar helpen bij het aankleden. Doet ze ’s middags boodschappen, dan is koken ’s avonds eigenlijk al te veel. Van de Lagemaat schrijft mee in haar map.

Kluve: „Plannen en keuzes maken is lastig. En ik word benauwder.”

Van de Lagemaat: „Ja, de veerkracht verdwijnt uit je longen.”

Kluve: „Als ik in het weekend op pad ben geweest, kan ik de rest van de week bijna niks meer.”

Van de Lagemaat: „En bloedingen in de longen?”

Kluve: „Zo’n twee keer per week. Ik heb in drie maanden tijd vier keer een infectie gehad, mijn longen zijn zwak. Dan hoest ik soms bloed op. Ik voel het dan borrelen.”

Van de Lagemaat: „Op tijd aan de bel trekken, hoor. En anders gewoon de dokter bellen.”

Kluve: „Ik ben 6,5 kilo afgevallen in vijf weken.”

Van de Lagemaat: „Dat is te veel. Ik ga even overleggen met de diëtiste. misschien moet je een poosje bijvoeding krijgen. En Riek, hoe zit het met mantelzorg? Hoeveel kunnen de mensen in je omgeving doen?”

Kluve: „Meestal helpt mijn man in het weekend met douchen, maar die zit soms twee weken in het buitenland voor zijn werk. Mijn jongste dochter woont in de buurt. Die haalt de zware boodschappen en helpt in het weekend soms met douchen of koken. De oudste komt in het weekend langs voor de gezelligheid, dan neemt ze vaak extra eten mee voor in de vriezer. Dat is ook wel het maximale wat ik van ze kan eisen, vind ik. Ze werken en hebben allebei kinderen. De jongste is alleenstaand, die moet ik soms tegen zichzelf beschermen. Anders zou ze er elke dag zijn.”

Van de Lagemaat: „En de bovenbuurvrouw?”

Kluve: „Die neemt wel eens een boodschap mee. Als ze zelf toch gaat. En dan nog vind ik het moeilijk om te vragen. Ik ben bang dat ze me een zeurpiet gaan vinden.”

Vanuit de slaapkamer komt een meisje van de huishoudelijke hulp. Vanwege de astma moet het huis zoveel mogelijk stofvrij zijn.

Van de Lagemaat moet verder. Ze zal binnen een week het nieuwe zorgplan sturen.