Liefde is: graaien naar je zakdoek

Literaire show rond Valentijnsdag is ondanks griep van Thé Lau goed gecomponeerd feest van geestige en ontroerende voordrachten.

De avond begon met een mededeling over de man die er níét was. Thé Lau zou optreden op Saint Amour, het literaire programma over liefde, dat gisteravond neerstreek in Breda. De gevierde muzikant en schrijver, die kanker heeft, heeft zijn afscheidsconcerten met zijn band The Scene al gegeven, maar was bereid gevonden in de intieme theatersetting toch zijn gitaar te pakken. Thé Lau bleef thuis. Het zou toch niet..?

Nee, niets ernstigs, verzekerde spreekstalmeester Piet Piryns. „Gewoon griep. Zijn vrouw heeft het ook.”

Dus moet deze editie het doen zonder de waarschijnlijk grootste publiekstrekker. Maar er waren meer dan genoeg bijzondere dichters en schrijvers die dat compenseerden. Ellen Deckwitz, die er nog aan moet wennen dat ze opeens wordt nagestaard sinds ze de finale haalde van televisiequiz De slimste mens. Ingmar Heytze, die ‘in zijn eentje The Beatles van de Nederlandse poëzie’ is (dixit Joost Zwagerman). Gustaaf Peek, die voor zijn roman Godin, held (al meer dan 25.000 exemplaren verkocht) zowel genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs en de Gouden Boekenuil. En dan hebben we het nog niet over de Vlamingen gehad.

Het recept is beproefd: bekende schrijvers en dichters dragen voor uit eigen werk over de liefde. Afgewisseld door muziek, dans en soms film. Rond Valentijnsdag trekt de liefdeskaravaan langs theaters in Vlaanderen en Nederland. Saint Amour bestaat sinds 1990 en wordt georganiseerd door het Vlaamse kunstencentrum Behoud de Begeerte. Het is de negende keer dat Nederland wordt aangedaan. In deze editie ligt de klemtoon op poëzie.

Deckwitz en de Vlamingen Charlotte Van den Broeck en Maud Vanhauwaert (‘Je zei: ik zag zelden iemand die kotsen zo persoonlijk nam’) openen de avond. Ze haken in op elkaars gedichten. Alle drie hebben ze wortels in poetry slam, waarin de voordracht er net zo toe doet als de woorden. Deckwitz (‘Mannen/ Als je er genoeg van hebt, zijn ze biologisch afbreekbaar’) beweegt als een ballerina over het podium en zet met bezwerende armgebaren haar zinnen kracht bij.

Klassieker is de voordracht van Heytze (‘Vincent van Gogh schoot zich naast het hart/ Maar stierf ten slotte toch op eigen kracht’) , die wel vanachter een katheder voorleest. Net als Stefan Hertmans, die een liefdesgeschiedenis voordraagt uit zijn boek Oorlog en terpentijn, en Mirjam van Hengel, die een boek schreef over de liefde tussen dichter/wetenschapper Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Als zij voorleest uit de brieven die Vroman naar zijn ‘rivier van verlangen en verrukking’ stuurde, gaan er oehs en ahs van ontroering door de zaal.

Wat opvalt is hoe goed de avond is gecomponeerd – een vrolijk begin, rust, lust (een seksscène uit Godin, held), de verhalen over eeuwige liefde en een filmfragment van de man die het einde van de Sovjet-Unie inluidde, Gorbatsjov, die als wereldleider de levens van miljoenen mensen veranderde, maar breekt als hij over de dood van zijn vrouw vertelt.

Op het moment dat in tasjes naar zakdoekjes wordt gegraaid, is daar Maud Vanhauwaert om de genadeklap uit te delen met een ijzingwekkende voordracht over een weduwnaar die klaagt over de uitvaart van zijn vrouw. Iedereen was er, de kerk zat vol, er waren bloemen. „Maar de geluidsinstallatie was niet goed afgesteld”, blijft ze herhalen.

In de foyer van het Chassé Theater wordt nagepraat. Straks gaat de bus naar Antwerpen, waar een bootcamp (in de woorden van Peek) wacht. Met eigen kok, dat wel. Luc Coorevits, geestelijk vader van Saint Amour, vraagt of dat nou wel werkte, dat Gorbatsjov-fragment.

Ingmar Heytze is tevreden. „Wij zijn schrijvers, wij kennen de theaterwetten niet”, zegt hij met een glas cava in de hand. „Wij zijn een stel idioten die je het podium opgooit en er daarna weer vanaf moet trekken. Ik ben onder de indruk van hoe er steeds een kleur wordt bijgezet. Het wordt een caleidoscopisch iets.”